Bekijk profielpagina

Achter de cijfers - Editie #130: loopt corona op zijn eind, is Knot bekeerd en waarom moet kinderopvang gratis?

Revue
 
 

Achter de cijfers

12 juni · Editie #130 · Bekijk online

Econoom en journalist Martin Visser praat je wekelijks bij. Wat is het verhaal achter de cijfers? Over pensioenen, lonen en arbeidsmarkt, over robotisering, flexibilisering, over de problemen van de middenklasse, over de houdbaarheid van de euro én van de EU. Links, cijfers en duiding.


Het is weer zaterdag, dus hier is een gloednieuwe nieuwsbrief. Nieuws was er genoeg, dus ik moest een strenge keus maken. Deze week beschrijf ik mijn persoonlijke gevoelens bij de voortgang (en het einde?) van de coronacrisis. Verder bespreek ik een polderadvies over de kinderopvang en sta ik uitgebreid stil bij de bekering van Klaas Knot.
Reacties zijn van harte welkom - dat kan door de email te replyen of bij een like een comment achter te laten. Vind je de nieuwsbrief de moeite waard, hou dat dan niet voor jezelf maar schreeuw het van de daken - bij wijze van spreken.
Veel leesplezier!

Corona
Hoe vergaat het jullie? Blij dat de vrijheid lonkt of toch wat bedenkingen? Maandag kreeg ik mijn eerste prik en daar was ik heel blij mee. Die vaccinatie verschaft je straks weer vrijheid en mogelijkheden. Half juli volgt de tweede en dan ben ik grotendeels beschermd. Heerlijk.
Tegelijkertijd vind ik het moeilijk in te schatten waar we nu precies naar op weg zijn. Rondom de vakanties blijft er onzekerheid. Eerst had minister Hugo de Jonge gezegd dat we na één prik in ons coronapaspoort wel weer naar Europese landen mochten. Toen werden het er twee. Nu is in Europa de deal gesloten dat je die tweede prik al twee weken moet hebben. Ik begrijp het wel, want er zit tijd tussen de vaccinatie en de bescherming.
Maar het geharrewar nu staat in schril contrast met wat er vorig jaar gebeurde. Toen besloten wij uit voorzichtigheid de vakantie in Frankrijk te annuleren en bleven we (met veel plezier!) in eigen land. Nu prikken we corona (grotendeels) weg en zitten we zo zuinigjes te doen. Want dat is zogezegd de les die we van vorig jaar geleerd hebben. Maar wat houdt die les dan in? Vorig jaar was er geen vaccin, nu wel. Dat maakt beide jaren toch onvergelijkbaar?
Ondertussen werd gisteren bekend dat eendaagse evenementen vanaf eind juni weer mogen. Als je negatief bent of gevaccineerd vervallen dan allerlei beknellende regels. Dat gaat dan ineens weer verrassend snel. Gelden die lessen van vorig jaar dan weer niet? Ik heb al meermaals gekeken op de sites van Paradiso en de Kleine Komedie om te zien wat er aan concerten aankomt. Ik snak ernaar. Tegelijkertijd merk ik enige terughoudendheid. Fijn dat er weer veel mag, maar gaan we alweer met honderden, of duizenden mensen in een zaal staan? Ik moet nog erg aan het idee wennen.
Ik heb steeds gedacht dat de coronacrisis in juli/augustus ten einde zou lopen. Ik wist ook wel dat corona daarmee niet weg zou zijn, maar wel grotendeels beheersbaar. Nu slaat de twijfel toe. Ik hoor teveel mitsen en maren. Als zelfs het Verenigd Koninkrijk zijn heropening vertraagt vanwege die vermaledijde Indiase variant, dan moeten we die blijkbaar wel serieus nemen. Hoe beheersbaar zijn die varianten dit najaar? Soms bekruipt me het bang gevoel dat komende september en oktober toch meer gaan lijken op die van vorig jaar dan gedacht.
Ik moet er niet aan denken. Gaan we dan echt weer beperkingen invoeren? Komt die 1,5 meter dan weer terug nadat we die in de zomer eerst hadden losgelaten? Blijven we dan afstand bewaren tot anderen? Dat zou ik echt verschrikkelijk vinden. Die fysieke afstand tot je dierbaren voelt al zo onnatuurlijk. Dat gaan we na de zomer toch niet weer opnieuw doen?
Misschien moet ik maar gaan doen wat de rest van Nederland vorig jaar al deed: oogkleppen op, genieten van wat er nu mag en kan en voor de rest zien we wel weer.
Knots ommekeer
Het was de vermaarde Britse econoom John Maynard Keynes die zei: ‘When the facts change, I change my mind.’ Als de feiten veranderen, herzie ik ook mijn mening. Opmerkelijk genoeg haalde Klaas Knot deze uitspraak aan in de Witteveen-lezing die hij deze week hield. Het is een chique manier om een flinke draai mee te verkopen, al zal hij zelf vermoedelijk niet meteen toegeven dat het een heuse ommekeer is.
Dat Knot vindt dat overheden in de coronacrisis de economie moeten stutten is wel bekend. Hij geeft daarmee een geheel ander advies dan tijdens de eurocrisis, toen hij de euroregeringen van harte aanraadde om vooral te bezuinigen. Dat zijn medicijn in de huidige crisis een andere is dan in de vorige is op zichzelf al opvallend. Alleen kun je redeneren: andere situatie, andere oplossing.
Maar in de lezing kijkt Knot ook nadrukkelijk terug op die vorige crisis en stelt nu dat achteraf gezien de bezuinigingen ook een tandje minder hadden gekund. Of beter: een tand minder hadden gemoeten.
In 2015 zei Knot nog in het FD:
“Nederland heeft niet alleen bezuinigd voor Brussel maar ook voor zichzelf de overheidsfinanciën op orde gebracht. Onze huizenmarkt was uit het lood geslagen. Op korte termijn gaat bezuinigen weliswaar ten koste van economische groei maar op lange termijn is zo'n begrotingsbeleid essentieel voor duurzame groei. Frankrijk stelt dat keer op keer uit. Als uitstel van bezuinigingen zou helpen had de Franse economie nu toch de "star performer” van de eurozone moeten zijn. Het is teleurstellend dat Frankrijk niet op dezelfde wijze aan de regels wordt gehouden dan Nederland.“
Als hem in 2014 gevraagd wordt naar de kritiek van economen als Bas Jacobs en Coen Teulings dat we onze economie kapot bezuinigen zegt hij:
"Ik heb nooit zo van die term gehouden. Die is nogal overdreven. We zien nu dat je ook in tijden van behoorlijke bezuinigingen wel degelijk kunt groeien. (…) Het lijkt er op dat het kabinet bijna terug is op het begrotingspad dat is uitgestippeld bij het regeerakkoord. Als dat traject gevolgd kan worden, zijn er geen aanvullende bezuinigingen nodig. Maar de buffers zijn wel flinterdun geworden. Er hoeft maar dít te gebeuren of er moet toch weer aanvullend bezuinigd worden. Daarom pleit ik ervoor om terug te keren naar een striktere interpretatie van het trendmatige begrotingsbeleid zoals ontwikkeld is door Gerrit Zalm.”
En in 2012:
“We moeten én bezuinigen én hervormen. Het tekort moet volgend jaar naar de drie procent worden gedrukt.”
Nou ja, het is wel duidelijk. Knot vond tijdens de eurocrisis dat landen hun tekort terug moesten brengen naar de Europese normen. Critici stelden dat dat de economie zou schaden, omdat dan consumenten én bedrijven én overheden hun financiën op orde aan het brengen waren. Een debat dat nog altijd gaande is in economenland. Dat lijkt misschien ouwe koeien uit de sloot halen, maar de inzichten zijn relevant voor de Europese begrotingsregels.
In een vorige lezing zei Knot al dat voortaan meer gelet moet worden op de norm voor de staatsschuld dan op die van het begrotingstekort. In die Schoo-lezing was zijn toon al milder. Zijn redenering was: 1) lage staatsschuld is belangrijker dan een beperkt begrotingstekort 2) meer inzet op hervoringen in plaats van op bezuinigingen 3) en als er dan toch bezuinigd moet worden, bied dan ruimte voor overheidsinvesteringen.
In de lezing deze week gaat Knot nog wat verder. Hij geeft onomwonden toe dat de bezuinigingen in de eurocrisis schadelijk zijn geweest voor de economie. In 2009 en 2010 kozen Europese regeringen er nog voor de tekorten te laten oplopen om zo de economie te steunen. Tegen de recessie in werd de economie door overheden gestimuleerd. Maar vanaf 2011 gebeurt het tegenovergestelde. Overheden moeten vanwege de Brusselse regels gaan bezuinigen en dat schaadt het economisch herstel. Ondertussen bleef de Europese Centrale Bank wél bezig met monetair beleid de economie te stimuleren. Zo werkten monetair en begrotingsbeleid tegen elkaar in:
“So during most of the sovereign debt crisis, monetary and fiscal policy behaved out of sync, rather than working in tandem to stabilize the economy.”
Knot ziet echte economische schade. De recessie duurde langer:
“As countercyclical monetary policy at the euro area wide level was unable to offset procyclical fiscal policies at the national level, the recession was prolonged and the subsequent recovery was off to a slow start.”
Interessant is dat Knot spanning ziet tussen wat nationaal verstandig is (bezuinigen om de begroting op orde te krijgen) en wat Europees beter zou zijn (samenwerken om de economie er bovenop te helpen):
“This reflected choices in fiscal policy that were often understandable from a national perspective. But, at a European level, these choices led to an aggregate fiscal stance that was not supportive to economic recovery.”
Als de feiten veranderen, moet je je mening herzien. Dat is absoluut waar. Maar zijn hier de feiten veranderd? Volgens mij houdt Knot hier precies het pleidooi dat Jacobs en Teulings destijds al hielden. Bas Jacobs heeft dan ook met plezier naar de toespraak geluisterd. In onderstaande tweet is ‘mijn interpretatie’ (vermoedelijk per ongeluk) op twee manieren te lezen. Jacobs vat Knots verhaal in eigen woorden samen…en komt dan uit op Jacobs eigen analyse van destijds.
Bas Jacobs
Knot concludeert met zoveel woorden dat begrotingsbeleid in de Grote Recessie onnodig streng en schadelijk was. (Mijn interpretatie)
Gratis kinderopvang
Ligt het aan mij of duikt die ouwe SER plotseling steeds weer op? Vorige week al een landbouwakkoord en een groot sociaal-economisch advies voor de kabinetsformatie. Deze week een advies over de kinderopvang. Werkgevers, vakbonden en onafhankelijke kroonleden in de Sociaal-Economische Raad proberen het regeerakkoord te beïnvloeden en zijn al stappen verder dan de formerende partijen zelf.
In dit advies pleit de SER voor ruimhartiger inzet van kinderopvang. De titel van het stuk verraadt al welk argument daarbij de doorslag geeft: ‘Een kansrijke start voor alle kinderen. Naar inclusieve en toegankelijke voorzieningen voor kinderen van 0-13 jaar’.
De onderbouwing is relevant, want met kinderopvang kun je meerdere doelen hebben. Kinderopvang bevordert de arbeidsparticipatie van ouders. Dat is het klassieke argument voor een toegankelijke en betaalbare opvang. Daarnaast is opvang goed voor de ontwikkeling van kinderen, waardoor de kansenongelijkheid in het onderwijs kleiner wordt. Dat tweede argument krijgt ruim baan in dit advies. En leidt er bijvoorbeeld toe dat de SER ervoor pleit opvang toegankelijk te maken voor ouders die niet allebei werken, te beginnen met de peuteropvang van 2-4 jaar. Nu krijgen ouders alleen kinderopvangtoeslag als ze allebei werken. Als je die eis laat vervallen, kunnen veel meer peuters naar de opvang en beginnen ze gelijker aan de basisschool, is de redenering.
Dan is er nog een reden om naar de organisatie en financiering van de kinderopvang te kijken: het toeslagensysteem zelf. Dat staat dankzij de toeslagenaffaire volop in de schijnwerpers. Maar eigenlijk bleek dat systeem zonder die affaire ook al onhoudbaar geworden. Het toeslagensysteem is voor ouders moeilijk te begrijpen, de toeslagrechten zijn te onzeker, het vergroot de onzekerheid bij ouders. Zeker als je een bescheiden inkomen hebt en dus een relatief hoge toeslag kan de onzekerheid groot zijn, omdat een naheffing dan meteen om fikse bedragen gaat.
De SER schrijft de stuitende waarheid nog maar eens op:
“De huidige toeslagensystematiek verhoudt zich slecht tot wisselende inkomsten, levensgebeurtenissen en wijzigingen in de afgenomen opvanguren. In de huidige systematiek krijgt maar liefst 80 procent van de ouders te maken met correcties.”
Wie nooit te maken heeft gehad met de toeslagen kan zich dit amper voorstellen. Maar de toeslagen staan zo precies afgesteld, dat elke kleine wijziging (ander inkomen, meer gaan werken, minder gaan werken) meteen tot veranderingen in de toeslag leidt. Natuurlijk moet je die wijzigingen meteen doorgeven. Maar dan nog is het heel moeilijk de (inkomens)gegevens zodanig precies door te geven dat het voorlopige bedrag dat je krijgt ook exact de definitieve toeslag is. En dus heeft maar liefst 80% (!) van de mensen te maken met naverrekeningen. Niet voor niets concludeerde een ambtelijke commissie al dat de toeslagen, die moeten zorgen voor meer financiële zekerheid bij onder meer lagere inkomens, juist de financiële onzekerheid vergroot.
Dit verklaart ook waarom er ideeën (onder meer bij D66 en GroenLinks) over gratis opvang. Ook de SER refereert hier aan, al adviseert de Raad dat niet meteen. Het is zoeken naar een balans tussen ‘gericht’ en ‘eenvoud’. Nu is het systeem extreem ‘gericht’, een heel precieze financiering, helemaal afgestemd op de details van je werk en inkomen. Kies je voor ‘eenvoud’ dan laat je die exactheid (deels) varen en in het uiterste geval kom je dan bij gratis opvang terecht. Die balans vinden is een politieke keus die ooit tijdens de formatie moet worden gemaakt.
Tot slot: het is prachtig dat de SER kinderopvang ziet als manier om de kansenongelijkheid tussen kinderen van verschillende inkomensgroepen te verminderen. Maar dat staat of valt wel bij de kwaliteit van die opvang. Dat vereist dat de opvang ook activiteiten aanbiedt die goed zijn voor de ontwikkeling van kinderen. Als de opvang een veredelde oppas is, waar kinderen vooral hun tijd slijten als ouders werken, dan wordt dit doel natuurlijk niet gehaald.
Song of the week - Brief Pieter Omtzigt lekt uit
Doe Maar - De bom
Podcast
Nu de coronacrisis op z'n einde loopt, schieten de prijzen omhoog. Je merkt het onder meer aan de pomp. In Nederland ligt de inflatie al boven de 2%, in de Verenigde Staten is die zelfs 5%. Wat is er aan de hand? En waarom vinden centrale banken inflatie zo goed? In de nieuwste aflevering van Kwestie van Centen bespreek ik dit met Herman Stam. Ook op Spotify en iTunes.
Wil je mij als spreker?
Mij inhuren als spreker, panellid of columnist? Bekijk mijn profiel bij Speakers Academy of mail naar info@speakersacademy.com
Hoe vond je deze editie?
Als je deze nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, dan kun je je hier afmelden.
Als deze nieuwsbrief doorgestuurd is en je wilt je aanmelden, klik dan hier.
Gemaakt door Martin Visser met Revue.