Bekijk profielpagina

Achter de cijfers - Editie #179: Hup met die lonen! Nederland op slot. En: waar staat de pensioengeldboom?

Revue
 
 

Achter de cijfers

5 november · Editie #179 · Bekijk online

Econoom en journalist Martin Visser praat je wekelijks bij. Wat is het verhaal achter de cijfers? Over pensioenen, lonen en arbeidsmarkt, over robotisering, flexibilisering, over de problemen van de middenklasse, over de houdbaarheid van de euro én van de EU. Links, cijfers en duiding.


Urenlang debatteerde de Tweede Kamer over het nieuwe pensioen. Het Kamerdebat liep zo ontzettend uit dat minister Carola Schouten nog niet eens aan het woord is gekomen. Dat debat wordt vervolgd. Nu de stemming over het pensioenplan dichterbij komt, nemen de emoties toe. Critici roeren zich, in de hoop toch nog het politieke sentiment te kunnen beïnvloeden. In deze nieuwsbrief ga ik in op de hoofdlijnen.
Verder kwam er een opmerkelijke analyse van De Nederlandsche Bank (DNB) voorbij. Daarin zegt DNB dat bedrijven meer dan voldoende vet op de botten hebben om de lonen harder te laten stijgen. Ook is de uitspraak van de Raad van State over de bouwvrijstelling heel relevant. Gaat Nederland nu helemaal op slot?
De laatste weken neemt het aantal abonnees gestaag toe. Leuk om te zien! Misschien wil jij ook wel reclame maken in je vriendenkring, onder collega’s of bij familieleden. Likes en reacties zijn ook weer van harte welkom.
Zoals iedere week: veel leesplezier!

Diemerpark, Amsterdam.
Diemerpark, Amsterdam.
Bouwstop
Volgens het kabinet was het een tegenvaller, maar de uitspraak van de Raad van State kon je van mijlenver zien aankomen. Deze week hield de bouwvrijstelling geen stand voor de rechter. Bouwprojecten mogen niet meer worden uitgezonderd van de geldende stikstofregels. Deze vrijstelling was eerder bedacht, als handigheidje, om te voorkomen dat Nederland helemaal op slot zou gaan. Bij de bouw komt (vaak) stikstof vrij, maar dat is van tijdelijke aard, zo was de redenering. Dus kunnen we dat net zo goed oogluikend toestaan.
Dit tijdelijke karakter kwam in de verdediging van de Staat nadrukkelijk terug. Maar de Raad van State accepteert dat in de uitspraak niet als reden om de bouw uit te zonderen:
“Het feit dat de aangewezen activiteiten van de bouwsector bij elk afzonderlijk project een tijdelijk karakter hebben en steeds op een andere locatie plaatsvinden, maakt de stikstofdepositie van deze activiteiten ook niet zonder betekenis op een hoger schaalniveau. Een stikstofdepositie die wordt veroorzaakt door tijdelijke activiteiten blijft immers langdurig in de bodem achter. Dit betekent dat de bouwsector als geheel een langdurige stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden kan veroorzaken, door een combinatie en opeenvolging van activiteiten in de bouwfase van individuele projecten.”
En dus gaat er een streep door die uitzondering voor de bouw. Zoals gezegd niet heel verrassend, want Johan Remkes (gespreksleider, bemiddelaar, manusje van alles) wees hier in zijn rapport al op:
“De bouwvrijstelling staat juridisch ter discussie en een uitspraak van de Raad van State wordt op korte termijn verwacht. Experts verwachten dat de bouwvrijstelling van tafel gaat. Daarmee kan er op korte termijn nog minder vergund of gebouwd worden dan nu al het geval is. Economen wijzen op de grote economische gevolgen van het stilvallen van de bouw. Vele mensen wijzen op het effect van te weinig woningen.”
Opeenvolgende kabinetten hebben zichzelf helemaal vastgedraaid door zo lang te talmen met effectief stikstofbeleid. Eerst zette Raad van State een streep door de Programma Aanpak Stikstof (de Pas) waarmee projecten door mochten gaan als er in de toekomst stikstof teruggedrongen zou worden. Ook zo'n pragmatisch handigheidje. En nu is ook dit geitenpaadje afgesloten. De politiek zit muurvast en móet iets doen. Laat dat nu net het advies van Johan Remkes zijn: kabinet, doe iets!
Logisch dus dat Bouwend Nederland woensdag opriep nu snel die piekbelasters uit te kopen, ‘als de bliksem’, in de woorden van bouwbaas Maxime Verhagen. (Wanneer zat deze CDA'er ook alweer in de landelijke politiek?) Verhagen sluit aan bij het dringende advies van Remkes. Maar laat het kabinet daarmee nu net enorm in zijn maag zitten. Want het klonk zo gemakkelijk, zoals Remkes het zei, maar de praktijk is weerbarstig.
Zomaar 500, 600 piekbelasters binnen een jaar uitkopen klinkt logisch. Maar nu komen alle dilemma’s en vragen op tafel. Wie zijn die piekbelasters precies? Moeten dat er 500 tot 600 zijn of mogen het er ook minder zijn? Zijn dat vooral boeren of ook industriële bedrijven? En in welke regio’s? Moet je gedwongen uitkopen of zijn er mildere opties mogelijk? Is het tijdpad van een jaar wel haalbaar? En blijft het bij die 500 tot 600? Op die laatste vraag is het antwoord nadrukkelijk ‘nee’. Iedereen leek over het hoofd te zien dat dit pas stap één is in het plan-Remkes. Om de eerste nood te lenigen. Het FD schreef onlangs dat er al een veel grotere inventarisatie wordt gemaakt over de aanpak van veel meer (agrarische) bedrijven: “Het kabinet werkt volgens deze bronnen aan een nieuw plan dat zeven keer zo veel boeren op de korrel neemt.”
Ondertussen bakkeleien ministers onderling lekker door. Landbouwminister Piet Adema concludeert op basis van ‘Remkes’ dat de stikstofdeadline van 2030 op losse schroeven staat. D66 en VVD reageren als door een adder gebeten. Doet Adema hier nu een Wopke-shuffle? Overigens heeft Remkes juist die ruimte gelaten door 2030 te laten staan, maar tegelijkertijd te erkennen dat dat jaar wellicht niet haalbaar is. Oftewel: die kwestie is ook nog niet opgelost.
Komt er nu een volledige bouwstop? De Raad van State zelf zegt van niet:
“Dit betekent niet dat er na deze uitspraak sprake zal zijn van een algehele bouwstop in Nederland. Net als in de situatie van voor de bouwvrijstelling, blijft het mogelijk om voor een plan of project een voortoets uit te voeren en, zo nodig, een passende beoordeling te maken.”
Bouwprojecten zullen een vergunning moeten aanvragen en eventuele stikstofuitstoot moeten compenseren. Op zijn minst leidt dat tot vertraging, ook bij de bouw van broodnodige woningen. Maar veel experts vrezen dat er in de praktijk een (gedeeltelijke) bouwstop komt, omdat die compensatie lang niet altijd mogelijk is en emissieloos bouwen ook niet altijd kan. Op de uitkoop van piekbelasters kan de bouw ook nauwelijks wachten, want met al het gekibbel in Den Haag zal die oplossing voorlopig nog op zich laten wachten.
Lonen
Er is ruimte zat voor nog meer loonsverhoging. Was getekend, De Nederlandsche Bank (DNB). De centrale bank is bang voor een loon-prijsspiraal en houdt de ontwikkelingen van prijzen en lonen daarom scherp in de gaten. Maar volgens een net uitgekomen analyse van DNB blijkt van zo'n spiraal nog absoluut geen sprake. Sterker, er kan vanuit werkgeverszijde best een tandje bij.
Een loon-prijsspiraal doet zich voor als de lonen in hetzelfde tempo meestijgen met de prijzen. Ondernemers rekenen die gestegen loonkosten vervolgens weer door in de prijzen. Waarop vakbonden weer hogere lonen eisen en een spiraal in gang is gezet. Dat wil een centrale bank absoluut niet, want zo blijft de inflatie maar aangejaagd worden.
Daarom nam DNB-president Klaas Knot meermaals stelling tegen de FNV-eis van een automatische prijscompensatie (apc). Dat cao-instrument bestond in Nederland eigenlijk niet meer, op een paar haven-cao’s na. In België is de apc heel normaal, al is daar nu ook discussie over. Als er een apc in de cao staat, dan gaan de lonen automatisch omhoog met het inflatiecijfer van een vooraf vastgelegde maand. In de praktijk komt er van deze FNV-eis weinig terecht, constateert DNB:
“Het risico op een loon-prijsspiraal neemt toe als lonen met een zekere mate van automatisme reageren op de eerder gerealiseerde of voor het komende jaar verwachte inflatie. Dit risico lijkt op dit moment laag, omdat het aantal cao’s met clausules over automatische prijsindexatie (apc) in Nederland beperkt is. Van de ruim 800 cao’s kennen slechts enkele tientallen cao’s een vorm van prijsindexatie. In totaal hebben deze cao’s met apc betrekking op zo’n tienduizend werknemers. Dit is minder dan 1% van het totale aantal werknemers.”
Zelfs in de cao voor het eigen FNV-personeel werd afgelopen mei niet zo'n automatische prijscompensatie afgesproken. Zou de FNV zich realiseren dat dit als werkgever onbetaalbaar is? En erg riskant? Want je weet vooraf niet waarvoor je tekent. In sommige maanden is de inflatie nu zó uitzonderlijk hoog. Als je net die maand als ijkpunt in je cao hebt staan, ben je als werkgever de sjaak. Zit je ineens aan een loonstijging van 17% vast bijvoorbeeld.
Dat overkwam bijvoorbeeld de schildersbranche. Dat is een van de weinige cao’s waarin recent die apc is geïntroduceerd. IJkpunt was de afgeleide prijsindex van de maand juli. Waarom de afgeleide prijsindex is me een raadsel, want dat is het inflatiecijfer exclusief overheidsingrijpen. Dus daar wordt bijvoorbeeld de btw- en accijns-verlaging niet in meegeteld. Een effect op de inflatie die iedereen wel degelijk merkt. De gewone prijsindex was die maand 10,3%, de afgeleide was 12,4%. De schilderslonen hadden dus met 12,4% moeten stijgen. Maar toen is de cao op verzoek van de werkgevers opengebroken, want deze rekening vonden ze te gortig. En is alsnog de gewone inflatie als ijkpunt genomen. En stegen de lonen ‘maar’ 10,3%.
DNB kijkt in zijn analyse naar de gemiddelde winstgevendheid van bedrijven en naar het aandeel dat de lonen hebben in het totaal verdiende inkomen in Nederland, de zogenaamde arbeidsinkomensquote (aiq). Daarin ziet de centrale bank nog wel degelijk voldoende vet op de botten bij bedrijven om meer loonsverhoging uit te delen dan nu het geval is:
“Ook de financiële gezondheid en de winstmarges van bedrijven wijzen op een goede macro-economische uitgangspositie en duiden op ruimte om een zekere mate van loonstijging te absorberen. Verschillende indicatoren voor de winstgevendheid laten zien dat de winstquote (gedefinieerd als exploitatieoverschot/bruto toegevoegde waarde) boven het langjarige gemiddelde lag. In lijn met de sectorale aiq, was de (netto) winstquote in 2021 bovengemiddeld in de bouw, vervoer & opslag, handel en industrie.”
Opnieuw hebben we nu de merkwaardige situatie dat uitgerekend doorgaans conservatieve mensen als Klaas Knot en ook Mark Rutte de vakbonden aanmoedigen om vooral meer loon te eisen. Blijkbaar heeft de Nederlandse vakbeweging die stimulans nodig.
Pensioen
Get on with it! (Monty Python)
‘Monty Python and the Holy Grail’ is een geweldige film. Heerlijk absurd ook. Als het verhaal dreigt de ontsporen in zijpaden, roepen de karakters de film tot de orde: “Get on with it!” Zou minister Carola Schouten van Pensioenen dit soms ook niet denken? Of dan toch NS-baas Wouter Koolmees, de architect van het pensioenplan, die zich deze week bij Op1 niet kon inhouden en ‘zijn’ plan hartstochtelijk verdedigde.
In 2019 is er na tien jaar onderhandelen eindelijk een Pensioenakkoord gesloten tussen kabinet, werkgevers en vakbonden. Vervolgens duurde het een jaar voordat deze drie partijen dat akkoord concreet hadden uitgewerkt. Dan gaat er nogal wat tijd overheen om hier een wetsvoorstel van te maken. Toenmalig minister Koolmees moest de ingangsdatum met een jaar uitstellen tot 1 januari 2023. Zijn opvolger Schouten mag het wetsvoorstel verdedigen in de Tweede Kamer en moest ook al met een half jaar uitstellen tot medio 2023.
De afgelopen maanden is in de Kamer al uren besteed aan de Wet Toekomst Pensioenen. In talloze hoorzittingen en wetgevingsoverleggen. En afgelopen woensdag was dan eindelijk de plenaire behandeling ervan. Die vervolgens weer zó lang duurde dat het debat niet kon worden afgerond. Sterker nog, de minister was nog niet eens aan het woord geweest. Professioneel luis in de pels (of pain in the ass, het is maar wie je het vraagt) Pieter Omtzigt had zelfs meer dan 1,5 uur spreektijd aangevraagd én gebruikt.
Pieter Omtzigt bijdrage plenair pensioendebat
Het gaat maar door en door. En nog altijd is er kritiek en zijn er vragen. Van oppositiepartijen én van talloze deskundigen. Je merkt aan alles dat de makers van dit voorstel dat zo langzamerhand niet meer trekken. Zo kwam er maandag een brandbrief van ruim veertig prominenten, die op tal van aspecten kritisch zijn op dit pensioenplan. Schouten verwijt in een reactie deze briefschrijvers dat ze maar door blijven emmeren over de rekenrente, een heel oude discussie. Maar de brief ging over zoveel meer.
En het zijn niet alleen deze oud-bestuurders en oud-politici die waarschuwen. Ook veel adviseurs, actuarissen en hoogleraren zijn in de hoorzittingen kritisch geweest. De grote vragen zijn: is dit nieuwe pensioen wel zo koopkrachtig, is het wel zo transparant en sluit het wel zo goed aan bij de arbeidsmarkt? Drie expliciete doelen van het kabinet en de polder. Drie doelen waar grote vraagtekens bij te plaatsen zijn.
Deels is dit een klassiek glas-halfvol-glas-halfleeg-verhaal. Het nieuwe pensioen is ook niet ideaal, maar is het in ieder geval niet beter dan het huidige? Nu zijn er dingen belooft die het huidige stelsel helemaal niet kan waarmaken. Stap dan over op een reëler pensioencontract, zonder garanties en dus met meer onzekerheden. Je kunt ervoor zijn dat er meer keuzevrijheid zou moeten komen dan nu het geval is. Dat het pensioen nog individueler wordt. Dat het nog minder complex wordt. Dat zal bijvoorbeeld Koolmees vermoedelijk allemaal beamen. Maar zijn perspectief was: het is dit, of niks. En dan liever dit.
Dat is absoluut waar. Ik hoor zeker niet bij de mensen die bij de stijgende rente en de dalende beurskoersen nu zegt dat het oude pensioenstelsel zo gek nog niet was. Als je dat vindt, dan ben je wel heel kort van memorie. Maar het is wel de vraag of het best haalbare compromis goed genoeg is. Of is nu net niks?
Mijn grootste bezwaar zit in de keuze om al het opgebouwde pensioenvermogen over te hevelen van systeem A naar systeem B. Je pakt €1500 miljard op uit een zeker stelsel met strenge regels en zet dat om in een onzeker pensioen met soepele regels. Juist de herverdeling van die pot in een nieuw contract brengt risico’s met zich mee. Heel grote risico’s. Daar wijzen ook tal van actuarissen op.
Dat zijn uitvoeringsrisico’s (kunnen we dit allemaal wel aan?), financiële risico’s (pakt de herverdeling voor alle generaties goed uit?) en juridische riscio’s (leidt dit niet tot een stortvloed aan claims en houdt dit dan stand bij de rechter?). Ook daar wijzen die brandbriefschrijvers op:
“Het invaren van de bestaande pensioenrechten in het nieuwe pensioenstelsel wordt de grootste omzettingsoperatie die ooit in ons land is uitgevoerd. De herverdelingsoperatie van ruim 1500 miljard euro over bijna 10 miljoen deelnemers is in onze geschiedenis ongekend en zal alles van de uitvoeringsorganisaties vragen om dit in goede banen te leiden. Wat daarbij opvalt, is dat het kabinet in het wetsvoorstel nogal optimistisch is over de mogelijkheden om dit allemaal adequaat uit te voeren. Een optimisme dat nauwelijks gestoeld kan zijn op recente ervaringen met grote uitvoeringsorganisaties in ons land.”
Onder de ondertekenaars zitten inderdaad veel mensen die zich al jaren roeren in de rekenrente-discussie, vandaar de enigszins geïrriteerde reactie van Schouten. Maar er worden ook andere kritische noten gekraakt. En als je dan niet bereid bent naar deze oud-bestuurders en oud-politici te luisteren, dan kun je altijd nog terecht bij bedachtzame actuarissen zoals Agnes Joseph van Achmea. Ook zij pleit ervoor dat je die honderden miljarden niet in een klap moet omzetten, maar dat je stap voor stap van het ene pensioenmodel in het andere moet groeien. Dan kom je uiteindelijk uit op dat nieuwe pensioencontract, maar je laat bestaande rechten ongemoeid.
Het ministerie en toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) zien dit niet zitten. Waarom niet? Omdat ze dan decennialang vastzitten aan twee modellen en twee toezichtskaders. Gedoe dus. Maar je kunt er vergif op innemen dat er wel degelijk pensioenfondsen zullen zijn die er zelf voor kiezen om alle bestaande rechten achter te laten in een soort sterfhuisconstructie en het nieuwe pensioen van nul af op te bouwen. Die twee modellen naast elkaar komen er dus toch wel.
Wie ook tegen is? Dat is de vakbond en met de vakbonden de grote pensioenfondsen. Want als je niet gaat ‘invaren’, het omzetten van oude rechten in een nieuw pensioencontract, dan kun je ook de grote tovertruc niet toepassen. En die tovertruc is dat je nu met de strenge rekenrenteregels moet werken en straks met het soepele projectierendement. Oftewel: wat nu een karig pensioen lijkt door de strenge rekenregels ziet er op papier straks veel fraaier uit omdat met een andere rente mag worden gerekend. Vandaar dus dat FNV-voorzitter Tuur Elzinga steeds weer belooft dat iedereen erop vooruitgaat met het nieuwe pensioen.
Maar in de kleine lettertjes staat: daar hoort ook een grote risico bij. Dus een zeker pensioenrecht is omgezet in een onzeker pensioenvooruitzicht. Of in de woorden van pensioenexpert Jacintha van Bijnen van onderzoeksbureau Aon:
“Iedereen gaat erop vooruit? Dat kan gewoon niet, want waar staat die geldboom dan? Iedereen met een beetje boerenverstand kan toch bedenken dat dat niet waar kan zijn?”
'Grote pensioenfluctuaties'
Als we dit jaar het nieuwe pensioenstelsel al zouden hebben gehad, dan waren ouderen in de eerste helft van het jaar 3,5% gekort op hun pensioen. En om gepensioneerden een koopkrachtig pensioen te geven, moet zeker de helft van hun pensioenvermogen in aandelen worden belegd. Twee conclusies van analyses die actuaris Henk Bets van adviesbureau Confident heeft gemaakt. Analyses die illustreren hoe het nieuwe pensioencontract gaat werken. Ik sprak hem deze week.
Meer dan veertig brandbriefschrijvers waarschuwen dat je nú het nieuwe pensioen niet moet invoeren vanwege de economische onzekerheid en hoge inflatie. Bent u het daarmee eens?
“Ook al zaten we nu in een situatie van een normale inflatie, van een procent of 2, dan zou ik het nog niet verstandig vinden om over te stappen. Ik zie überhaupt geen verstandig moment.”
U bent sowieso tegen de overstap naar dit nieuwe stelsel? Waarom?
“Omdat er een aantal tekortkomingen zit in het wetsvoorstel. Daar moet je eerst iets aan doen voordat je dit plan kunt aannemen.”
Welke tekortkomingen dan?
“Ten eerste omdat het nieuwe stelsel niet zal leiden tot een koopkrachtig pensioen. Uit mijn berekeningen blijkt dat je het pensioenvermogen van ouderen voor minstens 50% in aandelen moet beleggen om bij een gemiddelde inflatie van 2% de koopkracht te kunnen behouden. Zo'n groot deel aandelenbeleggingen betekent een groot risico. Gemiddeld kun je dan die inflatie bijbenen, maar de fluctuaties zullen van jaar tot jaar heel groot zijn. Daarnaast heb ik nog met andere dingen moeite, bijvoorbeeld dat er te weinig vrijheid is in de beleggingskeuze van deelnemers. De bedoeling is dat het risico van dat beleggingsbeleid afneemt bij stijgende leeftijd. Maar het is vreemd dat je daarmee vastlegt dat een 55-jarige altijd minder risico wil lopen dan een 45-jarige. Er wordt helemaal geen rekening gehouden met individuele omstandigheden.”
Is er in de doorrekeningen wel rekening gehouden met zo'n hoge inflatie als nu?
“Nee, de doorrekeningen zijn gemaakt in een tijd van zeer lage inflatie. Het leidde er ook toe dat minister Schouten verkeerde tabellen presenteerde. Ze zei dat we mogen uitgaan van een gemiddelde inflatie van 2%, maar in die doorrekeningen zaten veel lagere inflatiepercentages. Ze begonnen voor de eerste jaren met een inflatie dicht bij de 0%. Als je dan veronderstelt dat die in een paar jaar toegroeit naar een 1% dan zit je stelselmatig veel te laag. Vervolgens zijn die berekeningen wel gebruikt om conclusies te trekken over de gevolgen van dit stelsel voor de lange termijn.”
Tot welke conclusies leidden die doorrekeningen dan?
“Als je veronderstelt dat de inflatie de komende jaren heel laag is, dan ga je er automatisch vanuit dat je in het huidige stelsel niet veel hoeft te indexeren. Tja, dan wordt het nieuwe stelsel in de vergelijking al snel beter.”
Hoe werkt die redenering precies?
“Je gaat ervan uit dat je in het huidige stelsel de pensioenen maximaal met de inflatie verhoogt. In het nieuwe pensioen kun je verhogen met het behaalde rendement op de beurs, dus soms ook meer dan inflatie. Als je ervan uitgaat dat de inflatie heel laag is, zit er vanzelf een plafond aan de groei van het pensioen in het huidige stelsel, dat er in het nieuwe stelsel niet zit. Dus hoe lager je de inflatie inschat nu hoe beter dat nieuwe pensioen eruit ziet in vergelijking. Je hebt in het nieuwe stelsel maar een kleine verhoging nodig om al beter te scoren dan het oude stelsel in de pensioenuitkomsten.”
Huh? Grenst dat niet aan volksverlakkerij?
(Stilte). “Ik ben voorzichtig om dit soort woorden te gebruiken. Maar ik zou me met dit soort berekeningen als Tweede Kamerlid wel op het verkeerde been gezet voelen.”
Is deze fout hersteld?
“Nee, bijna niet. Die oude berekeningen zijn nooit opnieuw gedaan.”
Nu hebben we een extreem hoge inflatie. Tot welke analyse leidt dat dan?
“Ik vind dat je het systeem niet alleen moet beoordelen op een lage inflatie en ook niet alleen op een hoge. Als je een analyse maakt, moet je al die varianten meenemen in je modellen om te kijken wat er dan gebeurt en te bepalen of je dat wel of niet acceptabel vindt. Uit mijn analyse blijkt dat het al een hele klus wordt om een koopkrachtig pensioen te bereiken bij een inflatie van 2%. Zoals gezegd moet je het vermogen van ouderen dan voor 50% in aandelen beleggen. Bij een hogere inflatie moet je nog meer in aandelen beleggen en dus minder in veiliger obligaties. Dat leidt tot veel meer fluctuaties.”
Maar die verliezen op de beurs worden toch uitgesmeerd over meerdere jaren? Dan vallen die fluctuaties toch wel mee?
“Dat maakt het resultaat alleen maar erger. Dat betekent dat je een deel van de verhogingen van het pensioen in de betere jaren, die nodig hebt om in de inflatie bij te houden, ook uitsmeert over de tijd. Van de mooie rendementen wordt een deel toegekend in een jaar en de rest is nodig om eventuele beursverliezen op te vangen. Het gaat dan in het begin jaren duren voordat je op het gewenste pensioenniveau zit. Dat uitsmeren is uiteindelijk een sigaar uit eigen doos. Je stelt een deel van de pensioenuitkering uit. Je koopt zekerheid, maar dat kost je wel geld, zeker in de eerste jaren.”
Het nieuwe pensioen wordt veel onzekerder. Ter illustratie: wat zou het woelige beursjaar dat we nu meemaken hebben betekend in het nieuwe stelsel?
“Dan zouden we het rare effect hebben gezien dat ouderen werden gekort en dat jongeren winst hadden geboekt.”
Winst?
“Ja, want doordat de rente stijgt wordt ook het projectierendement aangepast en dat pakt gunstig uit voor jongere generaties.”
We waren toch van die rekenrente af?
“We hebben daar het projectierendement voor teruggekregen. In feite zijn we niet van de rekenrente af, maar die heeft een andere naam gekregen en is in vermomming weer teruggekomen. Jongeren hebben net als ouderen last van een slecht beursjaar maar hebben een groter voordeel van die stijgende rente.”
Hoe groot zou de korting voor gepensioneerden zijn geweest?
“In de eerste helft van dit jaar zou dat betekend hebben dat ze hun pensioen moet ongeveer 3,5% naar beneden hadden zien gaan.”
Maar deze mate van volatiliteit was toch de bedoeling? In eerdere jaren zouden de pensioenen zijn gestegen.
“Klopt. Maar je kunt je wel afvragen of deze mate van risico’s wel acceptabel zijn voor mensen die al met pensioen zijn.”
Hier horen we PvdA en GL nauwelijks over. Wat vindt u daarvan?
“Dat heeft te maken met politieke afspraken. Ik hoor ze alleen maar vragen stellen over zzp'ers en andere groepen zonder pensioen. Op dit soort punten gaan ze nauwelijks in. Dat is, denk ik, een politieke keuze.”
Song of the week - Pensioenplan in de Tweede Kamer
Billie Eilish - Getting Older
Geen commentaar
Podcast
Een recessie staat voor de deur, de inflatie is hoog en de rente stijgt: is dit wel het goede moment om een nieuw pensioenstelsel in te voeren? Steeds meer experts betwijfelen of deze ongekende financiële operatie verantwoord is, zo bespreken Herman Stam en ik in een nieuwe aflevering van de podcast Kwestie van Centen. Het politieke debat lijkt een gelopen race: „Pieter Omtzigt gaat heel lang praten en aan het eind gaat alles gewoon door.“ Luister de nieuwste aflevering van de podcast hier. Ook op Spotify en iTunes.
Wil je mij als spreker?
Donderdag sprak ik voor een zaal vol reisondernemers. Brancheclub ANVR had een meerdaags congres, het mocht eindelijk weer! De reiswereld heeft zware coronajaren achter de rug. Ik vertelde in vogelvlucht hoe we er nu voorstaan en wat de economische vooruitzichten zijn. Helaas was mijn verhaal niet alleen maar positief. Maar wel realistisch. Over inflatie, koopkracht, kostenstijgingen en een dreigende recessie. Maar ook over creativiteit, investeren en innoveren.
Wil je mij ook boeken als spreker, panellid of columnist? Bekijk mijn profiel bij Speakers Academy of mail naar info@speakersacademy.com. Of zoek contact met Sprekershuys, lees hier mijn profiel. Rechtstreeks kan ook: martin-visser@xs4all.nl.
Vond je deze editie leuk?
Klik hier om je uit te schrijven.
Als deze nieuwsbrief doorgestuurd is en je wilt je aanmelden, klik dan hier.
Gemaakt door Martin Visser met Revue.