Bekijk profielpagina

Achter de cijfers - Editie #64: over het nieuwe normaal, koopkrachttwijfels en een boze Jumbo-man

Revue
 
Veel koopkracht deze week. Opnieuw. De Telegraaf en het Nibud organiseerden een Koopkrachtdag waarop
 

Achter de cijfers

6 april · Editie #64 · Bekijk online
Econoom en journalist Martin Visser praat je wekelijks bij. Wat is het verhaal achter de cijfers? Over pensioenen, lonen en arbeidsmarkt, over robotisering, flexibilisering, over de problemen van de middenklasse, over de houdbaarheid van de euro én van de EU. Links, cijfers en duiding.

Veel koopkracht deze week. Opnieuw. De Telegraaf en het Nibud organiseerden een Koopkrachtdag waarop lezers hun huishoudboekje konden doornemen met een budgetexpert. In deze nieuwsbrief een interview daarover met Nibud-baas Arjan Vliegenthart. Verder een uitgebreid verhaal over het nieuwe normaal. De economie gaat voorlopig niet meer zo oerend hard, voorspelt Laura van Geest van het Centraal Planbureau. Of dat er erg is, lees je hieronder. Reacties en likes zijn wederom van harte welkom. Maak gerust reclame bij vrienden, familie en collega’s. Zij kunnen zich hier abonneren. Veel leesplezier!

Nieuwe normaal
Het oude normaal.
Laura van Geest belooft ons geen gouden bergen. Sterker nog, bereid je maar voor op een langdurige periode van magere groei, zo zegt de directeur van het Centraal Planbureau. Welkom in het ‘nieuwe normaal’.
Mij viel op dat CPB-directeur Van Geest sprak van terug naar 'normaal’ toen een paar weken geleden de nieuwe raming bekend werd gemaakt. De Nederlandse economie zal minder uitbundig groeien dit jaar, slechts 1,5%. En dat was helemaal niet vreemd, zo stelde zij bij de publicatie van die raming.
Reden om haar eens uitgebreider te bevragen over dat nieuwe normaal. Deze week publiceerden we het interview dat collega Jorn Jonker en ik met haar hadden. We zijn gewend geraakt aan een gemiddelde economische groei van meer dan 2% of zelfs meer dan 3%. Dat haalden we nu alleen in 2017 vanwege inhaalgroei na de crisis. Maar de verwachte 1,5% is eigenlijk veel normaler, gezien de economische en demografische situatie waarin we nu zitten. Onlangs verlaagde het CPB de potentiële groei naar 1,2%.
Oorzaken? Vergrijzing, uitgeputte stijging van het aantal gewerkte uren en lage groei van de arbeidsproductiviteit, aldus Van Geest. Die vergrijzing zagen we natuurlijk aankomen. Dat is ook onvermijdelijk. Maar het aanbod van arbeid nam in de afgelopen decennia nog toe doordat veel vrouwen gingen werken. Van Geest:
“Maar de boost die we in het verleden nog hebben gehad, omdat we meer toetreding hadden van vrouwen, die is op aan het raken. (…) Er zijn mensen die ervoor kiezen ruimte te houden voor mantelzorg of voor het zelf opvangen van de kinderen. Of mensen die vrije tijd gewoon leuk vinden, ook niks mis mee. Ook dat is welvaart.”
Bij het verhaal stond een grote foto van een opa, een oma, zoon en (schoon)dochter en twee kinderen. Ik had er tekstjes bij gezet over hun economische vooruitzichten. Naderhand kreeg ik commentaar van vrouwelijke collega’s die de tekstjes ouderwets vonden. Achteraf was dat misschien wel terecht, want het was wellicht te stereotype opgeschreven.
Maar het commentaar van collega’s dat vrouwen steeds meer uren werken en mannen steeds minder, ook in de toekomst, klopt niet. Dat blijkt niet uit de statistieken.
bron: CBS
Mannen werken gemiddeld 36 uur (tegen 37 uur in 2003) en vrouwen 26 uur (tegen 25 uur in 2003). En kijk eens naar de leeftijdscategorie 25-35 jaar:
bron: CBS
Er zit nog wel íets beweging in. Maar al met al lijkt de toename van het aantal gewerkte uren te stagneren. Gecombineerd met een lage groei van onze productiviteit en een omslaande verhouding tussen het aantal werkenden en het aantal gepensioneerden resulteert dat volgens het CPB in lage economische groei.
Wat daarvan de gevolgen zijn? Het CPB zette dat twee jaar geleden al eens op een rij, toen de economie nog heel hard groeide en er dus weinig aandacht voor was.
  • Vaker recessies, we zitten bij de nul dus zakken we er ook vaker onder
  • Langere recessies
  • Lage rente
  • Door die lage rente problemen voor pensioenfondsen
  • Herverdeling door politiek wordt lastiger
  • Koopkracht is moeilijker op peil te houden
  • Inkomens op de rijksbegroting onder druk
Het klinkt allemaal niet fraai. (De Tweede Kamer vroeg dan ook dezelfde dag nog een debat aan met het kabinet aan.) Maar het moet wel gezegd dat de staatsfinanciën momenteel bijna houdbaar zijn voor de toekomst. Dankzij structurele ingrepen als de verhoging van de AOW-leeftijd en de versobering van de hypotheekrenteaftrek is de begroting vergrijzingsbestendig gemaakt. Het huidige kabinet heeft het houdbaarheidssaldo overigens weer iets doen verslechteren. Koekoeksjong is wel de zorg. De huidige zorgarrangementen zijn betaalbaar in de toekomst. Maar nieuwe technologie maakt zorg steeds duurder en dat aspect zit niet in de houdbaarheidsberekeningen.
Al met al houdt Van Geest de moed erin. Het is vooral een kwestie van wennen. En:
“Er is meer in het leven dan het bruto binnenlands product.”
bron: CBS, CPB
96%
Na talloze bezorgde reacties bij De Telegraaf en bij budgetinstituut Nibud besloten we de handen ineen te slaan voor de Koopkrachtdag. Lezers konden hun huishoudboekje laten doorrekenen door de Nibud-experts.
De dag was niet alleen informatief voor de lezers, maar ook leerzaam voor het Nibud en voor ons. Ik heb er een nog beter inzicht door gekregen waar het misgaat met de aansluiting tussen model en praktijk. Ik had het al eens eerder uitgezocht maar nu doorzag ik nog eens extra goed wat de beperkingen van de koopkrachtplaatjes zijn.
De koopkrachtplaatjes van het CPB en de voorbeeldhuishoudens van het Nibud lijken heel specifiek. Er is een uitsplitsing naar soort inkomen (werk, uitkering, pensioen), naar samenstelling van het huishouden, naar inkomenshoogte. Maar die precisie betreft vooral de fiscaliteit bij bepaalde inkomens. Dat wordt per groep berekend.
Maar dan zijn er nog twee bepalende factoren die helemaal niet specifiek toegewezen zijn aan die groepen: de loonstijging en de uitgaven. Het CPB kent maar drie cao-loonstijgingen, voor bedrijven, overheid en zorg. Of je in een cao zit met 3% loonsverhoging of met 0% loonsverhoging. Dat doet voor het koopkrachtplaatje niet terzake. Iedereen krijgt het gemiddelde.
Idem dito voor de uitgaven. Of je nu in een tochtig huurhuis woont (minima?) of in een goed geïsoleerd nieuw huis (middeninkomens?), iedereen krijgt een gemiddelde energierekening toebedeeld. Of je nu relatief veel besteedt aan dagelijkse boodschappen (met verhoogde btw) of veel geld kunt uitgeven aan luxe (geen verhoogde btw), ook dat maakt in de plaatjes niet uit.
Natuurlijk moet je werken met gemiddelden en uitgaan van fictieve situaties. Maar als je lonen en uitgaven als één gemiddelde deken over Nederland legt, doe je wel erg weinig recht aan specifieke situaties. Als een AOW'er er volgens het Nibud €19 per maand op vooruit gaat, verdwijnt dat geld als sneeuw voor de zon als die AOW'er meer stookt dan gemiddeld. Dan zegt dat gemiddelde dus helemaal niets.
Dit jaar is dit extra relevant. Want de koopkracht staat onder druk door de gestegen btw van 6% naar 9% en door de hogere energiebelasting. Precies die kabinetsmaatregelen hakken er voor bepaalde groepen extra in. Alleen kunnen die specifieke groepen niet worden gelokaliseerd met de koopkrachtmethode. Ook de lonen zouden per sector wel eens flink uit elkaar kunnen lopen doordat er in sommige sectoren flinke krapte is en andere sectoren het helemaal niet zo goed doen.
Misschien kun je met deze aanpak prachtige gemiddelden berekenen. Maar mij lijkt dat uitspraken over de spreiding (96% gaat erop vooruit) niet erg betrouwbaar.
'Politiek te stellig over koopkracht'
Na de Koopkrachtdag van De Telegraaf en het Nibud praatte ik na met de directeur van het budgetinstituut, Arjan Vliegenthart. Hij was nauw betrokken bij dit initiatief omdat hij ook graag wilde weten waar alle onrust en boosheid van mensen vandaan komt. Hij waarschuwt voor verabsolutering van de voorspellingen.
Ik was natuurlijk benieuwd of deze dag Nibud-directeur Arjan Vliegenthart nieuwe inzichten heeft opgeleverd.
Hoe zeker bent u dat 96% van de Nederlanders erop vooruitgaat?
“Dat is de best mogelijke schatting die je kunt maken. Als je uitgaat van gemiddelde uitgaven. Sommige mensen gaan er meer op vooruit, anderen gaan er minder op vooruit. Maar één van de dingen we vandaag hebben gezien is dat met name op die uitgavenkant er iets aan de hand lijkt te zijn waarvan we nog niet helemaal zeker weten hoe zich dat ontwikkelt. De energierekening is stevig gestegen en dan maakt het toch uit welk percentage van je inkomen je verstookt.”
Maar als het uitgavenpatroon van niemand gemiddeld is, dan kan je toch niet beweren dat 96% erop vooruitgaat?
“Volgens mij kan dat. Je kunt van die huishoudtypes zeggen: als dit je inkomsten zijn en dit is je uitgavenpatroon, dan ga je erop vooruit. Zelfs als je op een aantal posten iets meer uitgeeft dan geef je op andere posten meestal minder uit. Alleen leven mensen niet in een standaard-huishouden. Mensen leven in een woning die al dan niet energiezuinig is, ze zijn al dan niet gezond en hebben daarom zorgkosten of juist niet. Daarin kun je in je koopkrachtplaatjes veel minder nuanceren. Je gaat uit van je vaste parameters: inkomen, gezinssamenstelling, kinderen, partner. Daarop bereken je.”
Veel mitsen en maren dus, maar de politiek vertaalt die uitkomsten van Nibud en CPB rechttoe rechtaan.
“Er zijn wetenschappelijk vraagtekens te plaatsen bij de stelligheid waarmee men met die koopkrachtplaatjes politiek bedrijft. Dat gebeurt overigens al jaren. Wat dit jaar wél nieuw is, is dat er in die uitgaven heel wat meer veranderd is dan gemiddeld in andere jaren. Dat komt door de stijging van de btw, die verdeelt zich ongelijkmatig. Mensen met een laag inkomen geven over het algemeen meer geld uit voor primaire boodschappen dan mensen met een hoger inkomen. En de energie is er ook eentje die zich niet helemaal gelijk verdeelt. Daar zie je fluctuaties. Mensen die in een slecht geïsoleerde woning wonen en de verwarming graag hoog zetten, voor hen klopt de geraamde energiestijging misschien niet.”
De AOW’er met een minimum-inkomen, die in een slechter huurhuis woont, omdat die ouder sowieso meer stookt, die geeft in verhouding veel meer uit aan energie. De vraag is: zit dat in uw plaatje?
“We hebben gekeken of die mensen er ook op vooruit gaan. Ook als de energierekening stijgt, gaan de meeste mensen er net op vooruit. Alleen veel minder dan het gemiddelde. Dat is het lastige. Mensen met een heel laag inkomen moeten sowieso al puzzelen om rond te komen. Dat was vorig jaar al zo, dat is dit jaar niet anders. Ik denk dat de belofte dan wrang aandoet, dat je er echt op vooruitgaat. En de mogelijkheden om elders te bezuinigen is bij dat soort huishoudens veel beperkter.”
Welke lessen hebben alle reacties en deze inzichten vandaag geleerd?
“Dat we goed moeten nadenken hoe we over gemiddelden communiceren. Mensen leven niet in gemiddelden. Mensen leven in reële huishoudens en die wijken altijd een beetje af. Het doel van onze koopkrachtberekeningen is ook niet om met precisie te zeggen hoeveel de mensen er volgend jaar op vooruitgaan. Het doel is om mensen een indicatie te geven wat er gaat gebeuren en ze uit te nodigen nog een keer te gaan zitten en het allemaal eens goed door te rekenen. Op heel posten valt het nodige te besparen. Dat zagen we ook vandaag. Mensen die een te duur internet- of televisieabonnement hebben bijvoorbeeld. Dat advies is ons doel. Ik denk dat we daar weer naar terug moeten. Ik denk dat er in de politiek een groot onbehagen is hoe het dit jaar is gevallen. We moeten kijken hoe we het rechtzetten, want het is schijnzekerheid.”
Blijft u die uitgaven in de gaten houden?
“Ja, we blijven extra scherp kijken. Ik vind twee dingen extra spannend. Dat is de cao-stijging. Die is op 2,7% neergezet. Dat moeten we nog maar zien gebeuren. Aan de kant van de uitgaven ben ik op wel benieuwd naar de prijsstijgingen. Winkeliers zullen misschien die 3% btw-stijging ook nog wel aangrijpen om de prijzen af te ronden naar boven.”
Nog één keertje koopkracht
Even afgezien van alle nuanceringen over de modellen en de kleine lettertjes die horen bij de koopkrachtplaatjes: gaat het gemiddeld genomen dan wél goed met die koopkracht? Is in ieder geval die 1,5% in zicht die ons gemiddeld is voorgespiegeld?
Ik betwijfel dat ten zeerste. Laten we even alle details over de verdeling van de energierekening en de slachtoffers van de btw-verhoging vergeten en ons focussen op dat gemiddelde. Dat ziet er eveneens nog niet zo goed uit. Drie factoren bepalen samen die koopkracht: belastingen, lonen en prijzen.
Met die belastingen zit het wel snor. De beloofde verlaging van de inkomstenbelasting is gewoon per 1 januari ingevoerd, Die kun je terugvinden als je op je loonstrookje het bruto-netto-traject vergelijkt met een jaar geleden. Maar hoe ontwikkelen lonen en prijzen zich?
Nog niet goed. De prijzen gaan harder omhoog dan verwacht, de lonen minder hard. Het Centraal Planbureau rekent op een inflatie van 2,3% en een loonstijging in de marktsector van 2,7%. In de maand maart lag het precies andersom: de prijzen stegen met 2,8% en de lonen met 2,2%. Dat is geen goed nieuws.
Om de koopkracht van de lonen te meten trek je simpelweg de prijsstijging er vanaf: de reële loonontwikkeling. Is die 0 dan kun je met je loon precies evenveel kopen, is die negatief dan gaat je koopkracht achteruit, is die positief dat heb je koopkrachtwinst. De ontwikkeling van de laatste zes maanden ziet er zo uit:
bron: CBS
’t Is duidelijk toch? De prijzen stijgen in januari (door energiebelasting en btw) flink harder dan in de maanden ervoor. Geen verrassing op zichzelf. Alleen bungelt de loonontwikkeling er achteraan. Daardoor gaan de reële lonen achteruit:
In januari haalden de rekenmeesters nog opgelucht adem. Toen lag de inflatie onder de raming. Maar in februari en maart volgden nieuwe prijsverhogingen (onlangs nog in supermarkten die hun prijzen afrondden naar een 9 op het eind) en daardoor schiet die inflatie alsnog omhoog.
In de modellen van het Centraal Planbureau wordt er vanuit gegaan dat de inflatie is meegenomen in de looneis en de loonrealisatie. Werkgevers zouden via de cao minstens de prijsstijging compenseren. De vraag is of dat in de rest van het jaar gaat gebeuren. In de nieuwste cao zie je wel dat de lonen verder omhoog gaan, maar erg hard gaat het niet. Het dominante effect zijn al die cao’s die allang zijn afgesloten.
Vorig jaar wisten werkgevers- en vakbondsonderhandelaars allang dat er dit jaar een uitzonderlijk forse inflatie zat aan te komen, maar in veel cao’s is daar toen geen rekening mee gehouden. Neem de politie-cao waar minister Ferdinand Grapperhaus en vakbonden vorig jaar zo enthousiast over deden. Daarin zat bijna 8% loonstijging over drie jaar. Klonk fantastisch. Maar kijk eens naar dit jaar? 2% cao-loonstijging! Politieagenten gaan er reëel op achteruit. Dat wisten ze vorig jaar ook al.
Ik sprak Nic Vrieselaar, econoom bij de Rabobank. Hij gelooft inmiddels niet meer dat de gemiddelde cao-loonstijging de verwachte 2,7% van het CPB gaat halen. In de nog af te sluiten cao’s moeten de lonen dan namelijk zó hard omhoog dat het hele gemiddelde van alle cao’s fors omhoog wordt getild:
“Wij verwachten net als het Planbureau dat de incidentele loonkosten zullen stijgen, zoals bonussen of mensen die sneller hoger worden ingeschaald, maar in tegenstelling tot het CPB gaan wij er dus inderdaad niet van uit dat de btw-verhoging volledig wordt gecompenseerd in de cao-lonen. Bij lange na niet.”
Lees hier een uitlegstuk over lonen en prijzen dat ik voor de krant schreef. Inclusief de vraag wat dit voor gepensioneerden betekent.
Quote de la semaine
“De vakbonden hebben 80 leden opgeofferd door er op te hameren dat ze voor een cao moesten kiezen. De cao komt echter niet terug. Nu zitten die werknemers met de gebakken peren, want ze missen een salarisverhoging van 2,5%. Ik zou zeggen: pak een spandoek en ga voor het FNV-kantoor staan om je ongenoegen te uiten!”
Financieel topman Ton van Veen van Jumbo maakt zich kwaad over de rol die de vakbonden spelen bij de totstandkoming van een arbeidsvoorwaardenregeling in zijn distributiecentra, in een opmerkelijk interview van mijn collega’s Ertan Basekin en Harry van Gelder.
Song of the week - AFM-baas wordt schooljuf
School - Roger Hodgson (Supertramp) Writer and Composer
DFT-podcast: Let op, zo bespaar je een hoop geld
Abonneer je op de wekelijkse podcast van De Financiële Telegraaf! Luister mee via Spotify of iTunes. Deze keer vertellen DFT Geld-collega Marlou Visser en ik over de Koopkrachtdag. Gepresenteerd door Herman Stam, coördinator van DFT. De vorige afleveringen over Brexit, EU, pensioen etc etc zijn uiteraard ook nog terug te luisteren.
Hoe vond je deze editie?
Als je deze nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, dan kun je je hier afmelden.
Als deze nieuwsbrief doorgestuurd is en je wilt je aanmelden, klik dan hier.
Gemaakt door Martin Visser met Revue.