Bekijk profielpagina

Achter de cijfers - Editie #55: over de koopkrachtillusie, dead end Brexit en een pensioenoorlog

Revue
 
Hallo nieuwsbrieflezers! Hier weer een nieuwe aflevering. Veel pensioenen deze week, want de lang ver
 

Achter de cijfers

3 februari · Editie #55 · Bekijk online
Econoom en journalist Martin Visser praat je wekelijks bij. Wat is het verhaal achter de cijfers? Over pensioenen, lonen en arbeidsmarkt, over robotisering, flexibilisering, over de problemen van de middenklasse, over de houdbaarheid van de euro én van de EU. Links, cijfers en duiding.

Hallo nieuwsbrieflezers! Hier weer een nieuwe aflevering. Veel pensioenen deze week, want de lang verwachte pensioenbrief van minister Koolmees is er. Kondigt hij nu een pensioenoorlog aan of hij bereidt hij zich juist voor op een polderakkoord? Verder de doodlopende steeg waar de Britten nog steeds in zitten. En de koopkrachtperikelen. Gaan we er nu op vooruit of niet? Veel leesplezier. Likes en reacties worden zeer op prijs gesteld.

Pensioenoorlog
Nu lacht hij nog.
WAT WIL WOUTER KOOLMEES nou? Ontketent hij een pensioenoorlog? Of wil hij juist graag een polderdeal? De signalen zijn nogal dubbel. Vrijdag kwam zijn langverwachte pensioenbrief. Daarin staan tien concrete stappen om de pensioenagenda in beweging te houden. De brief bevat geen enkele handreiking aan de vakbonden, maar een snoeiharde oorlogsverklaring is het ook niet.
Het kabinet wil graag mét de sociale partners tot een pensioenakkoord komen, zoveel is duidelijk. Koolmees zei daarover:
“Sommige dingen kunnen zonder sociale partners. Maar daar is mijn inzet niet op gericht. Mijn inzet is gericht om het met de sociale partners te doen. Dreigen heeft niet zoveel zin. Ik wil er samen uitkomen. Maar ik kan niet blijven wachten. Ik ga dingen uitwerken om klaar te zijn.”
Maar er blijft steeds één vraag in de lucht hangen. Wat doet hij als dat akkoord er onverhoopt níet komt? Daarover zwijgen Koolmees en ook premier Mark Rutte. Daarin zit de dubbelhartigheid. Nergens in de Kamerbrief schrijft de minister dat hij de wetsvoorstellen alleen maar voorbereidt om tempo te kunnen maken zodra de polderdeal rond is. Want dat zou betekenen dat al die voorstellen niet doorgaan als die deal uitblijft. In die zin is de brief toch een impliciet dreigement. En zo hebben de vakbonden die ook opgevat.
Uit de brief wordt duidelijk dat het kabinet nog best veel kan zonder de sociale partners. Koolmees is onder meer het volgende van plan:
  1. De fiscale regels zodanig aanpassen dat de doorsneesystematiek verdwijnt. Nu betalen jongeren relatief te veel pensioenpremie en ouderen relatief te weinig. Als er een streep door die systematiek gaat, is dat een stap op weg naar een persoonlijker pensioenpotje.
  2. Daaruit volgt automatisch stap twee, namelijk het mogelijk maken van zo'n persoon pensioenpotje op sectorniveau. Nu maken alleen bedrijven gebruik van de zogeheten Wet Verbeterde Premieregeling. Zonder doorsneesystematiek kunnen ook bedrijfstakpensioenfondsen dat doen. Koolmees noemt dat ook expliciet ‘een persoonlijk pensioenvermogen’.
  3. Volgende stap is leeftijdsafhankelijk beleggingsbeleid. Pensioenfondsen kunnen dan voor jongeren risicovoller beleggen en voor mensen die tegen hun pensioenleeftijd aanzitten voorzichtiger.
  4. Introductie van keuzevrijheid. Heel concreet is de stap om gepensioneerden het recht te geven maximaal 10% van hun pensioen cash op te nemen, bijvoorbeeld om hun hypotheek af te lossen. “Mijn inzet is een wetsvoorstel in het vierde kwartaal van 2019 bij uw Kamer in te dienen”, schrijft Koolmees. Ik lees hier geen enkel voorbehoud richting het polderoverleg. Een volgende mogelijkheid is om mensen tijdens hun werkzame leven een deel van hun pensioenpremie te laten steken in hun eigen huis.
Het is duidelijk: Koolmees pakt de lijn van het regeerakkoord weer voluit op. Namelijk: een meer persoonlijk pensioenpotje. Van die koers was de afgelopen maanden stap voor stap afgeweken omdat de vakbonden een meer solidair en collectief systeem willen. Maar de minister refereert nadrukkelijk aan de ambities van het regeerakkoord:
“Het kabinet gaat de komende maanden aan de slag met een aantal stappen richting een robuuster en persoonlijker pensioenstelsel. (…) Uitgangspunt in het regeerakkoord is dat de vernieuwing van het pensioenstelsel mede vorm krijgt door een overstap op pensioencontracten met persoonlijke pensioenvermogens in de opbouwfase.”
Going down
ONDERTUSSEN KAN KOOLMEES DREIGEN zonder echt te dreigen. Want de beroerde financiële situatie van veel grote pensioenfondsen zorgen er als vanzelf voor dat er druk op de ketel blijft. De Telegraaf meldde vorige week al uitgebreid dat de zogeheten dekkingsgraden van vier van de vijf grootste pensioenfondsen zodanig onder druk staan dat pensioenkortingen dreigen.
Toezichthouder DNB kwam deze week met het officiële overzicht. En zo ziet dat er dan uit. De dekkingsgraad geeft de verhouding aan tussen wat in kas is en hoe hoog de verplichtingen zijn. Bij een dekkingsgraad van 100 is er precies genoeg vermogen om aan alle pensioenverplichtingen te voldoen. Gemiddeld zitten de pensioenfondsen daar nog boven. De rode lijn is een twaalfmaandsgemiddelde.
Pensioendrama.
Gemiddeld gaat het misschien nog wel, maar daaronder zitten veel beroerde cijfers voor individuele fondsen, aldus DNB:
“De voor kortingen op pensioenen relevante beleidsdekkingsgraad daalde voor de sector als geheel met 0,6 procentpunt naar 108,4 procent. Dat ligt weliswaar boven de wettelijk vereiste minimum beleidsdekkingsgraad van 104,2 procent, maar verhult dat het merendeel van de deelnemers pensioenaanspraken heeft bij een fonds met een aanzienlijk lagere beleidsdekkingsgraad.”
Het ziet er niet goed uit. Net als een jaar geleden zit het merendeel van de mensen bij een fonds dat onder de minimum vereiste dekkingsgraad zit, zo concludeert DNB. Dat komt door het zeer slechte beursklimaat, met name in de laatste maand van 2018. En door de extreem lage rente, waartegen de verplichtingen worden verdisconteerd.
DNB telt miljoenen mensen die bij een pensioenfonds zitten die te weinig in kas hebben. Het gaat om 63% van alle werkenden die nog bij zo'n pensioenfonds zitten, 50% van de mensen die in het verleden bij zo'n fonds zaten en 59% van gepensioneerden.
Meteen kwam vanuit de pensioensector om kortingen te vermijden. Wat je van pensioenbestuurders steeds hoort, is dat het niet uit te leggen is dat ook fondsen met een dekkingsgraad boven de 100% moeten gaan korten. Die fondsen sturen erop aan dat ze worden ontzien als ze tussen de 100% en de vereiste 104,2% zitten.
Directeur Peter Borgdorff van Pensioenfonds Zorg en Welzijn schreef deze week:
“Ik vind dat niet te verkopen. Als er minder in kas is dan nodig, dan is een pensioenverlaging noodzakelijk. Anders schuiven we de rekening door naar jongere generaties. Maar snijden in de pensioenen terwijl er meer geld is dan moet worden uitgekeerd, met als doel de kans op een toekomstige verlaging kleiner te maken? Dat is de wereld op zijn kop.”
Klinkt dat logisch? Nou nee. Blijkbaar gaan hij en andere pensioenbestuurders ervan uit dat je solide bent als je exact genoeg in kas hebt voor huidige en toekomstige verplichtingen. Dat is nogal een wiebelige basis. En bedenk dan ook dat dit niet eventjes een tijdelijk moment is van een iets te lage dekkingsgraad. Nee, die fondsen zitten al jaren in een proces van herstel. Ze kregen van voormalig staatssecretaris Jetta Klijnsma maar liefst tien jaar voor hun herstelplannen. Als dat herstel halverwege die termijn niet snel genoeg gaat, moet alsnog worden ingegrepen. Hoeveel coulance wil je hebben? Maar de pensioensector is verslaafd geraakt aan de politieke coulance. Er kan altijd nog een nieuwe versoepeling bovenop.
Dead end street
PLAN A IS PLAN B is plan C is plan D. De Britten kunnen op hun kop gaan staan, maar de Brexit-deal blijft de Brexit-deal. Dat ligt niet zozeer aan starre Europanen. Maar dat komt omdat er geen alternatief is. Het Britse parlement heeft premier Theresa May weer op pad gestuurd met een mission impossible. Ze moet een andere deal sluiten, maar werkelijk niemand heeft duidelijk gemaakt hoe het anders kan.
Veelzeggend is bijvoorbeeld onderstaand radio-interview met Brexit-minister Steve Barclay. Hoe vaak het hem ook gevraagd wordt, hij heeft geen zinnig antwoord op die vraag: wat is dan het alternatief? (Klik hier voor het radiofragment.)
BBC Radio 4 Today
What are the 'alternative arrangements' to avoid a physical border in Ireland that Theresa May will ask the EU for? Brexit Sec @stevebarclay says "that's what we're exploring... the use of technology, the time limit..." #r4today | @bbcnickrobinson | https://t.co/62I2nGqqhP https://t.co/mv2slxXIPw
1:36 PM - 30 Jan 2019
Steen des aanstoots voor veel Britten is de zogenaamde backstop, een noodregeling. Als op 29 maart de transitieperiode begint, moet er een finaal handelsakoord worden gesloten. Lukt dat niet voor eind 2020 dan treedt die backstop in werking. Dat houdt in dat het Verenigd Koninkrijk in een douane-unie met de EU zit. Daarmee blijft de grens tussen Ierland en Noord-Ierland open. Maar zolang de Britten in die douane-unie zitten, hebben ze niet de vrijheid die ze willen bereiken. Bijvoorbeeld de vrijheid om eigen handelsdeals te sluiten met andere landen.
Maar een open grens tussen Ierland en Noord-Ierland is een harde eis vanuit de EU en is ook in het belang van de Britten zelf. Waarom zou je immers het zwaarbevochten Goede Vrijdag-akkoord overboord kieperen en riskeren dat de onrusten in Noord-Ierland weer oplaaien?
Die grenskwestie kan op geen enkele manier worden opgelost. Eerlijk gezegd zie ik ook niet in hoe dat in een finaal handelsverdrag zou moeten. Als de Britten bang zijn dat ze eeuwig in die backstop blijven hangen, dan hebben ze er blijkbaar ook geen fiducie in dat ze in staat zijn een goede einddeal te bedenken voor na de transitieperiode. Ierland en Noord-Ierland blijven liggen waar ze liggen. Dat grensprobleem is onoplosbaar.
Ondertussen komt B-day dichterbij: op 29 maart is het zo ver. Maar beleggers worden er niet meer zenuwachtig van. Blijkbaar gaan die ervan uit dat de Britten op deze heel lelijke manier uiteindelijk toch naar een oplossing strompelen. Óf uitstel, óf een nieuw referendum (en wellicht afstel), óf deze deal. Hoe chaotisch het allemaal ook verloopt, voor een harde Brexit zijn financiële markten al niet meer bang.
Ik help het ze hopen.
Kijk hier mijn video over de laatste verwikkelingen in de Brexit-soap.
Koopkrachtillusie
ZIJN DIE PAAR TIENTJES stijging van ons netto-loon genoeg om alle prijsstijgingen te compenseren? Gaat echt 96% van de Nederlanders erop vooruit? En is die koopkrachtplus dan echt gemiddeld 1,6%, zoals ons is voorgespiegeld? Vooralsnog vinden veel mensen dat moeilijk te geloven. Het kabinet tamboereert erop dat iedereen nu in de portemonnee moet voelen hoe goed het gaat met de economie, maar daardoor zijn we in een ingewikkelde koopkrachtdiscussie terechtgekomen die over tienden van procentpunten gaat.
Op de website Opiniez verscheen een opvallende analyse waarin ‘bedrijfskundige, publicist, ondernemer’ Rutger van den Noort betoogt niet slechts 50% erop vooruit gaat. Hij ging bij budgetinstituut Nibud langs en schreef op wat het Nibud volgens hem verkeerd doet. Nu vind ik het nogal wat dat je vervolgens op de achterkant van een sigarendoosje meent beter tot een ingewikkelde koopkrachtsom te kunnen komen dan de deskundige Nibud én Centraal Planbureau én Centraal Bureau voor de Statistiek bij elkaar. Maar het prikkelt wel en sommige vragen zijn legitiem.
Bij mij blijven twee dingen hangen:
  1. Het maakt in de koopkrachtberekeningen niet uit wat je consumptiepatroon is. Ook al koop je verhoudingsgewijs veel spullen die onder het verhoogde btw-tarief vallen (van 6% naar 9%), voor iedereen geldt de gemiddelde inflatie van 2,4%.
  2. Het maakt in de koopkrachtberekeningen niet uit in welk bedrijf je werkt. Of je nu de bouw zit en 3% extra cao-loon krijgt of in een krimpsector waar je blij mag zijn met 1% extra, voor iedereen geldt de gemiddelde marktloonstijging van 2,8%.
Werken met gemiddeldes is natuurlijk niet raar. Maar het Nibud zegt het CPB na dat 96% van de huishoudens erop vooruit gaan. Dat klinkt heel gedetailleerd. Maar is dat geen schijn?
Bij het CPB legt men uit dat er inderdaad met gemiddelde inflatie en gemiddelde loonstijgingen wordt gewerkt:
“Wij ramen geen groepsspecifieke inflatie. Wij gebruiken de inflatieraming om de jaar-op-jaar verandering in het nominaal besteedbaar inkomen te corrigeren voor een stijging in het algemene prijsniveau in de economie. (…) We hebben ook geconstateerd dat wat betreft de btw-verhoging de verschillen tussen de inkomensdecielen dusdanig klein zijn, dat een groepsspecifieke raming niet zo heel veel uit zou maken.”
En:
“Wij maken een loonraming voor de drie sectoren zorg, overheid en markt. Wij maken geen contractloonramingen voor specifieke bedrijfstakken binnen deze sectoren, maar onze collega’s hebben een studie gedaan naar de spreiding van de contractuele loongroei tussen bedrijfstakken, en hun conclusie was dat deze spreiding beperkt is.”
Nu is het onmogelijk om zelf een goed overzicht te hebben over je eigen koopkracht. Toen ik deze week naar de kapper ging, moest ik €31,50 betalen, terwijl een knipbeurt vorig jaar nog €30,00 was. Een prijsstijging met 5% dus, heel wat meer dan de btw-verhoging rechtvaardigt. Daarop valt mijn oog en dat kleurt mijn beeld over mijn hele koopkracht. Maar dit is natuurlijk maar een klein onderdeeltje. Hetzelfde geldt - zij het groter in omvang - voor de fors gestegen energienota’s van veel mensen. Die hakt er soms flink in, maar zegt nog altijd niks over het totaalplaatje.
Nibud en CPB houden voorlopig vast aan hun geraamde prijsstijgingen, loonstijgingen en daarbij horend koopkrachtplaatje. Maar in maart komt er de herziening van de actuele raming van de Nederlandse economie. Dat is het eerstvolgende moment dat de recente prijsstijgingen worden meegenomen.
Verder blijft het CPB maar benadrukken wat de beperkingen zijn van koopkrachtplaatjes. In Nederland zijn we met elkaar in een groef terechtgekomen. Politici beloven heel specifieke koopkrachtstijgingen, de berekeningen van het CPB worden daarmee heel absoluut. Vervolgens gaan media, opgejut door hun lezers en kijkers, die politici daaraan houden.
De worsteling van het CPB is goed te zien in dit artikel van directeur Laura van Geest:
“Je kunt met de koopkrachtplaatjes in de hand niet bepalen hoe je eigen portemonnee er volgend jaar uit gaat zien.”
De emailbox van college Marlou Visser stroomde vol met lezersreacties. In de krant van zaterdag pakten we ermee uit, lees hier.
Quote de la semaine
“Om geen tijd te verliezen gaat Koolmees alvast aan de slag om noodzakelijke aanpassingen te doen. Koolmees staat open voor suggesties van bonden, werkgevers, pensioenuitvoerders en toezichthouders.”
Persbericht van ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bij pensioenbrief van minister Wouter Koolmees.
Song of the week - Pensioenakkoord of pensioenoorlog?
Bruce Springsteen - War
Zo gaat het er aan toe in Davos en bij Bilderberg
Luister hier de wekelijkse podcast van Herman en Stam en mij, deze keer over Davos, de elite, gele hesjes en de kloof.
Hoe vond je deze editie?
Als je deze nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, dan kun je je hier afmelden.
Als deze nieuwsbrief doorgestuurd is en je wilt je aanmelden, klik dan hier.
Gemaakt door Martin Visser met Revue.