Bekijk profielpagina

Martin Visser - Editie #43: over menselijke maat in de zorg, going down op de beurs en zorgenkind Italië

Revue
 
Wordt vervolgd: Italië. The battle continues. Brussel en Rome zijn nog lang niet klaar met elkaar. Wa
 

Achter de cijfers

27 oktober · Editie #43 · Bekijk online
Econoom en journalist Martin Visser praat je wekelijks bij. Wat is het verhaal achter de cijfers? Over pensioenen, lonen en arbeidsmarkt, over robotisering, flexibilisering, over de problemen van de middenklasse, over de houdbaarheid van de euro én van de EU. Links, cijfers en duiding.

Wordt vervolgd: Italië. The battle continues. Brussel en Rome zijn nog lang niet klaar met elkaar. Wat zijn de risico’s? Verder kijken we naar de beurzen die het al een tijdje niet al te best doen, om niet te zeggen ‘waardeloos’. En ik heb een paar vragen bij het abrupte sluiten van ziekenhuizen. Vooral over dat laatste item ben ik nieuwsgierig naar je mening. Reacties dus van harte welkom!

Mamma mia!
ROME EN BRUSSEL LIGGEN op ramkoers. De Italiaanse regering kon afgelopen maandag nog reageren op kritische vragen van de Europese Commissie over de begroting. Rome reageerde met een afgemeten: Vaffanculo! Brussel had vervolgens slechts een dag nodig om de Italiaanse begroting dan maar in de prullenbak te kieperen. Nu mogen de Italianen hun werk overdoen.
Dat lijken ze niet van plan. En zolang als de coalitiepartijen Lega en de Vijfsterrenbeweging het goed doen in de peilingen, zolang Italiaanse banken de staatsschuld blijven financieren en zolang als de situatie op de financiële markten niet volledig uit de klauwen loopt, is daar ook weinig reden toe. Vanuit Rome bezien dan.
Met de Europese verkiezingen in aantocht is dit een dramatisch verhaal voor Europa-gezinde politici. Je doet het namelijk nooit goed. Italië te hard aanpakken voedt de anti-euro-sentimenten in dat land. Een te slappe aanpak zal vooral in noordelijke lidstaten slecht vallen. En misschien ook wel in zuidelijke landen, als Griekenland, die tijdens de eurocrisis wél helemaal door de mangel zijn gehaald.
Van wie moet de redding komen? Jeroen Dijsselbloem, oud-voorzitter van de eurogroep, liet zich vrijdag in zijn FD-column van zijn somberste kant zien:
“Italië gaat, als niets verandert, richting bankroet. En wie wordt er dan geraakt? Buitenlandse financiers een beetje, want zij hebben ongeveer een derde van de Italiaanse staatsschuld in handen. Maar de rekening wordt vooral betaald door gewone Italianen. (…) Het is een zwart pad. Het scenario doet mij sterk denken aan Griekenland in de zomer van 2015.”
Je kunt afvinken wie bereid is Italië de helpende hand toe te steken. Dat doet ook Commerzbank-econoom Jörg Kramer.
“Het ESM-reddingsfonds is te klein voor een meerjarig leningenprogramma. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft Griekenland al te veel uitgeleend. Dan blijft alleen de ECB over. Maar de ECB kon haar OMT-aankoopprogramma alleen activeren als de Italiaanse overheid om hulp vraagt. Dit zou waarschijnlijk de omverwerping van de (nog steeds populaire) regering vereisen. Dus voordat de ECB enige hulp kan bieden, moeten de markten waarschijnlijk eerst crashen.”
Dat OMT van de Europese Centrale Bank (ECB) is een programma dat alleen maar is aangekondigd, en nooit gebruikt. Het waren de befaamde woorden ‘whatever it takes’ van ECB-president Mario Draghi in 2012 die de eurocrisis susten. Hij beloofde toen dat de ECB noodlijdende landen zou helpen met financiering van de staatsschuld als zo'n land zich onderwerpt aan een Brussels hervormingsprogramma. Maar dat is nou precies wat Rome níet wil.
Dijsselbloem hoopt erop dat de Europese bankautoriteiten de duimschroeven aandraaien, zo zei hij in een telefonisch interview. Nu leunt de Italiaanse overheid nog zwaar op de eigen banken voor financiering. Daar kunnen toezichthouders een stok in de spaken steken:
“Als de Europese bankautoriteiten hun werk goed doen, is de ontsnappingsmogelijkheid om schuldpapier bij de eigen banken te plaatsen afgesloten.”
Die banken zijn namelijk al zwak. En de grote hoeveelheden Italiaans staatspapier dat ze bezitten wordt steeds minder waard. Dat kan reden zijn om in te grijpen. Bijvoorbeeld door ze te verbieden nóg meer Italiaanse staatsobligaties te kopen of ze te verplichten extra kapitaal op te halen. Dan zal blijken dat de Romeinse keizer geen kleren aanheeft, want wie wil nu nog in Italiaanse banken investeren?
Going down
HET GAAT NIET ZO lekker op de beurs. En dat is een understatement, Aandelenkoersen zakken al de hele maand weg. Analisten zeggen dan liever dat de beurs nogal volatiel is. Dat heeft dan nog de belofte in zich dat de aandelenkoersen ook zo weer kunnen stijgen. ING-econoom Bert Colijn spreekt gewoon van ‘een waardeloze beursmaand’.
“In oktober zijn de jaarwinsten op de S&P 500 verdampt. De AEX staat inmiddels bijna 6% lager dan aan het begin van het jaar.”
bron: ING
Voor de koersdalingen vele verklaringen aangevoerd. Soms zijn het aanwijsbaar teleurstellende bedrijfsresultaten, zoals van Amerikaanse techbedrijven. Maar verder sommen analisten vooral tal van macro-economische verklaringen op. Een greep:
  • Onzekerheid over de economische prestaties van China
  • Het ferme beleid van Jerome Powell, de nieuwe baas van de Amerikaanse centrale bank, die de rente steeds verhoogt (waar president Trump flink de balen van heeft)
  • Onzekerheid over de handelsoorlog
  • Onzekerheid over de Brexit
  • Onzekerheid over Italië
  • En voorzichtige angst dat de Europese economie afkoelt
De Amerikaanse economie lijkt nog prima te presteren, schrijft ING-econoom Colijn:
“De economie draait vooralsnog uitstekend. In het derde kwartaal kwam de geannualiseerde groei uit op liefst 3.5%, veel hoger dan de verwachtte 1,6% in de Eurozone.”
Juist over Europa zijn er zorgen. Je ziet dat bijvoorbeeld weerspiegeld in het consumentenvertrouwen dat in Nederland al drie maanden op rij daalt. Maar een nog betere voorspeller is de zogeheten inkoopmanagersindex (de PMI). Dat is het vertrouwen dat inkopers in het bedrijfsleven hebben in de economie. Als inkopers moeten vooruit kijken en hun mening wordt dan ook als belangrijke graadmeter gezien.
Ik kwam van die PMI’s een helder plaatje tegen op twitter, precies op het moment dat Mario Draghi, president van Europese Centrale Bank (ECB), tijdens zijn persconferentie bezwerende woorden sprak over de Europese economie:
Axel Merk
2:39 PM - 25 Oct 2018
Die rode lijn is Nederland, die index herstelde nog wel. Maar Frankrijk, Duitsland en een reeks andere Europese landen laten een dalende trend zien.
Heel vreemd hoeft dat ook niet te zijn. De herstelfase na de crisis duurt nu alweer zo lang, dat een tijdelijke afkoeling van de economie niet onlogisch zou zijn. Alleen wordt het dan wel spannend hoe die nieuwe fase uitpakt. De ECB is immers nog lang niet klaar met de afbouw van het stimulerende beleid en heeft nauwelijks ruimte om nieuwe impulsen te geven, wat Draghi daar ook over zegt. En economisch gaat het dan in grote delen van Europa wel goed, echt hersteld zijn veel landen nog niet.
Om dat te illustreren toch nog maar eens even de werkloosheid van een paar Zuid-Europese landen op een rij. Nederland staat er ter vergelijking ook bij. Frankrijk en Italië kampen nog altijd met een werkloosheid van rond de 10%, Spanje en Griekenland zijn nóg dramatischer.
bron: Eurostat
Menselijke maat in de zorg
IEDERE DAG PEILT DE Telegraaf de mening van de lezers. Zaterdag meldde mijn krant dat 78% van de ondervraagden vindt dat de ziekenhuizen niet failliet mogen gaan. Of de overheid er dan maar geld in moet steken beaamde slechts 58%. Wie de problemen moet oplossen is een stuk minder duidelijk, maar dat er zomaar ziekenhuizen omvallen, kunnen veel mensen maar moeilijk accepteren.
Op tv zag ik ook iemand die bijna huilend zijn beklag deed dat banken wel zijn gered en deze ziekenhuizen niet. Je kunt zeggen: een rare emotionele uitspraak. Economisch slecht onderbouwd. Want de overheid redde die banken niet voor de lol. Dat was niet om bankiersvriendjes te hulp te schieten. De inschatting was (en terecht) dat het laten omvallen van onze grootste banken tot grote maatschappelijke ontwrichting zou leiden. Zelfs het kleinere SNS werd overeind gehouden omdat anders honderdduizenden rekeninghouders niet bij hun geld zouden kunnen.
Een ziekenhuis kan wél failliet gaan, want de ontwrichting is vele malen kleiner. (Let op, hier spreekt nog steeds de econoom.) Het is allemaal heel vervelend en voor patiënten en verpleegkundigen en artsen erg naar, maar onoverkomelijk is het allemaal niet. Het geeft wat gedoe, maar je kunt moeilijk een slecht gemanaged ziekenhuis overeind houden.
Maar is het wel zo logisch om alle emotie terzijde te schuiven? Ik ben daar niet over uit. Vandaar zomaar een gedachte over hoe je dit ook kunt benaderen.
Onlangs was ik bij de cabaretvoorstelling ’#NU’ van Claudia de Breij. Daarin ging het over de oprukkende markt sinds de jaren tachtig. En het gevoel dat veel mensen daarbij hebben. Marktwerking in de zorg voelt voor velen niet prettig. Patiënten denken nu eenmaal niet in termen van marktordening. Je kunt van hen niet verwachten dat ze automatisch meegaan in een puur zakelijke en rationale kijk op gezondheidszorg.
Veel mensen zijn en voelen zich afhankelijk, koesteren hun relaties met hun arts en ziekenhuis en vinden het klant-zijn bij een zorgverzekeraar een noodzakelijk kwaad. Dat uitgerekend zij de spil zijn in de marktwerking in de zorg stuit veel mensen tegen de borst. Overgeleverd zijn aan een strenge verzekeraar om bij die hoognodige zorg te kunnen komen, stuit mensen tegen de borst.
De Breij verwoordde dat gevoel heel mooi. Zij haalde het raadseltje erbij van het bootje, de geit, de kool en de wolf. En dat je dan goed moet bedenken wie bij wie aan boord kan om ongehavend de overkant te halen. Denkbeeldig zette De Breij haar zieke moeder in zo'n bootje, mét de zorgeverzekeraar, de farmaceut en de zorgmanagers. En sterkte ma! Hopelijk haal je de overkant!
Ik weet het, zorgeconomen kunnen niks met zo'n beeld. Maar het is goed je te realiseren dat patiënten niet per se zorgconsumenten zijn die louter zoeken naar de goedkoopste verzekeraar. Wie van zorg afhankelijk is, heeft helemaal geen behoefte aan concurrerende verzekeraars, die wil snel goede zorg, liefst dicht in de buurt. Natuurlijk is het systeem erop gericht dat juist marktwerking dat voor ons zal regelen. Maar zo ervaren veel mensen dat systeem helemaal niet.
Hebben we van de zorg op deze manier niet een kil en zakelijk systeem gemaakt? Terwijl de menselijke maat eigenlijk het primaat zou moeten hebben? Dit druist in tegen mijn economenverstand hoor. Maar ik snap de reacties wel als op één dag twee ziekenhuizen, twee medische centra, een polikliniek en een verloskundigenpraktijk failliet gaan en plots hun deuren sluiten.
Als er sprake is van wanbeleid en mismanagement dan is dit misschien onvermijdelijk. De vraag is dan ook of de marktwerking de schuldige is. Slechte managers kun je overal tegenkomen. Maar moeten die instellingen dan echt meteen dicht? Is een vergelijking met een bank dan echt zo raar? Misschien dat de overheid een ziekenhuis niet hoeft te redden, zoals het bij banken wel gebeurde. Maar is het nu echt geen optie om dergelijke zorginstellingen tijdelijk over te nemen als overheid, zeg maar te nationaliseren, en dan rustig en geleidelijk de boel afbouwen? Zet er een bewindvoerder op, de Zorgautoriteit, weet ik veel wie, maar dit kan toch anders? Is het echt niet mogelijk om marktwerking samen te laten gaan met een beetje menselijk gevoel?
Quote de la semaine
“Dat lijkt me uitgesloten. Daar is geen enkele politieke steun voor, niet in de eurolanden en niet in Italië. Daar komt bij dat het ESM maximaal €400 miljard beschikbaar heeft, terwijl Italië maar liefst €250 miljard per jaar nodig heeft.”
Jeroen Dijsselbloem, oud-voorzitter van de eurogroep, op de vraag of Italië eventueel financiële steun uit het Europese noodfonds ESM kan krijgen.
Song of the week - Beursmaand oktober
Status Quo - Down down 1974 Video Sound HQ - YouTube
Hoe vond je deze editie?
Als je deze nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, dan kun je je hier afmelden.
Als deze nieuwsbrief doorgestuurd is en je wilt je aanmelden, klik dan hier.
Gemaakt door Martin Visser met Revue.