Bekijk profielpagina

Achter de cijfers - Editie #129: over het herstelplan dat een grabbelton wordt en over het polderakkoord dat de zzp-kwestie niet oplost

Revue
 
 

Achter de cijfers

5 juni · Editie #129 · Bekijk online

Econoom en journalist Martin Visser praat je wekelijks bij. Wat is het verhaal achter de cijfers? Over pensioenen, lonen en arbeidsmarkt, over robotisering, flexibilisering, over de problemen van de middenklasse, over de houdbaarheid van de euro én van de EU. Links, cijfers en duiding.


Plotseling stond die goeie ouwe SER weer centraal deze week. Is de polder dan toch nog springlevend? Vakbonden en werkgevers zijn er eindelijk in geslaagd een deal te sluiten over flexwerk. Zo'n akkoord kan de kabinetsformatie - als die eindelijk gaat beginnen - behoorlijk beïnvloeden. Ik analyseer het SER-akkoord uitgebreid in deze nieuwsbrief. Maar eerst sta ik stil bij de vraag: wat is eigenlijk dat herstelplan dat iedereen zo graag wil?
Reacties stel ik zeer op prijs - dat kan door een reply op de email of via een comment bij de like. Bevalt deze nieuwsbrief? Laat dat dan ook weten aan vrienden, familie en collega’s. Er kunnen nog best wat abonnees bij.
Veel leesplezier!

Herstelplan
Iedereen wil snel een herstelplan, maar wat wordt daar eigenlijk onder verstaan? VVD-leider Mark Rutte opperde tijdens de verkiezingscampagne om snel in een soort pre-formatie tot een herstelplan te komen. Dan gaat het over investeringen in de economie Werkgevers willen een herstelplan als logisch vervolg op de coronasteun. Dan gaat het onder meer over oplossing voor de coronaschulden van ondernemers. Informateur Mariëtte Hamer wil een herstelplan en kijkt daarbij naar duurzaamheid, digitalisering en inclusiviteit. En grote chipfabrikanten laten Nederland, volgens NRC, links liggen omdat we geen herstelplan hebben.
Het ziet ernaar uit dat het herstelplan een soort verzamelbak aan het worden is. Logisch dus dat zo lang duurt voordat het er komt.
Ik vrees dat het gewenste herstelplan inderdaad alles is wat ik hiervoor beschreef. Tijdens de coronacrisis kwam het kabinet steeds met een steun- en herstelpakket. De steun is per 1 juli nog eenmaal met een kwartaal verlengd. De opvolger van steun is dan logischerwijs herstelbeleid. Het Centraal Planbureau stelt dat dat moet gaan over de torenhoge (belasting)schulden in sommige branches en over het inhalen van de leerachterstanden in het onderwijs. Wat mij betreft is dit het meest concreet en het meest urgent.
Verder ligt er in Brussel €5,6 miljard op ons te wachten, in het kader van het Europese Herstelfonds. Daarvoor moet een plan worden ingediend - een herstelplan, zo je wilt - en de Europese Commissie kijkt daarbij of die plannen voldoende bijdragen aan verduurzaming, digitalisering en inclusiviteit, de thema’s van Hamer. Maar: er moeten ook hervormingen van de economie bij zitten. Dat was een vurige wens van Nederland. Minister Wopke Hoekstra van Financiën en premier Rutte wilden per se dat Zuid-Europese landen zouden hervormen in ruil voor geld. Die eis bijt Nederland nu in de staart. DNB-president Klaas Knot suggereerde dat Nederland zijn woningmarkt moet aanpakken, onder meer door de hypotheekrenteaftrek te versoberen. Dat zou de Europese Commissie ook wel zien zitten. Maar ja, met een formatie die op z'n gat ligt, zit dat er voorlopig in - als VVD en CDA er überhaupt al aan willen. De Brusselse miljarden blijven voorlopig op de plank liggen.
Ondertussen doen zowel Nederlandse als Europese politici aan grootschalige begripsverwarring. De een wil klimaat in het herstelplan, de andere de jeugdzorg, de volgende sociale advocatuur, of innovatie. Allemaal prachtig, maar wat heeft dat met herstel van de economie te maken? Dat is eerder de coronacrisis als aanleiding, als momentum, te zien om een nieuwe koers in te slaan. Dat mag natuurlijk allemaal best. Maar het gevaar is dat onder het mom van ‘herstel’ allerlei extra overheidsuitgaven worden gerechtvaardigd. Dat de begroting nu een grote grabbelton wordt waaruit iedereen zijn eigen politieke wensjes bij elkaar grabbelt.
Het interessante is juist dat er steeds meer consensus onder economen groeit dat er voor het herstel zelf niet zo gek veel hoeft te gebeuren. Ja, die genoemde schuldsanering in getroffen branches en een plan voor leerachterstanden. Maar dan heb je het wel zo'n beetje gehad. Ik spraak Knot er deze week kort over. Hij is optimistisch dat het herstel vanzelf komt nu de versoepelingen zijn ingezet:
“Of er een herstelplan nodig is? Er is in ieder geval geen enkele behoefte aan verdere stimulansen vanuit de begroting. De overheid moet het herstel in goede banen leiden, maar het herstel komt niet bij de overheid vandaan. Los van wat de overheid doet, dat hetstel komt er wel aan - ook als de overheid op haar handen gaat zitten. Ik denk ook niet dat politici moeten suggereren dat de overheid het herstel uit de coronacrisis moeten bewerkstelligen. Natuurlijk zijn er knelpunten, zoals stikstof. Als we dat niet oplossen loop je tegen je grenzen aan van woningbouw en wegenaanleg. Er moet dus wel iets gebeuren om het herstel blijvend te laten zijn. Zo kun je het herstel gebruiken voor de energietransitie.”
Kort samengevat: een herstelplan is bescheiden en concreet. Alles wat daarop volgt is een compleet regeerakkoord waar meteen alles in zit, van klimaat tot stikstof, van woningmarkt tot onderwijs tot arbeidsmarkt. Zullen we dat dan gewoon een regeerakkoord blijven noemen? En o ja, maak dáár dan een beetje tempo mee. Om met Hoekstra te spreken: vooruit met de geit.
Polderdeal
En toen was er deze week ineens een klassiek polderakkoord. Sinds 2006 was het werkgevers en vakbonden niet meer gelukt om tot een breed advies voor een kabinetsformatie te komen. Nu dus wel. Onder leiding van onafhankelijk kroonlid Romke van der Veen van de Sociaal-Economische Raad - nu SER-voorzitter Mariëtte Hamer tijdelijk andere bezigheden heeft.
Ik ben heel dubbel over dit akkoord, dat voornamelijk over de arbeidsmarkt gaat. Ik zie veel losse eindjes en onlogische compromissen. En toch zou het een historisch akkoord kunnen zijn. Want nu is de koerswending bij de werkgevers, die al een tijdje toegeven dat de flexibilisering op de arbeidsmarkt is doorgeslagen, eindelijk formeel vastgelegd. In dit akkoord wordt flexwerk heel nadrukkelijk ingedamd.
Dat is ook de reden dat Hans Borstlap, voorzitter van de invloedrijke arbeidsmarktcommissie, best positief is. Op BNR liet hij zich enthousiast uit over de doorbraak, ondanks de op- en aanmerkingen die ook te maken zijn. Hetzelfde geldt voor Volkskrant-columnist Frank Kalshoven, die ook in de commissie-Borstlap zat:
“Niets minder dan een doorbraak. De Sociaal-Economische Raad (SER) publiceerde deze week zijn advies over het beleid in de komende kabinetsperiode, en de werkgeversclubs en vakcentrales zijn hierin onder leiding van voorzitter Mariëtte Hamer – die dezer dagen een bijbaantje heeft als informateur van een nieuw kabinet – over hun eigen schaduw heen gesprongen. De arbeidsmarkt gaat, (nu ook) als het aan de sociale partners ligt, drastisch op de schop.”
Het polderproces is één ding, er is ook nog de inhoud. Dan vallen de oordelen wat minder gunstig uit. Onder meer FD-columnist Mathijs Bouman fileert het akkoord op basis van die inhoud:
“Zekerheid en gratis geld voor werknemers, onzekerheid en hogere kosten voor zelfstandigen; waarom staat de handtekening van VNO-NCW onder zo’n advies? Misschien omdat de werkgeversclub bij het aantreden van voorzitter Ingrid Thijssen een nieuwe koers is gaan varen, met de blik op de ‘brede welvaart’ en voor een ‘samenleving met gelijke kansen’. De werkgevers werden wakker en zijn nu VNO-NCWoke. Aan dit SER-advies te zien, geeft die tactiek de vakbond wel erg veel kansen voor open doel.”
Deze week schreef ik met collega Joost Spijker een analyserend stuk waarin we op een rij zette waar het aan schort in het akkoord. De grote lijn is: vast moest minder vast worden en flex minder flex. Dat laatste is gelukt, maar dat eerste absoluut niet. Werkgevers blijven verantwoordelijk voor twee jaar doorbetaling bij ziekte en op geen enkele manier wordt er iets aan het starre ontslagrecht gedaan. Blijkbaar waren beide een no go voor de vakbonden, en de werkgevers hebben daaraan toegegeven.
De commissie-Borstlap zocht juist het evenwicht door externe flexibiliteit in te dammen (wat de SER wel deels overneemt) en door de interne wendbaarheid te vergroten (wat de SER volledig laat liggen). En dan komt er bijvoorbeeld zo'n raar compromis uit over een soort deeltijd-WW. Om werkgevers ook iets meer flexibiliteit te geven mogen bedrijven eenzijdig bepalen dat het personeel 20% minder werkt. Mét behoud van salaris en de overheid betaalt dan 75% van die rekening, zonder dat WW-rechten worden aangetast. De polder viert feest op rekening van Den Haag.
Uitzendwerk wordt inkort van maximaal 5,5 jaar nu naar maximaal 3 jaar. Verder worden draaideurconstructies aangepakt om te voorkomen dat mensen langdurig in flexbaantjes worden gehouden. Een prima zaak lijkt me. Maar Borstlap ging wel een paar stappen verder. Die wilde de arbeidsrelaties terugbrengen tot drie vormen:
“Het land waarin wij willen werken kent een ordelijke arbeidsmarkt met drie "rijbanen” voorwerkenden: een rijbaan voor zelfstandigen, een rijbaan voor werknemers met een contract voor (on)bepaalde tijd en een rijbaan voor werknemers die op uitzendbasis tijdelijk werk verrichten dat qua duur en omvang van tevoren niet of moeilijk is te overzien.“
Dat betekende een streep door payrolling en contracting, driehoeksverhoudingen waarbij de werkgever niet meer echt de werkgever is. De SER wil contracting - een vorm van detachering - inperken, maar laat payrolling volledig onbesproken. Opmerkelijk. Vermoedelijk waren de vakbonden al heel erg blij dat in het akkoord staat dat de vaste baan weer de norm wordt. Nou ja, het staat er op z'n polders:
"De SER heeft als uitgangspunt dat structureel werk in principe wordt georganiseerd met de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.”
Let op ‘in principe’. Typisch een woordkeuze waarover oeverloos onderhandeld wordt. Wat hier staat is dat vast werk ook een vast contract vereist. In principe. En wanneer is er dan sprake van flexwerk?
“Flexibele arbeidsrelaties (tijdelijke arbeidsovereenkomst, uitzend, oproep en zzp) hebben een plaats op de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld bij piek en ziek.”
Let op het woordje ‘bijvoorbeeld’. Opnieuw zo'n woord waarover oeverloos onderhandeld zal zijn.
(Lees hier onze analyse van de open eindjes. Ook schreef ik mijn column over de polderdeal en de nieuwe bestuurscultuur. NRC reconstrueerde het ontstaan van het akkoord. En Volkskrant-columnist Frank Kalshoven deelde in zijn column zijn enthousiasme.)
Polderdeal (2)
Ik heb twee grote problemen met dit akkoord. 1) het regelt de zzp-kwestie niet. En 2) het komt opnieuw met vooral vrome woorden over scholing.
1) Zzp
Over de zzp'ers hebben werkgevers en vakbonden nu zelf voor verwarring gezorgd. Alle zzp'ers die minder dan €30-35 per uur krijgen worden geacht gewone werknemers te zijn, schrijft de SER. Iedereen vertaalt dat als een minimumtarief - een eerder plan van minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken dat de polder zelf onderuit heeft gehaald. Nee hoor, zeggen werkgevers nu: we willen helemaal geen minimumtarief en dat staat ook niet in het akkoord.
Het klopt dat een minimumtarief niet expliciet wordt genoemd. Het staat er zo:
“De meest acute problemen met schijnzelfstandigheid doen zich voor aan de basis van de arbeidsmarkt waar veelal de onderhandelingspositie van werkenden onvoldoende is om een adequaat tarief te bedingen. Daarom dient altijd een rechtsvermoeden van werknemerschap te gelden bij een tarief onder het maximumdagloon (30,- á 35,- euro per uur). Indien de werkende meent dat hij/zij werknemer is, is het aan de opdrachtgever voor de rechter te bewijzen dat dit niet het geval is.”
Dit lijkt helder. Een zzp'er onder de €30-35 per uur is een werknemer. En als de opdrachtgever dat anders ziet, gaat ie maar naar de rechter. Maar hoe werkt dit in de praktijk? Iemand wil voor Deliveroo gaan bezorgen en krijgt een tientje per uur. Die fietsbezorger zegt: dan wil ik een vaste baan. Waarop Deliveroo zegt: ik dacht het niet, ik zoek wel iemand anders. Wie stapt er dan naar de rechter? De bewijslast ligt wel bij de opdrachtgever, maar wie moet nu het initiatief nemen voor een rechtsgang? Dat is toch de werkende?
En wat te doen met alle praktische bezwaren die er tegen een uurtarief waren als criterium? Daar liep Koolmees ook op vast. In allerlei branches gelden stuksprijzen, geen uurtarieven. Hoe voer je dit dan in de praktijk uit?
De SER heeft dus geen goed werkend criterium bedacht wat een echte zzp'er is en wat een schijnzelfstandige? Terwijl dát de afgelopen jaren juist het grote probleem was bij de aanpak van de flexibilisering op de arbeidsmarkt. Dan loopt de SER vervolgens helemaal vast op de fiscale aanpak van zzp'ers. Aan de ene kant schaft de polder de zelfstandigenaftrek af, aan de andere kant voert de SER die meteen weer in:
“De zelfstandigenaftrek wordt in de SER-voorstellen afgebouwd in samenhang met de overige maatregelen die de bescherming van zelfstandigen verbeteren en met een effectieve oplossing voor het kwalificatievraagstuk. Hiervoor in de plaats komen fiscale faciliteiten voor zelfstandig ondernemers die daadwerkelijk risico lopen met eigen investeringen.”
Oftewel: een echte zzp'er krijgt wel fiscale steun. Maar ja, wat is een echte zzp'er? Niemand die het weet.
2) scholing
Hier komen we bij het meest gênante deel van het akkoord. Al sinds de jaren zestig praat de polder over leven lang leren. Het is van belang dat werknemers bij blijven, zich blijven scholen en ontwikkelen. Zo kunnen ze inspelen op veranderingen, op verdwijnende en opkomende banen en kunnen mensen die hun baan kwijtraken snel weer elders aan het werk. Dit is in Nederland al jarenlang heel zwak geregeld. Vakbonden en werkgevers zitten in sectoren op bergen scholingsgeld, maar regelen die het lieft binnen hun eigen cao en hun eigen sector. En de verbinding met het reguliere onderwijs wordt ook niet gemaakt.
Maar o, o, o, wat is dit probleem nu urgent, zegt de polder vroom:
“Daarvoor is een arbeidsmarktinfrastructuur nodig die zorgt voor het voorkomen van werkloosheid met behulp van ‘leven lang ontwikkel’ en ‘van werk naar werk’ trajecten. In Nederland ontbreekt zo’n infrastructuur. Dit werd tijdens de coronacrisis node gemist. Er is grote urgentie, mede gezien de vergrijzing en de digitale- en groene transities, om vraag en aanbod op de arbeidsmarkt beter op elkaar af te stemmen. Het opbouwen van deze infrastructuur moet daarom zo snel mogelijk starten.”
Wat een ontdekking tijdens de coronacrisis. Blijkt plotseling dat dit oeverloos uitgekauwde thema niet op orde is. Daar stond de polder wel even van te kijken. Ze hadden er toch al zo vaak over gepraat? Maar nu is het urgent, ze gaan het aanpakken. Beste overheid, wij gaan dit regelen. Let maar op:
“In een periode van acht tot tien jaar zal stapsgewijs een dekkende dienstverlening Leven Lang Ontwikkelen (LLO) en VWNW-trajecten (VWNW) ontstaan. Sociale partners nemen hierin initiatief en regie en vervullen een actieve, stevige en uitvoerende rol.”
Zo, binnen acht tot tien jaar? Dat moet wel goed komen. Toch?
Song of the week - Kabinetsformatie loopt vast
DATA - Left right centre
Podcast
En ineens was er een polderdeal. In 23 pagina’s beschrijven werkgevers, vakbonden en kroonleden in de SER hoe de arbeidsmarkt eruit zou moeten zien. Is het een oplossing voor de problemen? Is de zzp-kwestie nu definitief opgelost? In de podcast Kwestie van Centen bespreek ik deze doorbraak met DFT-chef Herman Stam. Luister de nieuwste aflevering hier. Ook op Spotify en iTunes.
Wil je mij als spreker?
Mij inhuren als spreker, panellid of columnist? Bekijk mijn profiel bij Speakers Academy of mail naar info@speakersacademy.com
Hoe vond je deze editie?
Als je deze nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, dan kun je je hier afmelden.
Als deze nieuwsbrief doorgestuurd is en je wilt je aanmelden, klik dan hier.
Gemaakt door Martin Visser met Revue.