Bekijk profielpagina

Achter de cijfers - Editie #172: over een looneis van 10%, nivelleringsfeestjes en pensioentwijfels

Revue
 
 

Achter de cijfers

17 september · Editie #172 · Bekijk online

Econoom en journalist Martin Visser praat je wekelijks bij. Wat is het verhaal achter de cijfers? Over pensioenen, lonen en arbeidsmarkt, over robotisering, flexibilisering, over de problemen van de middenklasse, over de houdbaarheid van de euro én van de EU. Links, cijfers en duiding.


Goedemorgen. Het indrukwekkendste artikel dat ik deze week schreef, is zonder twijfel het verhaal van Alfredo en Janine Mion. Twee tachtigers uit Amsterdam-West. In een serie in aanloop naar Prinsjesdag sprak ik mensen die uit eigen ervaring vertelden over de thema’s die politiek zeer actueel zijn: koopkracht, asiel en stikstof. Meneer en mevrouw Mion konden uit eigen ervaring vertellen wat het betekent als je alleen AOW hebt, een steeds verder stijgende huur moet betalen en nu alles duurder ziet worden.
Het bleken de alleraardigste mensen die zich goedmoedig door hun financiële ellende sloegen. Ondertussen was het verhaal ronduit schrijnend. Geen geld voor nieuwe kleren of nieuwe schoenen, amper geld om gewoon te eten, gaten in het tapijt. Veel lezers reageerden op dit verhaal, vaak geëmotioneerd door wat ze hadden gelezen. Het thema ‘koopkracht’ was in een klap heel tastbaar geworden.
Verder stond deze week vooral in het teken van Prinsjesdag. Deze keer gaat het écht ergens over. Er is veel financiële en economische onzekerheid. Zo kreeg ik ook weer bevestigd toen ik donderdagavond met ondernemers sprak die ook zorgen hadden over inflatie, rente en economische vooruitzichten. In deze nieuwsbrief ga ik vooral in op koopkracht en lonen. Alle ogen zijn daarop gericht, omdat de grootste zorgen toch vooral de huishoudportemonnee van mensen betreft. Verder nog een analyse over de pensioenen. Want in al dit Prinsjesdag-geweld mogen we niet over het hoofd zien dat momenteel een van de grootste financiële operaties in voorbereiding is. Waarom groeit de twijfel over de overstap naar een nieuw pensioen?
Ik hoop dat je deze nieuwsbrief weer informatief vindt. Reacties en likes zijn altijd zeer welkom. Reclame maken bij vrienden en bekenden mag uiteraard ook altijd, want er kunnen altijd meer lezers bij!
Veel leesplezier.

Diemer Vijfhoek.
Diemer Vijfhoek.
Loongolf
Wat werkgevers betreft kunnen de cao-lonen grofweg met 5% omhoog. Op die manier compenseren bedrijven de inflatie (exclusief energie) voor hun personeel. Die insteek hadden werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland de afgelopen weken in de gesprekken met kabinet en vakbonden. Zij waren bereid tot een centrale loonaanbeveling te komen, op voorwaarde dat het kabinet geen lastenverhogingen voor ondernemers zou doorvoeren.
Hardop zegt men dit (nog) niet, maar op basis van vertrouwelijke gesprekken met ingewijden in polder en politiek hoorden collega Leon Brandsema en ik dit. Op de ochtend dat de Telegraaf dit nieuws bracht, zat MKB-voorman Jacco Vonhof bij WNL in de studio. Hij noemde die 5% ‘een slag in de lucht’, maar ontkende het verhaal verder niet.
Voorzitter MKB Nederland Vonhof: gebrek aan urgentie bij kabinet en werknemers
Ik begrijp wel waarom hij dat percentage niet wil noemen. Want zo pint hij zichzelf te veel vast. In de conceptteksten die er rondgingen voor een sociaal akkoord staat ongetwijfeld ook geen percentage genoemd. Maar de rekensom is simpel: werkgevers en vakbonden willen dat het kabinet iets doet aan de energie-inflatie en cao-partijen pakken dan de rest op. De totale inflatie is dit jaar 10% en de helft daarvan is energiekosten. Dan blijft er 5% over die in cao-lonen verwerkt moet worden.
Het is ook precies het percentage dat economen van ING zien als loonruimte voor 2023:
“Nemen we de meest recente verwachtingen van de Augustusraming van het CPB, dan zou er in 2022-2023 gemiddeld zo’n 5% per jaar loonruimte zijn.”
In een uitgebreide analyse van de winstgevendheid van bedrijven, de productiviteitsontwikkeling en de prijsontwikkeling komen zij tot deze berekening.
Vakbond CNV heeft inmiddels bekendgemaakt met welke looneis die het nieuwe cao-seizoen ingaat: 5-10%. De bond heeft altijd een bandbreedte, zodat rekening gehouden kan worden met bedrijven waar het goed gaat en bedrijven waar het minder gaat. De bond constateert dat de lonen dit lopende jaar achter de inflatie aanhobbelen en er komend jaar nog een fikse inhaalslag te maken is. Kijkend naar het gapende gat tussen lonen en prijsstijgingen is dat vanuit de vakbonden gezien een logische reactie:
bron: CBS
bron: CBS
(Lees ook mijn column: Werkgevers moeten nu bedelen in Den Haag.)
Koopkracht
Traditioneel lekken op vrijdag voor Prinsjesdag de eerste cijfers uit. Dat is de dag dat de Miljoenennota in Den Haag wordt verspreid. Het levert een eerste inkijkje in de effecten van het koopkrachtpakket van ruim €15 miljard dat een paar weken geleden is afgesproken. Dat pakket is gericht op 2023 en in dat jaar zijn dan ook de gevolgen zichtbaar.
Aanvankelijk rekende het Centraal Planbureau nog op een koopkrachtplus van 0,6% in 2023. Dat was een schamel cijfer tegenover het verlies aan koopkracht met 6,8% in het huidige jaar. In het pakket dat daarna in elkaar is gezet heeft het kabinet aan tal van knoppen gedraaid om de ergste pijn te verzachten. Naast verlenging van een lagere energiebelasting ging het om hogere toeslagen en een lager belastingtarief. Volgens de gelekte cijfers leidt dat tot een koopkrachtgroei in doorsnee van 3,9%. In welke mate dit de pijn van 2022 goedmaakt, zie je als je van koopkracht een index maakt waardoor je de groei en krimp goed kunt zien:
Je ziet hier dat de koopkracht in 2022 terugvalt naar een index van 106, waarbij 1997 als startpunt op 100 is gesteld. Dat betekent dat in 25 jaar tijd de koopkracht per saldo met 6% is gestegen. Dat is ongekend karig. Met dat kleine plusje van 0,6% in 2023 werd dat natuurlijk niet goedgemaakt. Nu staat er een plus van 3,9% in de boeken en je ziet wat dat doet. Het maakt grofweg de helft van de verloren koopkracht van 2022 goed.
Ik ben nog wel benieuwd hoe dat pakket uitpakt per inkomensgroep. Het frame van het kabinet is steeds dat zowel lagere inkomens als middeninkomens tegemoet worden gekomen. Maar op basis van de uitgelekte maatregelen had ik al de indruk dat het toch vooral lagere inkomens zijn die worden bereikt. Wat ik her en der lees bevestigt mijn vermoeden. Uitkeringsgerechtigden hebben de grootste plus in 2023, werkenden en de hoogste inkomens een duidelijk lagere.
Cijfers die mijn collega’s op de Haagse redactie boven tafel kregen laten zien hoe de koopkracht zich ontwikkelt voor de vijf inkomensgroepen. Nederlanders worden dan verdeelt in vijf groepen, van de 20% laagste tot de 20% hoogste. Voor de laagste inkomens wordt in 2023 een plus voorzien van 7,4%, voor de hoogste inkomens een plus van 1,9%. Als je de koopkrachtmin van 2022 en de -plus van 2023 combineert levert dat het volgende resultaat op:
Niet voor niets viel het woord ‘nivelleringsfeestje’ de laatst tijd al een paar keer. Jacco Vonhof, voorman van MKB-Nederland, zei het onlangs in een interview dat ik met hem had. En vakbondsvoorzitter Reinier Castelein van De Unie zei het ook al, tegen mijn collega Pieter van Erven Dorens:
„De oude tijden van nivellering herleven. De overheid geeft veel compensatie voor de gestegen energiekosten, maar die reparatie vindt vooral plaats bij de lagere inkomens. Onze mensen worden lang niet zo gecompenseerd en gaan dus in koopkracht sterk achteruit. Het is weer een nivelleringsfeestje, zoals de PvdA dat vroeger noemde.”
De vraag is of het kabinet zich dat kan permitteren. Is de energie-ellende inmiddels niet zo groot en zo ernstig dat veel meer inkomensgroepen financiële tegemoetkoming moeten krijgen? Bij de energiebedrijven maken ze zich ernstige zorgen, zo bleek andermaal tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer. Energiebedrijven als Eneco trekken aan de bel. Bij hun klantenservice is het ontzettend druk. Klanten komen met treurige verhalen over de gevolgen van een onbetaalbaar hoge rekening. Is de economische impact misschien niet zó groot dat je meer mensen moet helpen dan alleen de laagste inkomens? Is een koopkrachtterugval van vele procenten voor de rest van Nederland wel normaal, alleen maar omdat ze het kunnen betalen? Dit gaat geheid gevolgen krijgen voor de consumptie in Nederland en dus voor de economie.
Pensioen
Al dat nieuws is nauwelijks bij te benen. Zo was er deze week ook nog wetgevingsoverleg over de Wet Toekomst Pensioenen, de WTP. Het wetsvoorstel is het uitvloeisel van het pensioenakkoord dat kabinet en sociale partners in 2019 sloten en dat ze in 2020 hebben uitgewerkt. De pensioenhervorming is een mega-operatie. Maandag en donderdag was er een uren durend overleg in de Tweede Kamer met pensioenminister Carola Schouten. Later volgt het debat in de plenaire zaal.
Dit is een cruciale fase. En je merkt ook dat de zorgen en twijfels beginnen toe nemen. Durven we dit echt te gaan doen?, zo lijken Kamerleden zich af te vragen. Begrijpelijk is die vrees wel. Want het is nogal een verantwoordelijkheid om straks honderden miljarden pensioengeld over te gaan hevelen van het huidige pensioenstelsel naar een nieuw contract met andere voorwaarden. Juist rond dat overhevelen, invaren in jargon, bestaat huiver. Zijn er wel voldoende doorrekeningen van de effecten voor alle leeftijdsgroepen? Zijn alle economische scenario’s op orde? Weten we zeker dat bepaalde groepen geen onbedoeld pensioenverlies oplopen bij deze overgang? Het is een grote verantwoordelijkheid.
Aan het begin van het jaar was de vraag of de stijgende rente geen roet in het eten zou gooien. Het huidige stelsel is zeer rente-afhankelijk. De voortdurend lage rente zetten de financiële positie (dekkingsgraden) van pensioenfondsen steeds onder druk. Maar nu de rente ging stijgen verbeterde ook die dekkingsgraden als vanzelf. Dat riep de vraag op: waarom doen we dit eigenlijk?
Andersom kon je ook redeneren dat verbeterde financiële posities van de fondsen de overgang makkelijker maakt. Het is immers prettiger om met een solide fonds over te stappen dan vanuit een zwakkere positie waarbij je vooral tegenvallers moet zien te verdelen over de pensioendeelnemers. Dat de fondsen ook nog eens de pensioenen konden indexeren gold als een prettig lokkertje voor het nieuwe stelsel.
Maar de hogere rente is niet de enige factor die sommigen aan het twijfel heeft gebracht. Ook de beursrendementen staan onder druk. Daardoor zijn de pensioenvermogens fors kleiner geworden. Van circa €1800 miljard naar €1500 miljard. De oorlog in Oekraïne, de energiecrisis, de hoge inflatie en het nieuwe rentebeleid van centrale banken hebben aandelenbeurzen fikse klappen bezorgd. De AEX stond eind vorig jaar nog dik boven de 820 punten, maar bungelt nu rond de 670.
Waarom dat naar aanvoelt bij deze pensioenhervorming moet ik even uitleggen:
Nu zijn de pensioentoezeggingen leidend. Iedereen bouwt een min of meer gegarandeerd pensioen op. Daar horen strenge rekenregels bij. Aan de rechterkant van de balans van een fonds staan alle pensioenverplichtingen van nu en de komende decennia. Aan die verplichtingen moet het fonds voldoen. Deze verplichtingen worden netto contant gemaakt met de risicovrije marktrente. Dan weet je hoeveel geld je nu in kas moet hebben om al die verplichtingen te kunnen betalen. Daardoor was de impact van de dalende rente ook zo groot de afgelopen. Het kon gebeuren dat fondsen enorme rendementen op de beurs maakten maar toch geen indexatie mochten uitkeren. Bij een dalende rente namen die pensioenverplichtingen op de rechterkant van de balans alleen maar toe.
We stappen over naar een systeem waarbij er geen pensioentoezegging is. Er wordt premie ingelegd en die wordt belegd. Wat die renderende premies in de toekomst opleveren is ongewis. Die onzekere uitkomst is je pensioen. Het idee is dat over een periode van enkele decennia dat altijd wel tot een goed pensioen zal leiden. De rente is dus minder bepalend, want er hoeft niet zo streng te worden gerekend op pensioengaranties, want die garanties zijn er dus niet. De pensioenbedragen die op je jaarlijkse overzicht komen te staan bewegen op en neer mee met de beurs. Dan zijn die beursrendementen dus zeer bepalend.
Dus precies op het moment dat wordt overgestapt van een rentegevoelig pensioen naar een beursgevoelig pensioen stijgt de rente en daalt de beurs. Bad timing.
Nu zegt dat op zichzelf nog niks over het nieuwe pensioenstelsel. Ik denk dat deze beweging richting een onzekerder pensioen onvermijdelijk is. Maar het voelt niet lekker dat deze bewegingen zich net nú voordoen. Want iedereen die aarzelde over een onzeker pensioen wordt wel weer met zijn neus op de feiten gedrukt: een onzeker pensioen is dus echt onzeker.
Tot slot. Iedereen die altijd klaagde over de strenge rekenregels heeft geen recht van spreken. Die mensen herhaalden steeds dat fondsen gegarandeerd een jaarlijks beursrendement halen van gemiddeld 7%. Met dat argument wilden ze destijds van de rekenrente af. Als die mensen zo heilig geloven in die zogenaamd gegarandeerde rendementen op de beurs, dan moeten ze ook het lef hebben om nu de overstap naar dat nieuwe pensioen te maken. Want die rekenrentehaters worden in het nieuwe stelsel geheel op hun wenken bediend. Vermoedelijk komt de aap wel uit de mouw: deze mensen wilden niet de strenge regels die horen bij een gegarandeerd pensioen, maar ook niet de onzekerheid die hoort bij dat heilige geloof in beursresultaten uit het verleden. Typisch geval van twee walletjes eten.
(Lees ook: Werk aan de winkel bij nieuw pensioenstelsel, uitstel al ingecalculeerd van collega Leon Brandsema. En deze analyse uit de Volkskrant.)
Geen commentaar
Philipp Heimberger
Believe it or not, but China has surpassed the US in life expectancy. https://t.co/HiewDOFVO6
Song of the week - Paniek om energierekening
Evelyn Thomas - High Energy
Podcast
Nooit eerder hing er zoveel mist rond Prinsjesdag. Sinds het is doorgedrongen in Den Haag dat mensen de rekeningen niet meer kunnen betalen, ziet financieel verslaggever Martin Visser alleen maar paniekvoetbal. Op de valreep wordt er nog flink getimmerd aan de Miljoenennota. In een nieuwe aflevering van de podcast Kwestie van Centen probeert Visser met collega Herman Stam orde te scheppen in alle chaos. Welke plannen liggen er nu op tafel, zowel voor de korte termijn als die uit Brussel? En wat kunnen we verder verwachten met Prinsjesdag? Luister de nieuwste aflevering van Kwestie van Centen op de site. Ook op Spotify en iTunes.
Wil je mij als spreker?
Donderdagavond was ik gastspreker op het Captain’s diner van het Economic Board Flevoland. Tijdens een heerlijk thuisdiner van Royce sprak ik met Flevolandse ondernemers over deze extreem onzekere tijd. Het leverde interessante discussies op over de noodzaak van loonsverhoging en de angst voor hoge rente.
Wil je mij ook boeken als spreker, panellid of columnist? Bekijk mijn profiel bij Speakers Academy of mail naar info@speakersacademy.com. Of zoek contact met Sprekershuys, lees hier mijn profiel.
Vond je deze editie leuk?
Klik hier om je uit te schrijven.
Als deze nieuwsbrief doorgestuurd is en je wilt je aanmelden, klik dan hier.
Gemaakt door Martin Visser met Revue.