Bekijk profielpagina

Achter de cijfers - Editie #146: over de ontkoppelde AOW, magische klimaatmiljarden en een staatsschuldexplosie

Revue
 
 

Achter de cijfers

15 januari · Editie #146 · Bekijk online

Econoom en journalist Martin Visser praat je wekelijks bij. Wat is het verhaal achter de cijfers? Over pensioenen, lonen en arbeidsmarkt, over robotisering, flexibilisering, over de problemen van de middenklasse, over de houdbaarheid van de euro én van de EU. Links, cijfers en duiding.


Aan het eind van vorig jaar hadden we een tijdje een gedeeltelijke lockdown. Nu hebben we een halve opening. Het is fijn dat winkels, kappers en sportscholen weer (onder voorwaarden) open mogen. Maar de druiven zijn zuur in de cultuur en de horeca. Omikron lijkt enorm mee te vallen en toch speelt het nieuwe kabinet op safe.
In deze nieuwe nieuwsbrief gaat het een keer niet over corona. In de week van de beëdiging van de nieuwe bewindslieden neem ik het regeerakkoord nog eens onder de loep. Dat kan, nu er een maand na de publicatie van dat akkoord eindelijk een doorrekening van het Centraal Planbureau ligt. Van de coalitie had dat niet zo nodig gehoeven, maar gelukkig is dat financieel-economische doorkijkje er toch gekomen.
Reacties stel ik op prijs - al kom ik er niet altijd aan toe om daar weer op te reageren. Likes vind ik ook fijn. Maar nog mooier is het als je deze nieuwsbrief aanbeveelt bij collega’s, vrienden en familie.
Veel leesplezier!

Diemerpark, IJburg.
Diemerpark, IJburg.
Koopkracht
Al meermaals schreef ik in mijn nieuwsbrief over de snel oplopende inflatie. Die stijging zet nog steeds door. In Nederland was de gemiddelde prijsstijging in december 6,4% ten opzichte van een jaar eerder. Energie is de grote boosdoener, maar inmiddels worden ook andere producten iets duurder. Dat gaat niet met vele procenten tegelijkertijd, maar wel degelijk met 2-3%. Reden waarom gevreesd wordt voor een periode van langdurige hogere inflatie. Rabo-econoom Hugo Erken zegt:
“Producenten ontkomen er niet aan de kosten door te berekenen, zeker bij voedingsmiddelen. In de supermarkten zie je die prijsdruk al, bij koffie, thee, margarines, groente en fruit. (…) De komende maanden verwachten wij in Nederland een inflatie van 5 tot 6%.”
De Nederlandsche Bank (DNB) gaat er al vanuit dat de inflatie vorig jaar, dit jaar en komend jaar steeds rond de 3% uitkomt op jaarbasis. Dat is veel hoger dan we de laatste jaren gewend waren. Het Centraal Planbureau (CPB) had nog steeds oude voorspellingen (die van Prinsjesdag 2021) in de boeken. Maar voor de doorrekening van het regeerakkoord heeft het CPB de inflatieraming van DNB gebruikt en de impact daarvan is direct merkbaar in de koopkrachtplaatjes.
bron: regeerakkoord, CPB
bron: regeerakkoord, CPB
De koopkracht hield al niet over. De coalitie koos ervoor de koopkracht voor vier jaar Rutte IV bij elkaar op te tellen, want op jaarbasis was het echt klein bier: +2,4% over vier jaar voor werkenden, 2,1% voor uitkeringsgerechtigden en 0,4% voor gepensioneerden. Als je dat per jaar uitrekent, kom je op de blauw balkjes. Het CPB rekent het ook nog eens onafhankelijk door én stopt de nieuwe inflatieraming erin. Dan resteert een gemiddelde koopkrachtplus van 0,0%. Waarbij gepensioneerden er gemiddeld op achteruitgaan, met 0,4% per jaar.
De uitblijvende indexatie van veel pensioenfondsen zorgen hier onder meer voor. Maar ook als de regels hiervoor versoepeld gaan worden (zoals is toegezegd) dan zullen die koopkrachtplaatjes nog niet heel sterk verbeteren. Alle schuld geven aan de inflatie kun je doen - dat zal het nieuwe kabinet vermoedelijk ook doen - maar hier zit ook een duidelijk beleidskeus achter: wél veel geld voor uitgaven, maar nauwelijks geld voor lastenverlichting. Vergeet niet: de koopkracht bij de oude inflatiecijfers was ook al karig.
Rond gepensioneerden ontstaat nu een politiek probleem. Het zit veel ouderenorganisaties niet lekker dat de koopkracht van hun achterban keer op keer achterblijft bij die van werkenden. Daarmee wordt de afgesproken ontkoppeling van AOW en minimumloon politiek gezien een steeds kwetsbaarder plan uit het regeerakkoord.
Wat is er afgesproken? Het minimumloon zal in stappen met 7,5% worden verhoogd. En deze verhoging zal wel doorwerken in hogere uitkeringen, maar niet in een hogere AOW. De reguliere koppeling blijft in stand, maar rond de extra verhoging van het minimumloon is er een ontkoppeling. Ontkoppeling en AOW is een politiek explosief mengsel. De seniorenorganisaties van de coalitiepartijen VVD, D66 en CDA zijn boos en zetten hun partijen onder druk.
Het verhogen van de uitkeringen met het minimumloon kost €1,4 miljard, zo blijkt uit de doorrekening. Het kabinet wil AOW'ers compenseren door de ouderenkorting te verhogen. Dat kost €0,7 miljard. Maar volgens de seniorenorganisaties komt deze fiscale tegemoetkoming lang niet bij alle ouderen terecht. Dat bevestigt het CPB in zijn analyse:
“Het verhogen van de ouderenkorting met €376 verkleint onder de lagere inkomensgroepen het verschil van ouderen met werkenden. Door de bestaande verzilveringsproblematiek kunnen gepensioneerden die geen of nauwelijks aanvullend pensioen hebben deze verhoging echter niet verzilveren.”
Wie een klein inkomen heeft, betaalt weinig belasting. En dan kun je die ouderenkorting ook niet van je belasting aftrekken. Op die manier heb je niks aan dit douceurtje - of doekje voor het bloeden, zo je wilt.
In een reactie heeft Carola Schouten, minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen laten weten dat er naar de koopkracht zal worden gekeken bij de Voorjaarsnota. Dat is het moment in juni wanneer de lopende begroting van dat jaar nog eens geactualiseerd wordt. Ik denk niet dat de oppositiepartijen daarop gaan wachten. Die zullen hier zeker over gaan beginnen bij het debat over de regeringsverklaring aanstaande dinsdag.
Is premier Mark Rutte dan bereid meteen het coalitieakkoord op dit punt open te breken? Als de AOW net zo hard meestijgt als het minimumloon kost dat €2,4 miljard. De verhoging van de ouderenkorting van €0,7 miljard hoeft dan niet door te gaan. Prijskaartje: €1,7 miljard. Voor een kabinet dat geld als water uitgeeft, zou dat geen probleem moeten zijn. Het motto van dit kabinet is toch al: ‘als geld gratis is, kun je vertrouwen kopen’, dus het zou mij niets verbazen als hier volgende week een flinke beweging op wordt gemaakt.
Magische fondsen
Het Wopke-Wiebes-fonds is blijkbaar zo goed bevallen dat het kabinet-Rutte IV helemaal uitpakt met dit soort fondsen. Via dat bestaande fonds is €20 miljard te verdelen, onder aansturing van een commissie waarvan oud-minister Jeroen Dijsselbloem de voorzitter is. Dat fonds moet echt gaan investeren omdat de Nederlandse economie sterker te maken.
Nu komen er nog twee fondsen. Eentje voor de aanpak van de stikstofproblematiek: €25 miljard. En eentje voor klimaatbeleid: €35 miljard. Erop en erover, zal de coalitie hebben gedacht. Geld is gratis, dus dit is het moment om alle problemen met miljarden te lijf te gaan.
Deze week kreeg het nieuwe kabinet van twee kanten kritiek op deze aanpak. Het Centraal Planbureau betwijfelt of al deze miljarden wel zo eenmalig zijn als de coalitie wil doen geloven. Dat is immers de gedachte: het fondsgeld is incidenteel geld en zo kun je deze ‘investeringen’ buiten de haken van het normale begrotingsbeleid plaatsen. Deze manier van denken zie je in Europa ook al terug. Er gaan veel stemmen op om uitgaven aan klimaat niet mee te tellen bij de begrotingsregels.
Maar hoe incidenteel is dit geld eigenlijk? Het Planbureau:
“In het coalitieakkoord is bij diverse beleidsmaatregelen aangenomen dat de uitgaven alleen tijdelijk toenemen. Het CPB acht dit niet in alle gevallen plausibel en heeft, conform de uitgangspunten die ook bij het doorrekenen van verkiezingsprogramma’s zijn gehanteerd, aangenomen dat beleid dat naar de aard niet incidenteel is, structureel moet worden gefinancierd.”
Het kan best zijn dat bepaald beleid eenmalig geld kost, schrijven de rekenmeesters:
“Er kunnen goede redenen zijn om te kiezen voor incidentele intensiveringen. Indien beleid een in de tijd afgebakend probleem aanpakt, of een eenmalige transitie vergt, is het logisch en plausibel dat extra uitgaven tijdelijk zijn.”
Als voorbeelden noemt het CPB ‘de aanpak van beekdalen in de Maas, naar aanleiding van de wateroverlast in Limburg’. Verder kost de compensatie aan studenten voor het afschaffen van het leenstelsel eenmalig geld. En zelfs de miljarden voor het stikstofprobleem ziet het CPB nog als eenmalig, omdat ‘de looptijd van het fonds overeenkomt met de reductiedoelstelling’.
Maar bij veel andere uitgaven begint het Planbureau toch te twijfelen:
“Uit het verleden weten we dat beleid dat incidenteel wordt ingezet maar naar de aard structureel is, in de praktijk vaak niet meer wordt afgeschaft. Feitelijk komt dergelijk incidenteel beleid overeen met het aankondigen van een bezuiniging door toekomstige kabinetten, waarbij behalve de uitvoering ook de invulling aan hen wordt overgelaten.”
Wat ziet het CPB dan niet als incidenteel? Geld dat wordt uitgetrokken voor leven lang leren, onderzoek en aanpak van Alzheimer, obesitas en kanker. Tijdelijke fondsen voor onderzoek, wetenschap en volkshuisvesting lijken het CPB niet zo tijdelijk. Want ‘waarom zou na afloop van deze fondsen de overheidstaak van karakter veranderen’? En tot slot kan het CPB zich inet voorstellen dat de uitgaven voor klimaatbeleid eenmalig zijn. Want hoe lang is tijdelijk dan eigenlijk?
“Voor het klimaatfonds geldt dat de middelen zijn voorzien tot 2030, maar dat wel verdergaande doelstellingen voor 2040 en 2050 zijn geformuleerd.”
Waarom is dit relevant? Omdat tegenover structurele uitgaven ook structurele financiering moet staan. En als er geen belastingen worden verhoogd of er wordt niet bezuinigd, dan loopt de staatsschuld op. Niet slechts voor een jaar, maar jaar op jaar. En dat heeft grote gevolgen voor de projectie van de staatsschuld op lange termijn, zo blijkt uit de doorrekening van het CPB:
bron: CPB
bron: CPB
Het CPB heeft naar de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op lange termijn gekeken. Daarbij heeft het op de strenge manier gerekend - wat structureel is leidt ook tot een structureel hogere staatsschuld. Maar het CPB heeft (hoe coulant) ook nog berekend hoe de plaatjes eruit zien als al die zogenaamde eenmalige uitgaven écht eenmalig blijken te zijn - de ‘variant incidentele maatregelen’.
Links in het plaatje zie je het zogenaamde houdbaarheidssaldo. Dat saldo geeft aan of de overheidsfinanciën op lange termijn houdbaar zijn bij het huidige niveau van voorzieningen (zorg, onderwijs, uitkeringen etc.) en bij de huidige belastingdruk. Rutte-IV begint al met een houdbaarheidstekort van 1,6% (die blauwe balk) en dat loopt dankzij het regeerakkoord op tot -4,3%. Dat betekent dat er in de toekomst voor 4,3% van het bruto binnenlands product moet worden bezuinigd op de voorzieningen of belastingen verhoogd om de financiën houdbaar te krijgen. In de variant waarin het CPB het kabinet gelooft dat eenmalig echt eenmalig is (noem het de op-je-blauwe-ogen-variant) resteert nog altijd een houdbaarheidstekort van 3,6%. Oftewel: deze plannen zijn op geen enkele manier vergrijzingsbestendig.
Dat is terug te zien in de rampzalige gevolgen voor de staatsschuld. Bij ongewijzigd beleid (het basispad) tendeert de staatsschuld naar 28,1% in 2060. Maar in de blauwe-ogen-variant loopt de staatsschuld hard op, naar 75,3% en in de kritische doorrekening zelfs naar 91,9%! (Wie denkt: ‘hoe kan het CPB zo precies berekenen hoe hoog de staatsschuld is in 2060?’ heeft een punt. Dat geeft het CPB zelf ook als eerste toe. Het gaat hier om de richting, de trend. Niet om het exacte percentage.)
Net als het kabinet zelf veronderstelt het CPB dat de rente op Nederlandse staatsleningen 0% blijft, zoals die nu is. Dat is omdat het CPB niet aan rentevisie doet. Voorspellen van de rente, daar beginnen de rekenmeesters niet aan. Al was het maar omdat die volkomen subjectieve inschatting zou kunnen leiden tot het rekenen naar een gewenste uitkomst toe. Toch is het niet raar te veronderstellen dat de rente - dankzij een terugtrekkende centrale bank - de komende jaren (licht) stijgt. Bij een hogere rente dan 0% ligt er geen staatsschuld van 90-95% in het vooruitzicht, maar eentje van 100-120%.
Dit doorkijkje brengt het CPB tot de vernietigende conclusie:
“Als gevolg van het coalitieakkoord stijgen de financiële lasten voor toekomstige generaties fors.”
Natuurlijk, die jongeren hebben ook de baten van klimaatbeleid. Maar als Rutte IV de huidige vervuilers niet wil laten betalen, dan beteken dit dat de jongeren de oplossing van het klimaatprobleem, veroorzaakt door de huidige generaties, zelf zullen moeten betalen.
Magische fondsen (2)
Er was nog een criticaster deze week van de fondsen-aanpak van Rutte IV. De Algemene Rekenkamer schreef een brief aan de voorzitter van de Tweede Kamer waarin gewaarschuwd wordt voor het mogelijke gebrek aan democratische controle op de miljarden die straks vanuit de fondsen worden uitgegeven.
Rekenkamer-president Arno Visser roept de Kamer op goed op te letten bij de totstandkoming van die fondsen en ook afspraken te maken over de manier van besteding van de gelden en over de doelstellingen van het beleid. Want als je in het begin niet goed oplet, dan heb je straks het nakijken:
“Achteraf kan niet gerepareerd worden wat vooraf niet goed is afgesproken. Dat geldt zeker voor de kwaliteit van de informatievoorziening. De tijd die uw Kamer hier met de nieuwe bewindslieden in investeert, zal zich later terugbetalen.”
Net zoals deze fondsen mogelijk buiten haken van de begrotingsregels kunnen worden geplaatst, dreigt ook te gelden voor de parlementaire controle:
“Er zijn immers fondsen die geen onderdeel uitmaken van de rijksbegroting. Welke plannen er na de start van zo’n fonds worden gefinancierd, maakt dan geen deel meer uit van het jaarlijkse proces van autorisatie en controle op publieke uitgaven door het parlement. Ook anderszins heeft het parlement daar vaak maar (zeer) beperkt zicht op. De vormgeving van fondsen is dus bepalend voor de mate waarin u uw budgetrecht kunt uitoefenen.”
Die nieuwe bestuurscultuur bestaat dus echt! Dacht je dat er niks zou veranderen, dan heb je de vindingrijkheid van VVD, D66, CDA en CU onderschat. Op de vele miljarden is financiële magie toegepast (ja echt, het is allemaal eenmalig geld) én democratische magie (achterkamertjes? welke achterkamertjes?). Dus Tweede Kamer, let op u saeck!
Magische fondsen (3)
Nog een korte nabrander. In het nieuwe economieprogramma ‘Geld of je leven’ op NPO Radio 1 vertelde Wouter Bos over Invest NL, het investeringsfonds waar hij directeur van is. Dat fonds investeert in risicovolle duurzame projecten, nieuwe technologie waar banken en andere investeerders hun vingers niet aan durven te branden omdat de risico’s te groot zijn. Maar omdat er mogelijk maatschappelijk belangrijke innovaties tussen kunnen zitten, mag Bos maximaal €1,7 miljard investeren via dat fonds.
Bos zei heel blij te zijn met de €35 miljard die de nieuwe klimaatminister Rob Jetten tot zijn beschikking krijgt. Bos is niet zo bang voor die fondsvorming, hij gaat ervan uit dat die miljarden gewoon een post op de begroting van Jetten zullen zijn - in tegenstelling tot de Rekenkamer. Maar hij ziet een ander gevaar, namelijk nodeloos inzetten van groene subsidies voor bedrijven die ook elders aan hun geld kunnen komen:
“Dat is ook wel een punt waarover wij in overleg zullen gaan met Rob Jetten. Wat je niet wil is dat ondernemers die ook bij een bank terecht kunnen of die ook bij ons terecht kunnen en op een normale manier financiering kunnen krijgen en daar ook wat voor betalen dat die eerst naar een subsidieloket gaan om daar vooral heel veel subsidie binnen te halen. Want dat subsidiegeld zie je nooit meer terug. Het is ook belastinggeld. Eigenlijk is de stelregel: subsidie moet je alleen geven als het echt nodig is en niks anders kan.”
Bos blijft positie en optimistisch, maar op vriendelijke toon maakt hij duidelijk dat die klimaatsubsidies mogelijk een concurrent worden van Invest NL, waardoor onnodig subsidiegeld wordt ingezet, terwijl er ook een andere manier van financieren mogelijk is. Een manier die de belastingbetaler minder geld kost:
“Stel nou dat het geld van minister Jetten ook bedoeld is om bedrijven te financieren, met nieuwe innovatieve technologieën op het gebied van klimaat en energie, dan ga ik wel met hem praten. En dan zeg ik: wacht even, die bedrijven hebben die subsidie misschien helemaal niet nodig, laat ze eerst maar met ons of met anderen komen praten of er op een andere manier - zonder dat de belastingbetaler daarvoor op hoef te draaien - financiering voor te vinden is.”
Song of the week - Regeerakkoord doorgerekend
Kraftwerk - Pocket Calculator / Dentaku (live) [HD]
Podcast
Het nieuwe kabinet wil de komende jaren miljarden uitgeven om onder andere het klimaatprobleem en de stikstofcrisis aan te pakken. Volgens het CPB zorgen deze uitgaven in de toekomst voor een torenhoge staatsschuld, een trendbreuk met eerdere kabinetten van Rutte. Waar komt deze omslag in het beleid van Rutte vandaan? Is het erg dat de staatsschuld de komende decennia enorm zal toenemen? Wat betekent dit voor komende kabinetten? En levert het oplossen van o.a. het klimaatprobleem onze economie ook iets op? Dat bespreken we in een nieuwe aflevering van de podcast ‘Kwestie van Centen’. Ook op Spotify en iTunes.
Wil je mij als spreker?
Wil je mij boeken als spreker, panellid of columnist? Bekijk mijn profiel bij Speakers Academy of mail naar info@speakersacademy.com. Of zoek contact met Sprekershuys, lees hier mijn profiel.
Vond je deze editie leuk?
Klik hier om je uit te schrijven.
Als deze nieuwsbrief doorgestuurd is en je wilt je aanmelden, klik dan hier.
Gemaakt door Martin Visser met Revue.