Bekijk profielpagina

Achter de cijfers - Editie #47: over oude AOW-afspraken, Ruttes zware beroepen en een teleurstellend loononderzoek

Revue
 
Is er nog wat gebeurd deze week buiten de pensioenen om? Ik ben alleen maar met die mislukte onderhan
 

Achter de cijfers

24 november · Editie #47 · Bekijk online
Econoom en journalist Martin Visser praat je wekelijks bij. Wat is het verhaal achter de cijfers? Over pensioenen, lonen en arbeidsmarkt, over robotisering, flexibilisering, over de problemen van de middenklasse, over de houdbaarheid van de euro én van de EU. Links, cijfers en duiding.

Is er nog wat gebeurd deze week buiten de pensioenen om? Ik ben alleen maar met die mislukte onderhandelingen bezig geweest. Monomaan. Maanden werkten we toe naar de apotheose van het pensioenoverleg. En daar was die dan dinsdagavond. Vanwege alle drukte is deze nieuwsbrief in aantal onderwerpen dus beperkt. Maar ik heb een reeks linkjes onderaan naar tal van pensioenproducties. Verder schrijf ik over het oude zeer bij de vakbeweging en over een teleurstelling CPB-rapport over de lonen. Veel leesplezier!

Oud zeer
Overtroffen
Actie voeren tijdens de onderhandelingen.
MARK RUTTE ONDERHANDELDE IN het hier en nu, vakbond FNV zeulde 2010 nog met zich mee. Oud zeer bij de vakbeweging én oude afspraken speelde de stroeve pensioenonderhandelingen parten. Dat blijft hangen nadat collega Jorn Jonker en ik talloze mensen spraken voor een reconstructie van het mislukte overleg. Eén bron sprak van ‘een diep wantrouwen richting de politiek’.
In de berichtgeving is het tot nog toe wat onderbelicht gebleven. Natuurlijk, het is duidelijk dat pensioen een diep gevoeld trauma is in de FNV. In 2010 sloten voorzitter Agnes Jongerius en vice-voorzitter Peter Gortzak een pensioenakkoord dat in de uitwerking in 2011 dramatisch fout liep (lees in de reconstructie hoe Gortzak begin dit jaar ineens weer een rol speelde in het pensioenoverleg). De eigen bonden kwamen in opstand tegen de vakcentrale. Maar niet alleen dit trauma speelde een rol, ook de afspraken die toen wel degelijk zijn gemaakt.
De belangrijkste is de deal over de AOW. In 2010 lag er een afspraak van de Stichting van de Arbeid, het overlegorgaan van werkgevers en vakbonden. De AOW-leeftijd zou omhoog gaan, naar 66 jaar in 2020. Daarna zou elke 5 jaar de leeftijd meestijgen met de levensverwachting. Toen al wisten de sociale partners dat dit zou betekenen dat de AOW-leeftijd in 2025 op 67 jaar uit zou komen. (Saillant is trouwens dat ook de polder toen uitging van een één-op-één-koppeling van levensverwachting en AOW-leeftijd, oftewel: elk gewonnen levensjaar wordt langer gewerkt.)
De FNV voelde zich vervolgens meermaals belazerd door de politiek. Eerst was daar de Kunduz-coalitie, de gelegenheidsmeerderheid in de Tweede Kamer die het net gevallen kabinet-Rutte 1 in 2012 moest helpen met een pakket bezuinigingen. Daar werd de AOW-leeftijd op 67 jaar geprikt in 2023, een versnelling. De verhoging zou beginnen in 2013, en niet in 2020.
Onder Rutte 2 is de AOW-leeftijd nogmaals versneld verhoogd. Naar 67 jaar in 2021. In de beleving van de FNV zijn de polderafspraken dus tweemaal terzijde gelegd. Dat voedde niet alleen wantrouwen richting centrum-rechts, maar ook richting linkse politiek vrienden. De versnelling van Kunduz kwam tot stand met GroenLinks, de versnelling van Rutte 2 met de PvdA. Ziedaar het 'diepe wantrouwen’.
Verder verdween bij Kunduz de flexibele AOW en is van de fraaie belofte dat er iets gedaan zou worden voor mensen met zware beroepen niets meer vernomen. Nog meer oud zeer. Niet voor niets circuleert de laatste dagen een filmpje waar toen nog fractieleider Mark Rutte eind 2009 plechtig belooft dat er iets geregeld wordt voor mensen met een zwaar beroep:
jan struijs
Veel mensen bij politie en andere mensen met een zwaar beroep attendeerde mij op deze uitspraak! @NPBactueel @fnv https://t.co/gkjm8CV9ON
5:38 PM - 21 Nov 2018
De FNV heeft dus voortdurend het gevoel gehad achteruit te onderhandelen. Aanvankelijk eiste de bond een bevriezing van de AOW-leeftijd op 66 jaar. Dan was er tijd om eens rustig na te denken over het tempo waarop die leeftijd in de toekomst zou moeten stijgen. Maar die bevriezing was totaal onhaalbaar. Toen suggereerde de FNV om dan naar 67 jaar te gaan in 2025 en vanaf dan de koppeling met de levensverwachting te veranderen. Elk gewonnen levensjaar voor de helft naar werkjaren en voor de helft naar pensioenjaren. Die laatste eis zou structureel € 6 miljard per jaar kosten. Daarvoor zou een totaal nieuw financieel plaatje moeten worden gemaakt van het regeerakkoord. Onhaalbaar dus.
Het kabinet bood eerst 67 jaar in 2023, toen in 2024. En de koppeling met de levensverwachting zou dan door een commissie worden onderzocht. Met een duidelijke boodschap van het kabinet erbij dat de huidige één-op-één-koppeling onhoudbaar is. Maar de hele historie van AOW en pensioen indachtig restte bij de FNV alleen maar diepe teleurstelling. En dat het na zo'n commissie vanzelf goed zou komen, geloofde de FNV niet. Daarvoor was het vertrouwen in het verleden te vaak geschonden.
Achterblijvende lonen
BIJ HET CENTRAAL PLANBUREAU begrepen ze er ook niks van. Hoe kan het nou dat de lonen zo traag stijgen terwijl de krapte op de arbeidsmarkt al zo nijpend is? De meest gehoorde antwoorden: flexwerkers drukken de lonen, globalisering drukt de lonen, robots drukken de lonen en er is nog veel (onzichtbaar) arbeidspotentieel. Reden voor het CPB om dit eens uit te zoeken.
Vrijdag kwam dan dat rapport, Vertraagde loonontwikkeling in Nederland ontrafeld. Conclusie: voor de impact van flexibilisering, globalisering en robotisering zijn geen harde bewijzen gevonden:
“Globalisering, technologische vooruitgang en marktmacht kunnen een rol spelen bij de loongroei. In de wetenschappelijke literatuur worden deze factoren genoemd als mogelijke verklaring voor de daling van het loonaandeel. (…) Voor Nederland kunnen deze factoren van belang zijn, maar op basis van ons huidige onderzoek kunnen we niet aangeven of en in welke mate dat het geval is.”
Het CPB richt zijn pijlen op twee andere aspecten: arbeidsproductiviteit en inflatie. De onderzoekers constateren dat de prijzen niet zo hard stijgen waardoor er minder opwaartse druk op de lonen is. En de productiviteitsgroei blijft achter, ook een factor die de loongroei drukt. Willen we hogere reële lonen (loon minus inflatie), dan moet de productiviteit omhoog:
“Om de reële lonen in de toekomst sterker te laten stijgen is het van belang dat de arbeidsproductiviteit sneller toeneemt.”
Hier zie je hoe de groei van de arbeidsproductiviteit zich verhoudt tot de groei van de reële lonen:
bron: CPB
Hoge groei van lonen en van arbeidsproductiviteit in de jaren zeventig, amper groei van lonen en van arbeidsproductiviteit in recente jaren. Dat zou de oplossing van de puzzel zijn. Bas Jacobs, hoogleraar te Rotterdam, laat zich zeer kritisch hierover uit op Twitter. Hij begrijpt niet waarom het CPB niet dieper in de oorzaken is gedoken van de achterblijvende productiviteitsgroei:
Bas Jacobs
Het is niet te begrijpen dat het CPB in haar studies naar de lage loongroei geen aandacht heeft voor ‘hysterese’ door de Grote Recessie. Hysterese is het verschijnsel dat vraaguitval leidt tot permanente schade aan het aanbod van de economie. /1 https://t.co/BnKAmBHgkr #cpb
11:30 AM - 24 Nov 2018
Ik vind de studie om nog een andere reden zeer teleurstellend. Het CPB focust op de ontwikkeling van de lonen als zodanig. Daarbij spelen inflatie en arbeidsproductiviteit inderdaad een rol. Maar het debat ging nu juist over de verhouding tussen arbeid en kapitaal, oftewel het deel van het nationaal inkomen dat naar werkenden gaat en het deel dat naar bedrijven gaat. Dan moet je naar heel andere factoren kijken.
Ik hoop dat ik het begrijpelijk kan uitleggen. Hier gaat ie. Om te beginnen gaat het in die verhouding tussen arbeid en kapitaal om reële lonen. Prijzen stijgen. Bedrijven berekenen die door in hun producten, werknemers krijgen die bij een gelijkblijvende verhouding tussen arbeid en kapitaal gecompenseerd. Inflatie kan dus buiten haken.
Groei van de arbeidsproductiviteit kan ook buiten haken. Alleen als een werknemer betaald wordt voor alle extra productie die hij per uur levert, blijft de verhouding tussen arbeid en kapitaal gelijk. Oftewel: als de verdeling van het nationaal inkomen over werkenden en bedrijven steeds constant zou zijn, komt dat omdat de stijging van prijzen en van productiviteit precies in de lonen verwerkt worden.
Maar feit is dat die verhouding niet constant is. Het aandeel voor werkenden neemt af! Daarvoor moet je je dus afvragen waarom werkenden niet meer de prijsstijging en hun toegenomen productiviteit gecompenseerd krijgen. In deze studie noemt het CPB dat het loonaandeel. En die doet dit:
bron: CPB
Wat is hier aan de hand? Waarom krijgen werkenden een steeds kleiner deel van de koek? Lagere productiviteitsgroei en lagere inflatie verklaren bescheiden loonstijgingen. Maar het dalende loonaandeel (en dus het stijgende deel voor bedrijven en aandeelhouders) wordt hiermee niet verklaard. Als we er inderdaad in zouden slagen de productiviteit te verhogen in Nederland is dus helemaal niet gezegd dat dit geheel ten goede komt aan werkend Nederland.
Hoezo is hiermee de vertraagde loonontwikkeling in Nederland ontrafeld?
Quote de la semaine
Overtroffen
“Ik vind dat het kabinet een zeer ruimhartig aanbod heeft gedaan waarvan ik ook merkte bij de vakbeweging dat het eerder hun verwachtingen overtrof dan ondertrof. Maar feit is heat het uiteindelijk toch niet gelukt is.”
Premier Mark Rutte op zijn wekelijkse persconferentie over de mislukte pensioenonderhandelingen.
Song of the week - Hoe moet het nu met pensioen?
Later is allang begonnen met video
Tot slot
Hmmm… misschien een beetje veel pensioenen deze week. Volgende week maar eens een ander onderwerp oppakken?

Hoe vond je deze editie?
Als je deze nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, dan kun je je hier afmelden.
Als deze nieuwsbrief doorgestuurd is en je wilt je aanmelden, klik dan hier.
Gemaakt door Martin Visser met Revue.