Bekijk profielpagina

Achter de cijfers - Editie #51: Kil Nederland - een vervolg; hoe politieagenten, leraren en verpleegkundigen worden gemangeld

Revue
 
Voor al mijn nieuwsbrief-lezers: een gelukkig nieuwjaar! Ook komend jaar wil ik je graag bijpraten ov
 

Achter de cijfers

5 januari · Editie #51 · Bekijk online
Econoom en journalist Martin Visser praat je wekelijks bij. Wat is het verhaal achter de cijfers? Over pensioenen, lonen en arbeidsmarkt, over robotisering, flexibilisering, over de problemen van de middenklasse, over de houdbaarheid van de euro én van de EU. Links, cijfers en duiding.

Voor al mijn nieuwsbrief-lezers: een gelukkig nieuwjaar! Ook komend jaar wil ik je graag bijpraten over de economische werkelijkheid achter de cijfers. Met een paar hoogtepunten uit het nieuws, een quote van de week en de vaak aangeklikte song van de week. Maar ik trap af met een andere insteek. Ik sloot het jaar af met een column ‘Kil Nederland’, over de verzakelijking en verschraling van de publieke dienstverlening. Waar zowel de 'cliënt’ (alleen dat woord al, brrrr….) over klaagt als de professionals (in gewoon Hollands de agent, de verpleegkundige, de leraar, de rechter, de dokter). Over dat thema ben ik al een tijdje aan het malen. In die eindejaarscolumn zette ik al wat gedachtes op een rij. En die heb ik hieruit al iets meer uitgewerkt, daarbij zwaar leunend op anderen. Dit thema ga ik de komende tijd niet loslaten. Ik zou het leuk vinden er reacties op te krijgen, nieuwe input waar ik verder mee aan de slag kan. Dus veel leesplezier en hou je vast voor deze lange eerste nieuwsbrief!

Kil Nederland - een vervolg
MIJN FEESTDAGEN WAREN UITSTEKEND, want ik had iemand heel blij gemaakt. Ik was een ‘kerstwonder’ nota bene:
Claudia de Breij
🎄kerstwonder

econoom met column @telegraaf van economengeloof in marktwerking gevallen ⭐️🙏 door meisje met krappe voldoende voor economie bij eindexamen 🔥👍#martinvisserrules #inspiratie #NU #danweetjewaarjehetvoordoet https://t.co/UnkPDvGW3R
8:42 AM - 28 Dec 2018
In mijn laatste column van het jaar refereerde ik aan de cabaretvoorstelling #NU van Claudia de Breij (zoals ook in een eerdere nieuwsbrief). Zij verwoordde in die show heel goed hoe menigeen aankijkt tegen de verzakelijking van de gezondheidszorg. Uit mijn column:
“Ken je dat raadseltje van een wolf, een geit en een kool? Die moet je met een bootje veilig aan de overkant krijgen zonder dat ze elkaar opeten. Hoe doe je dat? De Breij gebruikte deze beeldspraak voor de zorg. Denkbeeldig zette de cabaretière haar zieke moeder in zo’n bootje, mét een zorgverzekeraar, een farmaceut en een zorgmanager. Sterkte ma! Hopelijk haal je de overkant!”
Ik schreef dat ik van mijn economen-geloof was gevallen. Gestudeerd in de jaren negentig ben ik een kind van de marktwerking. Maar steeds vaker vraag ik mij af of al die privatiseringen, verzelfstandigingen, bezuinigingen, versoberingen, efficiencyslagen, rationaliseringen en reorganisaties van publieke diensten ons nu iets hebben opgeleverd waar we blij mee zijn. Hebben we de publieke sector niet te economisch benaderd? Met als resultaat een kil en zakelijk Nederland?
Schuld van marktwerking?
Het is te kort door de bocht om ‘de marktwerking’ de schuld te geven van twee failliete ziekenhuizen. Dat snap ik ook wel. Het helpt natuurlijk niet als de minister een ziekenhuis achteloos 'een stapel stenen’ noemt. Ook niet dat er blijkbaar geen plan klaar lag voor het rimpelloos voortzetten van noodzakelijke zorg voor patiënten. Maar die faillissementen zetten me wel aan het denken.
Die marktwerking was nodig om de kosten van de zorg te beteugelen - en dat is nog steeds heel erg nodig - maar het draagvlak voor die manier van organiseren is nog altijd heel broos en wankel. De intenties waren misschien wel goed, maar De Breij verwoordt wel precies hoe veel mensen de zorg nu ervaren. Laten we niet het oude ziekenfonds verheerlijken, maar ergens gaat er wel iets mis.
Probleem is breder
Die ziekenhuizen zijn maar een voorbeeld. De problematiek is breder. Daar denk ik al langer over na, wellicht voor een boek. En langzamerhand wordt dat denken enigszins gekanaliseerd, krijgt het enig kader. Met dank aan onder meer het recente boekje Groter denken, kleiner doen van Herman Tjeenk Willink, voormalig vice-voorzitter van de Raad van State, bijvoorbeeld. Of speeches en interviews van Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau.
Het is een trend van versobering en verzakelijking, ingezet in de jaren tachtig. Overigens niet zonder reden. Want in de jaren vijftig, zestig en zeventig was een verzorgingsstaat opgetuigd die bij nader inzien te gul en daarmee onbetaalbaar was. Dat was reden voor opeenvolgende ministers van Financiën om vooral flink te bezuinigen. Voor mijn gevoel is er in de afgelopen decennia bijna alleen maar bezuinigd:
bron: CPB
bron: CPB
In de economisch crisis van de jaren tachtig was het begrotingstekort opgelopen tot een procent of zes. Het duurde vele jaren voordat dat weer was teruggebracht tot behapbare proporties. Moet je het verschil eens zien met de laatste crisis. Toen schoot de rijksbegroting ook in het rood, tot ruim boven de 5%, maar was die binnen enkele jaren weer terug in het gareel.
Onno Ruding, Wim Kok, Gerrit Zalm, Hans Hoogervorst, opnieuw Gerrit Zalm, Wouter Bos, Jan Kees de Jager, Jeroen Dijsselbloem, Wopke Hoekstra. Voor al die ministers was het de gewoonste zaak van de wereld dat ze vooral op de centen moesten passen, van welke politieke kleur ze ook waren. Zalm voerde zijn beroemde Zalm-norm in. Minister van Financiën zijn in Nederland doorgaans de populairste politici, ook al bezuinigen ze hard. Nederland wil nu eenmaal graag dat ons ‘huishoudboekje’ op orde is.
Het was premier Ruud Lubbers die in 1990 concludeerde dat Nederland ziek was. De WAO groeide uit de hand, bijna een miljoen mensen waren arbeidsongeschikt. En dus moest de WAO worden versoberd. Zelfs de sociaal-democraten werkten daaraan mee, hoe pijnlijk het ook was. Die WAO is slechts een illustratie. Over de hele linie werd ingegrepen in de sociale zekerheid. Het was allemaal te mooi om waar te zijn.
Wind of change
Sinds de jaren tachtig waaide er een andere ideologische wind. In navolging van Ronald Reagan en Margaret Thatcher ging ook Nederland geloven in marktwerking, privatisering en verzelfstandiging. Sneller dan in de rest van Europa werden staatsbedrijven zoals PTT en NS op afstand gezet of helemaal naar de beurs gebracht. Daarbij leken privatisering en marktwerking een doel in zichzelf te zijn, concludeert de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in 2012:
“Begin jaren negentig werd verzelfstandigen wel als wenselijke beleidsoptie gepresenteerd en werden veel meer organisaties verzelfstandigd in de vorm van zbo’s. Er werd hier veel van verwacht: meer efficiëntie bij de verzelfstandigde organisatie, betere kwaliteit van de dienstverlening, en een betere overheid die zich op haar kerntaken kon richten. Dit waren echter theoretische veronderstellingen, zonder dat deze theorie eerst in de praktijk werd getoetst of geëvalueerd.”
Kritiek op de effecten van deze voortvarende manier van op afstand zetten van de overheid bereikte de politiek niet echt (opnieuw de WRR):
“Pas eind jaren negentig/begin tweeduizend kwam de discussie goed los. Men begon zich af te vragen of privatisering en marktwerking niet te veel een ‘doel op zich’ waren geworden, in plaats van een middel om bepaalde doelen (publieke belangen behartigen) te bereiken. Ondanks deze kritiek bleef de algemene koers betrekkelijk ongewijzigd, al werd meer ingezet op het verbeteren van beleidsvoorbereiding.”
Neem Wim Kok die in 1995 zijn beruchte 'ideologische veren’-toespraak hield:
“Vormen van verzelfstandiging en privatisering kunnen dwingen tot een marktconforme en efficiënte bedrijfsvoering, ook waar de overheid bepaalde normen, prestaties en doelstellingen blijft voorschrijven.”
Herman Tjeenk Willink in zijn pas uitgekomen boekje Groter denken, kleiner doen:
“Politisering werd onder Lubbers depolitisering: politieke keuzes werden zoveel mogelijk impliciet gemaakt, met een beroep op de noodzaak om meer ruimte voor de markt te creëren en de ambtelijke organisatie als bedrijf te managen. De overheid moest ook geen groter sturend vermogen krijgen. De maatschappelijke sturingsbehoeften moesten juist terug. Daarvoor werden de zogenaamde operaties ingezet: heroverweging, privatisering, deregulering, decentralisatie en de min 2 procent-operatie.”
Na het tijdperk Lubbers, kwamen de jaren van het Paarse kabinet, waarin minister Hans Wijers van Economische Zaken het grote project MDW deed. Daarbij stond MDW voor Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit. Het bracht ons geliberaliseerde winkeltijden, wat veel draagvlak voor dit project opleverde. Maar MDW was veel meer, een lange lijst aan tal van projecten waarbij overheidstaken op afstand werden gezet en verzakelijkt.
Efficiëntie
Het gebeurde allemaal niet zonder reden en vroeger was echt niet alles beter. Maar zijn we nu blij met het eindresultaat? Is de publieke dienst niet te veel gericht op efficiëntie en te weinig op de menselijke maat? Zijn alle overheidsloketten voor iedereen evengoed bereikbaar? Is alles wat de politiek bedenkt in de praktijk nog uitvoerbaar?
De professional klaagt. De politieagent, de verpleegkundige, de onderwijzer, de machinist enzovoort enzovoort. Want die merken dat er steeds minder ruimte is voor hun eigenlijke taak: mensen ten dienste zijn. In de woorden van Tjeenk Willink (in het eindverslag van zijn formatiewerk in 2017):
“De taakstellingen werden vaak verbonden met reorganisaties, schaalvergroting en uitbreiding van taken, versobering van personele formaties en (her-)huisvesting, digitalisering en beleids- cq. wetswijzigingen. Veel publieke organisaties hebben de afgelopen jaren daarmee te maken gehad. Daarbij was niet altijd sprake van grote consistentie (arbeidsbemiddeling UWV). Tegelijkertijd bleef de tussenlaag tussen de minister die voor het beleid politiek verantwoordelijk is en de professional op de werkvloer stelselmatig buiten beeld. Die tussenlaag bestaat uit ambtenaren en deskundigen, rekenmeesters en onderzoekers, communicatiedeskundigen en toezichthouders, (commerciële) adviseurs en (proces)managers. Het is een tussenlaag geworden van gelijk denken, gelijk spreken en gelijk doen. Zij is vanuit “de overheid” doorgedrongen in beroepsorganisaties en grote uitvoeringsinstanties, in zelfstandige bestuursorganen en private instellingen. Niemand schijnt te weten hoeveel geld in die tussenlaag omgaat.”
Gemangeld
De professional wordt gemangeld door de 'tussenlaag’ die normen en bijbehorende administratie oplegt. De burger is er ook niet gelukkig mee. In de woorden van Kim Putters:
“Burgers zijn steeds meer klanten op een markt geworden die diensten volgens contract afnemen. Publieke uitvoeringsorganisaties, zoals rond uitkeringen, toeslagen of vergunningen, zijn vervolgens vanuit wantrouwen richting burgers gaan werken. Met oneindig veel bureaucratie proberen ze ons te behoeden voor fraude en overvraging.”
Hebben we ons wel gerealiseerd wat we hebben weggegooid met die efficiëntieslag en die verzakelijking? Tjeenk Willink spreekt zelfs van de 'betonrot’ van de publieke sector Waar die rot zichtbaar is, vroeg NRC Handelsblad hem:
“In de groeiende ongelijkheid, de sterkere greep van bestuurders op de rechterlijke macht, en de publieke dienstverlening. De vaste postbode die elke dag door je wijk loopt is verdwenen. De conducteurs zijn van de tram gehaald. Niemand die erover nadacht dat een conducteur niet alleen kaartjes controleert, maar ook een bindende functie heeft. Kleine gemeenten zijn opgeheven. Niet uit domheid, maar uit bestuurlijke rationaliteit. Een hele generatie is opgevoed met het idee dat de overheid een bedrijf is en dat marktwerking goed is in de publieke dienstverlening. Die weg loopt dood.”
Kil Nederland
Zo kwam ik ook tot de kop boven mijn column: Kil Nederland. Putters schetst ook zo'n beeld. Nederlanders zijn niet kil en louter op eigen gewin uit, maar de manier waarop we onze publieke diensten hebben georganiseerd zorgt ervoor dat we kil en koud worden benaderd. Daarbij lopen mensen gemakkelijk stuk op de loketten en bureaucratie:
“De verzorgingsstaat was in afzonderlijk efficiënte systemen ingericht om een gebrek aan inkomen te compenseren, of zorg bij ziekte en bijles bij onderwijsachterstanden. Het leven van burgers loopt echter geen systemen af, je bent niet alleen ziek of werkloos, maar ook student of mantelzorger. Alles moet tegelijkertijd. Daardoor lopen mensen vast in bureaucratie en controles, of vinden hun weg niet naar bezwaar en beroep, terwijl ook zij bijdragen aan het collectief.”
De overheid kan niet meer leveren wat burgers verwachten. En zo ontstaat die frictie. Het is bijvoorbeeld duidelijk dat iemand ervoor moet zorgen dat de zorgkosten niet de pan uitrijzen. Want als de zorgrekening explodeert, dan wordt die op den duur voor onbetaalbaar. Juist dan zijn de zwakste groepen als eerste de klos. Maar hoe komt het dat degene die deze verzakelijking moet uitvoeren, de zorgverzekeraar, zo'n enorme boeman is geworden? Dan gaat er toch iets fout?
Logopedie
Simpel voorbeeld. Mijn dochter gaat wekelijks naar de logopedist. We hebben gekozen voor de logopedie-praktijk met de beste methodes voor haar dyslexie en die ook nog samenwerkt met haar school. Maar uitgerekend deze logopedist is niet gecontracteerd door onze zorgverzekeraar. Andere praktijken in de buurt wel, deze niet. Waarom niet, vroeg ik de zorgverzekeraar? Dat bleef onduidelijk. Ik werd afgescheept met een link naar de website waarop staat hoe hun contracteerbeleid werkt.
Prima hoor, dan betalen we het deels zelf - of we sluiten een restitutiepolis waarmee het ineens wél wordt vergoed. Maar als zorgconsument ontgaat mij de logica volledig. En dan ben ik heen kwetsbare oudere met een krappe portemonnee, die misschien ook minder mondig is. Macro-economisch gezien begrijp ik dat zorgverzekeraars zo werken, als Nederlandse burger heb ik dat begrip veel minder. Kun je nagaan hoe opa en oma dat beleven, die steeds afhankelijker worden en gehecht zijn aan hun dokter in hun ziekenhuis?
Na de verzuiling
Tjeenk Willink stelt dat we in deze post-verzuilingstijd geen alternatief hebben bedacht, een nieuwe manier van samenleven en van organiseren van de overheid waardoor er samenhang in de maatschappij blijft.
“De verzuiling had beperkingen, maar werkte als systeem verbindend. We waren het ideologisch en godsdienstig oneens, maar we wisten ook dat alles uit elkaar zou vallen als we elkaar de tent uit zouden vechten. De gevolgen van de ontzuiling hebben we niet doordacht. Die gevolgen hebben we gemaskeerd door in de jaren tachtig en negentig te gaan depolitiseren. We vroegen ons af wat economisch goed was, of efficiënt. Wat consultants sindsdien allemaal hebben aangericht. Je kan wel politiebureaus sluiten omdat je digitaal aangifte kan doen. Maar het menselijke gezicht is verdwenen.”
(Luister ook het mooie interview op Radio 5 van Elsbeth Gruteke met Freek de Jonge waarin hij ook ingaat over de gevolgen van de weggevallen rol van kerk, religie en de zuilen.)
Kim Putters ziet een overgang in de maatschappij, zo zegt hij, verwijzend ook naar de aanbevelingen van de staatscommissie-Remkes:
"We lijken te leven in de overgang naar een nieuw type samenleving, waar in alles verandert op de arbeidsmarkt, in het sociale leven en in de politiek. De macht lijkt opnieuw verdeeld te moeten worden tussen burgers, politiek en samenleving.”
Abstract?
Het is allemaal misschien een tikkeltje abstract (en hoogdravend?). Maar denk dan aan de Belastingdienst. Ooit een toonbeeld van hoe je een overheidsorganisatie runt. Inmiddels volledig vastgelopen in alle politieke wensen van uitzonderingen, toeslagen, extra regels enzovoort.
Of: denk aan de politieagent die klaagt over het aantal uren dat hij of zij kwijt is aan administratie.
Of: denk aan de postbode. Bij mijn terugkomst eind 2012 na vijf jaar Brussel viel mij in de straat op dat de type postbezorgers in korte tijd totaal was veranderd. België kende nog een vaste facteur, in Nederland was die ingeruild voor een flexwerker, en is de postbode echt aan de onderkant van de arbeidsmarkt beland.
Of: denk aan de eindeloze wachttijd aan de telefoon als je een klantenservice probeert te bereiken. Aan de thuiszorgmedewerker die strikt opgelegd krijgt hoeveel minuten er aan een 'cliënt’ mag worden besteed.
Of: denk aan de vakbonden die nu al jarenlang het gevoel hebben dat ze alleen maar verslechteringen te verstouwen krijgen. Dan wel in cao’s, dan wel in SER-akkoorden waar ze zelf medeverantwoordelijk voor moeten zijn. Met de rug tegen de muur proberen ze die veranderingen te vertragen.
Al deze gedachten dwaalden al langere tijd door mijn hoofd. Lang niet altijd zo mooi geformuleerd als ik nu uit andermans speeches en boeken haal. Maar het kwartje viel dus op 19 oktober 2018, in het Zaantheater in Zaandam. Bij Claudia de Breij.
Hoe vond je deze editie?
Als je deze nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, dan kun je je hier afmelden.
Als deze nieuwsbrief doorgestuurd is en je wilt je aanmelden, klik dan hier.
Gemaakt door Martin Visser met Revue.