Bekijk profielpagina

Achter de cijfers - Editie #70: over Europese baantjesjagers, noodplannen in Frankfurt en klagende vervuilers

Revue
 
Zondag is er een spannende top in Brussel. Lukt het de regeringsleiders om de topbanen te verdelen?
 

Achter de cijfers

29 juni · Editie #70 · Bekijk online
Econoom en journalist Martin Visser praat je wekelijks bij. Wat is het verhaal achter de cijfers? Over pensioenen, lonen en arbeidsmarkt, over robotisering, flexibilisering, over de problemen van de middenklasse, over de houdbaarheid van de euro én van de EU. Links, cijfers en duiding.

Zondag is er een spannende top in Brussel. Lukt het de regeringsleiders om de topbanen te verdelen? En moet Nederland blij zijn als ‘onze’ Frans Timmermans de hoofdprijs in de wacht sleept? Verder neem ik Mario Draghi onder de loep. Vlak voor zijn vertrek wekt hij weer allerlei verwachtingen waar zijn opvolger straks mee opgezadeld zit. En hoe staat het met het draagvlak voor klimaatbeleid?
Veel leesplezier!

Baantjesjagers
Maakt Frans Timmermans toch nog kans om de voorzitter van de Europese Commissie te worden? Zondag houden de regeringsleiders een speciale top over de Europese topjobs.
Het is mogelijk. Je wordt tweede bij de verkiezingen en levert alsnog de baas van Europa. Voor Frans Timmermans zijn er wel degelijk muizengaatjes die hem de felbegeerde post van voorzitter van de Europese Commissie kunnen bezorgen. De verdeling van Europese posten hangt wel vaker van toeval aan elkaar.
Diederik Samsom beschreef dat deze week aardig in zijn column in De Volkskrant. Hij vertelde hoe het vorige kabinet destijds probeerde een hoge post binnen te hengelen:
“De premier noch ondergetekende had ervaring met dit spel, dus vele sessies met strategen, diplomaten en oudgedienden volgden. Achteraf glimlachen we om al die uren aan voorbereiding, de doorwrochte geopolitieke analyses en de gewichtige voorspellingen. Ze speelden nauwelijks een rol in het geweld van toeval, persoonlijke humeuren en ambities, die uiteindelijk het eindresultaat bepaalden.”
In een onnavolgbare tombola kreeg Nederland plots de nummer 2-positie in de Europese Commissie in handen, voor Frans Timmermans. Gedoe over uitspraken van Jeroen Dijsselbloem over de innemendheid van Jean-Claude Juncker laat Samsom nog wijselijk achterwege. Persoonlijk gedoe speelt ook nog een rol.
Vijf jaar geleden introduceerde het Europees Parlement de procedure van de Spitzenkandidaten, de kandidaten voor de baas van de Commissie van de verschillende politieke partijen. Juncker, die van de christendemocratische familie is, kreeg zo de hoogste post in Brussel. Zijn partij is traditioneel de grootste in het Europees Parlement. De nr 1 van de nr 1 werd dus Commissie-voorzitter.
Formeel bestaat deze procedure helemaal niet. Het is een poging van het Parlement de macht rond deze benoeming naar zich toe te trekken. De regeringsleiders en het Parlement moeten beide instemmen met deze aanstelling, maar via de Spitzenkandidaten poogt het Parlement er een soort automatisme van te maken.
Het wordt verkocht als democratisering. Het spel in de achterkamertjes wordt uit die schimmigheid gehaald. Kiezers kunnen stemmen op hun gewenste EU-baas. Met één maar. Alleen Nederlanders konden voor de sociaaldemocratische Spitzenkandidaat stemmen (Timmermans) en alleen Duitsers voor de christendemocratische (Manfred Weber). Zolang er geen Europese kieslijsten zijn, is dit een nogal merkwaardig systeem.
Twee dingen spelen nu aan de kant van de regeringsleiders. Weber, de nummer 1 van de grootste partij, wordt alom als lichtgewicht beschouwd. En daarnaast zijn veel regeringsleiders niet gelukkig met die Spitzen-procedure. De Franse president Emmanuel Macron heeft dan ook alle Spitzenkandidaten getorpedeerd. Maar in een compromis tussen lidstaten en Parlement zou daar best alsnog Timmermans uit kunnen komen. Al lijkt de Fransman Michel Barnier me voor de hand liggender - Fransman, van de christendemocratische familie én bewezen diensten als Brexit-onderhandelaar. Maar ja, we hebben de factor toeval nog.
Nederland zit in een rare positie. Ongevraagd zit premier Mark Rutte opgezadeld met een Nederlandse kandidaat voor de Europese Commissie. Normaliter schuift het kabinet zelf een eurocommissaris naar voren voor een mooie portefeuille. Nu zitten we ongewild in de race om de hoogste plek in die Commissie. Rutte houdt zich dan ook koest, want hij heeft hier niet zoveel te winnen.
Natuurlijk is het ook in het Nederlandse belang als wij deze hoogste job bezetten. Alleen zit Timmermans inhoudelijk niet op dezelfde lijn als het kabinet en een Kamermeerderheid. Terwijl de Tweede Kamer onlangs in grote meerderheid bepaalde dat het streven naar een ‘ever closer union’ uit de verdragen moet worden geschrapt, zitten we straks wellicht met een Hollander die alleen maar meer Europese integratie voorstaat. De grote winnaar van deze tombola is dan niet Nederland, maar Timmermans zelf.
Luister ook naar de DFT-podcast van deze week. Onder leiding van Herman Stam bespreken we deze baantjescarroussel. Speciale gast: Adriaan Schout, dé Europa-watcher van instituut Clingendael. Luister op de site, op Spotify of iTunes.
Noodplannen in Frankfurt
Terwijl de vorige crisismaatregelen nog steeds in werking zijn, denkt de Europese Centrale Bank eraan om alweer nieuwe in te zetten. Maar gaan die nog wel werken?
De formele beleidsrente van de Europese Centrale Bank (ECB) is nog altijd 0%. Banken die hun geld stallen in Frankfurt moeten daarvoor een rente van 0,4% betalen in plaats van dat ze rente krijgen. Op de balans van de centrale bank staan nog steeds zo'n €2600 miljard aan opgekochte (staats)obligaties. Dit monetaire beleid is het uitvloeisel van crisismaatregelen. Die crisis is weliswaar allang achter de rug, maar de ECB is nog bij lange niet terug naar normaal.
Nu de wereldeconomie afkoelt en ook de eurozone daar last van krijgt, denkt de ECB eraan om dit stimulerende beleid weer verder uit te bouwen. ECB-president Mario Draghi hint daar de afgelopen tijd steeds vaker. En ook Klaas Knot, de Nederlandse bestuurder in de ECB, spreekt daar openlijk over:
“Ook al staat de economie er op dit moment niet onaardig voor, die onzekerheden liggen als een beklemmende deken over de eurozone. Bovendien komt de zeer lage inflatie al een jaar of vijf niet van zijn plaats. Om deze reden hebben we als centrale bankiers eerder dit jaar de pauzeknop ingedrukt: voorlopig gaat de ECB de rente niet verhogen. Nu komen daar de woorden van Draghi bij. De ECB denkt actief na over noodplannen, voor het geval dat de economische groei niet opnieuw aantrekt.”
Twee dingen vallen op. Eén: Knot spreekt van ‘noodplannen’. Is er nood aan de man dan? Is er werkelijk reden om in paniek te schieten? En twee: voor welk scenario vreest hij? Knot spreekt niet van een recessie of een crisis, maar 'voor het geval dat de economische groei niet opnieuw aantrekt’. Dus de ECB wil al te hulp schieten als de economie onvoldoende groeit. Is dat werkelijk de nieuwe taakopvatting van de ECB?
De ECB heeft straks grofweg twee opties om meer te gaan stimuleren. De bank kan aan de renteknop draaien en de opkoop van obligaties weer opvoeren. Over beide opties wordt momenteel volop gespeculeerd. De mogelijkheden met de rente zijn beperkt, omdat de formele beleidsrente dus al op 0% staat. Maar die negatieve depositorente (die banken betalen voor geld dat bij de ECB is ondergebracht kan altijd nóg negatiever. Je zou van -0,4% best -0,5% kunnen maken.
Dan zou geld weer moeten rollen in plaats van dat banken cash oppotten. Dat zou de economie kunnen stimuleren. Maar de vraag is of het werkt. Bij eerdere discussies binnen de ECB is geconcludeerd dat dit instrument niet veel effectiever wordt onder de -0,4%. Waarom dat nu ineens anders zou zijn, is onduidelijk. Verder zou het verlagen van deze rente ertoe kunnen leiden dat de spaarrentes die Nederlanders krijgen het laatste zetje krijgen naar de 0%.
Ook de effectiviteit van dat andere instrument is twijfelachtig. Het massaal opkopen van (staats)obligaties heeft de inflatie niet omhoog gekregen, terwijl dat wel het officiële doel van die operatie was. Uit onderzoek blijkt dat het aanjagen van de economische groei in de eurozone maar beperkt is gelukt.
Ondertussen heeft dit programma wel nare bij-effecten, zo stelt Mary Pieterse-Bloem. Zij is lid van het beleggingscomité bij ABN Amro en hield deze week haar oratie als hoogleraar financiële markten, Erasmus Universiteit Rotterdam. In het FD schreef ze al een kritisch stuk, waarin ze erop wijst dat de ECB als grote koper van staatspapier elke prikkel wegneemt voor regeringen om zelf economisch orde op zaken te stellen:
“Oplopende schuldenniveau’s gaan normaliter samen met een hogere risico-opslag in het rentepercentage van zo’n land. Het renteverschil met de meest degelijke obligaties in de eurozone, namelijk die van Duitsland, loopt dan op. Maar nu zien we bijvoorbeeld in het geval van Italië dat daar de financieringstekorten boven de 3% dreigen uit te stijgen bij een al hoge schuldenpositie, en het renteverschil met Duitsland daalt.”
En als het ECB-instrument nou zou werken, maar dat is (nagenoeg) niet het geval.
bron: Eurostat
Als je kijkt naar de kerninflatie (waar een aantal nogal beweeglijke factoren zijn uitgefilterd) dan lijkt het opkoopprogramma in eerste instantie nog enig effect te hebben, maar dat effect ebt snel weer weg. De eurozone heeft nog altijd te maken met een lage inflatie.
Het Centraal Planbureau was onlangs ook buitengemeen kritisch over onderzoeken die allerlei positieve effecten van dit ECB-beleid beweerden te meten:
“De conclusie is dat een aantal van de gepubliceerde schattingen niet betrouwbaar zijn. (…) Wij stellen dat het onconventionele monetaire beleid geen statistisch significant effect heeft gehad op de reële economische activiteit.”
Ondertussen hebben spaarders er last van, pensioenfondsen zien de rentes nog verder wegzakken, regeringen kunnen achteroverleunen en investeerders en beleggers gaan grotere risico’s nemen om maar rendement te halen. Ik ben benieuwd of Draghi’s opvolger dit najaar deze erfenis enthousiast overneemt of dat er dan een andere wind gaat waaien.
Bekijk hier mijn video over het beleid van Draghi.
Klimaatdraagvlak
De klimaatplannen zijn eindelijk rond. Het kabinet schuift een deel van de lasten alsnog van burgers naar bedrijven. Ondertussen wankelt het draagvlak.
Het kabinet heeft een flinke draai gemaakt. Geschrokken van alle onrust en negatieve reacties kiest het kabinet ervoor burgers iets meer te ontzien, zeker in de lopende regeringsperiode, en bedrijven meer te laten opdraaien voor de kosten van het klimaatbeleid.
Het is een logische stap. In de hoop draagvlak te creëren door een honderdtal belangenorganisaties zelf over het klimaatakkoord te laten onderhandelen, is precieze het tegenovergestelde gebeurd. Bedrijven hadden immers een zware stem aan die klimaattafels, burgers voelden zich niet vertegenwoordigd. Met als symbool het achterwege blijven van een CO2-belasting, het door elke econoom gepropageerde middel om de echte vervuiler te laten betalen.
Ondertussen steeg de energierekening van de Nederlandse consument en was er veel onzekerheid voor automobilisten en over de kosten de prijs van het gasloos maken van huizen. Met als resultaat dat een grote meerderheid van de Nederlanders aan ene kant de klimaatdoelen steunde, maar het aanstaande klimaatbeleid wantrouwde. Wie trok hier nu ineens aan de touwtjes?
Voor het kabinet werd dit een strijd rondom de beeldvorming. Veel was te lang te onduidelijk. Met als resultaat een rap afnemend draagvlak. Zoals het Sociaal en Cultureel Planbureau deze week nog liet zien:
bron: SCP
Dat er iets moet gebeuren aan natuur en milieu, realiseren steeds meer mensen zich (rode lijn), maar de acceptatie dat daar dus ook geld naartoe moet neemt plots rap af:
“Opvallend dit kwartaal is dat de steun voor investeringen in het milieu en internationale klimaatproblemen fors is afgenomen: van 46% naar 38%. (…) Men heeft de indruk dat Nederland zijn steentje al bijdraagt en dat, vooral wat de vermindering van het gasverbruik betreft, de politiek wellicht wat te hard van stapel loopt.”
Heeft het kabinet dit probleem nu opgelost? Nee, niet bepaald. Rekeningrijden is er als nieuwe onzekerheid bijgekomen. Dat was een zelfverklaard taboe, maar wordt nu toch weer van stal gehaald. Opnieuw: volgens economen een logische manier om autorijden te beprijzen. Maar het ligt gevoelig en het hangt er sterk vanaf hoe je het vormgeeft. Voor je het weet, laad je als overheid de verdenking op je dat het je louter om de centen te doen is en niet om de milieudoelen.
Nu lijkt bijna iedereen ontevreden. Van de eensgezindheid waarmee die klimaattafels van Ed Nijpels ooit begonnen is niet zo veel meer over. De consumentenbond is blij dat lasten zijn verschoven naar bedrijven, maar de bond klaagt ook:
“We zien nog veel open eindjes. Een groot deel van het akkoord gaat over het creëren van een aantrekkelijk en duidelijk handelingsperspectief voor consumenten. Dan mag je ook verwachten dat randvoorwaarden, zoals subsidies, goed uitgewerkt zijn. Maar dat is niet gelukt. (…) Consumenten moeten weten waar ze aan toe zijn. Alleen op die manier creëer je draagvlak.”
En vooral aan de kant van het bedrijfsleven is veel scepsis te horen:
“Een politiek akkoord, maar nog geen breed maatschappelijk gedragen akkoord.”
Ronduit negatief is de chemische industrie. Brancheclub VNCI, onder leiding van oud-VNO-voorzitter Bernard Wientjes:
“De heffing die het kabinet voorstelt, zet industriële bedrijven op achterstand ten opzichte van het buitenland. Hierdoor wordt waarschijnlijk eerder het tegendeel bereikt van wat we met zijn allen willen, namelijk een groene koploper worden.”
Misschien dat de zure reacties uit de industrie bewijzen dat het klimaatakkoord nu echt vervuilers meer laat betalen. Dat zou dan toch nog winst zijn.
Song of the week - Kabinet gaat klimaat redden
The Cure - Hot Hot Hot!!!
Hoe vond je deze editie?
Als je deze nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, dan kun je je hier afmelden.
Als deze nieuwsbrief doorgestuurd is en je wilt je aanmelden, klik dan hier.
Gemaakt door Martin Visser met Revue.