Bekijk profielpagina

Achter de cijfers - Editie #127: over de shit van ondernemers, onrechtvaardige economen en de 'puinhopen' van Rutte

Revue
 
 

Achter de cijfers

22 mei · Editie #127 · Bekijk online

Econoom en journalist Martin Visser praat je wekelijks bij. Wat is het verhaal achter de cijfers? Over pensioenen, lonen en arbeidsmarkt, over robotisering, flexibilisering, over de problemen van de middenklasse, over de houdbaarheid van de euro én van de EU. Links, cijfers en duiding.


Dank voor alle reacties op mijn vorige nieuwsbrief. Ik schreef toen over de stapeling van problemen in dit ‘gave’ land. Over de tanende kwaliteit van het onderwijs, onderhuidse ongelijkheid en rammelende overheidsdiensten waarbij de burger vergeten is. In deze nieuwsbrief probeer ik eerste observaties op een rij te zetten. Schroom niet mij met reacties te blijven bestoken. (Via een reply op de nieuwsbrief-mail of via een opmerking bij het liken van deze nieuwsbrief.)
Verder veel aandacht voor de tweede recessie waarin we zijn beland. En de vraag hoelang ondernemers nog gesteund gaan worden. Is het logisch die steun af te bouwen? Hoe helpen we ondernemers met hun (belasting)schulden?
Ongemerkt is de nieuwsbrief wat lang geworden. Sorry daarvoor. Je kunt er gerust in grasduinen, alles is bewust in stukken opgeknipt zodat het toch nog overzichtelijk is gebleven (hoop ik).
Vind je mijn nieuwsbrief interessant? Deel ‘m dan met collega’s, vrienden of familie. Veel leesplezier weer deze week!

Recessie
Nederland is formeel voor de tweede keer tijdens de coronacrisis in recessie. Economen spreken eufemistisch van een technische recessie. Hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen van het Centraal Bureau voor de Statistiek zei deze week bij het uitkomen van nieuwe groeicijfers dat je dit toch moeilijk een nieuwe recessie kon noemen, het was immers al sinds maart vorig jaar crisis.
Allemaal waar. Feit is dat we in het vierde kwartaal een krimp van de economie hadden van 0,1% en in het eerste kwartaal van dit jaar van 0,5%. Twee kwartalen van krimp op rij heet een recessie. Van Mulligen heeft gelijk dat we al meer dan een jaar in een crisis zitten. Maar dit is wel een heel bijzondere. Zo groeide de economie in het derde kwartaal bijvoorbeeld heel hard. Tussen de twee lockdowns door was er een duidelijk opleving te zien, en die was groter dan menigeen vooraf had voorspeld.
bron: CBS
bron: CBS
De coronacrisis is daarmee een stuiterbalcrisis. Diepe dalen en hoge pieken wisselen elkaar af. Dat komt ook omdat statistici in crisistijd kijken naar de groei (of krimp) van de economie ten opzichte van het kwartaal daarvoor. Dan is zie je in een kwartaal zonder lockdown nu eenmaal een enorme hoge groei ten opzichte van een voorgaand kwartaal mét lockdown.
Als de coronacrisis ten einde is, ga je ongetwijfeld ook rare uitschieters zien. De groei van de economie is dan enorm hoog, vergeleken met een periode dat de boel op slot zat. Maar dat is nog niet hetzelfde als hoogconjunctuur. En ook nog niet hetzelfde als een flinke inhaalvraag. De komenden kwartalen jojo-en we nog wel even door in de grafieken.
En toch zijn er echte tekenen van herstel. Het CBS wijst erop dat het ondernemersvertrouwen en het consumentenvertrouwen verbetert. Ook neemt de export van goederen alweer toe. En ook de consument begint weer meer uit te geven. Dat zien je aan de pin-data die onder meer ING verzamelt:
bron: ING
bron: ING
In de grijze en oranje lijnen zie je de uitgaven die consumenten doen met de pinpas in de horeca (oranje) en de non-food-winkels (grijs). Zit de lijn op de nul, dan zijn de bestedingen hetzelfde als in een normaal jaar. Je ziet in maart 2020 ogenblikkelijk het effect van de eerste lockdown. De horeca zakt 80% terug - alleen afhaalmaaltijden blijven over. Maar ook de winkels doen het in eerste instantie 40% slechter, terwijl die in de eerste lockdown (de ‘intelligente’, weet je nog?) niet gesloten waren. Vooral schoenen- en kledingwinkels hebben forse klappen gekregen tijdens corona.
Vanaf juni is er een opleving en dan komt in de horeca half oktober opnieuw een klap, wanneer de gedeeltelijke lockdown ingaat. De bestedingen zakken dankzij afhaalmaaltijden iets minder ver terug dan in de eerste lockdown. In december gaan de niet-essentiële winkels dicht en dan zie je ook de bestedingen daar kelderen.
Maar het goede nieuws zit aan het einde van de grafiek. Bij elke versoepeling (click & collect in de winkels, winkelen op afspraak, terrassen en winkels open) zie je de bestedingen aantrekken. De horeca is nog maar beperkt open en heeft dus nog een weg te gaan, de detailhandel laat flinke verbeteringen zien.
Economen van ABN Amro verwachten dat er weinig terughoudendheid bij consumenten zal zijn. Uit eerder onderzoek van de bank bleek dat de eerste recessie niet alleen ontstond door de lockdown, maar ook door angst voor het virus zelf. De huidige recessie lijkt vooral door de beperkende maatregelen te komen. ABN-econoom Nora Neuteboom zegt:
“Er zijn minder mensen voorzichtig. Dat komt onder meer doordat steeds meer mensen zijn gevaccineerd. In de zomer van vorig jaar was er wel veel open, maar corona was er nog. En veel ouderen gingen toen niet zomaar op een terras zitten of zomaar een winkel in. Dat effect van de angst voor het virus is weg.”
Kraan dicht
Ik sprak deze week een ondernemer op IJburg, een winkelier die wekenlang de tent moest sluiten vanwege de lockdown. Het was geen vrolijk verhaal. Gedoe met de huisbaas die geen huurkorting wilde geven. De leverancier van het kassasysteem wilde ook gewoon geld zien, crisis of niet. Ondertussen bleef de ondernemer maar wachten op de uitbetaling van de TVL, de tegemoetkoming van de vaste lasten die deze keer opnieuw vertraagd is.
Een deel van de voorraad kon worden weggedaan, want die was na de feestdagen en in het nieuwe jaar niet meer verkoopbaar. Nu was de winkel wel weer open, maar het was nog niet erg druk. Mensen belden soms nog op om een afspraak te maken. De ondernemer moest dan geduldig uitleggen dat winkelen al niet meer op afspraak is.
Deze ondernemer kon er met de pet niet bij dat een paar branches de volledige economische prijs voor de crisis betalen. De meeste werknemers worden doorbetaald, veel sectoren draaien gewoon door, enkele hebben zelfs gouden tijden en vervolgens zitten ondernemers in de horeca, een deel van de detailhandel, de evenementenbranche, de cultuursector en nog een paar met de ellende. Het was zelfs spannend geweest of de salarissen elke maand betaald konden worden. Een van de personeelsleden had aangeboden de ondernemer financieel te hulp te schieten. Dat was zijn eer te na. De ondernemer leeft al maanden op bijstandsniveau, werknemers krijgen gewoon betaald en alle leveranciers en de verhuurder incasseren gewoon.
Dat is toch om wanhopig van te worden?
Begrijpelijk dat mkb-voorvechter Hans Biesheuvel van ONL zich heel boos maakt over het uitstel van de TVL-betaling. Ik had hem deze week aan de telefoon en hij kon zijn woede niet inhouden:
“Dat is heel ongelukkig qua timing. Dit is de maand dat het vakantiegeld moet worden uitbetaald, ondernemers beginnen na de lockdown weer opnieuw op te starten. Tot dinsdag stond op de site dat het TVL-loket voor het tweede kwartaal op 18 mei zou openen. Dan wordt eventjes op een achternamiddag besloten dat het een maand later wordt. Dat ja na 14 maanden corona nog altijd niet beseft wat de impact. Als ondernemer kun je geen kant op. Ik vind dat heftig.”
Biesheuvel en MKB-Nederland-voorzitter Jacco Vonhof worden natuurlijk dagelijks vanuit hun achterbannen bestookt met dit soort verhalen van ondernemers. Ondertussen voelen ze aan dat in Den Haag heel voorzichtig de politieke wind aan het draaien is. Daar sprak Vonhof zich onlangs al bezorgd over uit:
“Ik merk dat de toon van het gesprek begint te veranderen. Met name mensen in Den Haag die op de universiteit hebben gezeten, zeggen dat we het wel zo’n beetje gehad hebben. Dat we de steunmaatregelen maar eens moeten afschalen of stoppen. Dat we dan voor lief moeten nemen dat ondernemers in de getroffen sectoren kapotgaan, omdat dat anders ook wel was gebeurd. Allemaal van dat soort hoog-over-beschouwingen van macro-economen.”
Vonhof heeft het niet zo op macro-economen met spreadsheets, zo laat hij we vaker blijken. Ik voel me als macro-econoom met mijn spreadsheet niet aangesproken. Ik begrijp heel goed wat hij bedoelt. Van meet af aan zit er een macro-economische redenering achter het steunpakket. Niet voor niets wilden de ministers vorig jaar eigenlijk al de steun afbouwen. Dan zou vanzelf blijken welke bedrijven dit nieuwe normaal zouden overleven en vielen ongezonde bedrijven af. Door maatschappelijke druk gingen die versoberingen steeds niet door, maar dat denken bleef en begint nu weer de boventoon te voeren.
Simpel gezegd komt het erop neer: het maakt niet uit als een horecabedrijf omvalt, want de omloopsnelheid in de horeca is altijd hoog. En de toegevoegde waarde voor onze economie is beperkt. De schade aan de macro-economie van een faillissementsgolfje in de horeca is overzichtelijk. We kunnen nu eenmaal geen bedrijven in de lucht blijven houden. Het is een keer mooi geweest. De economische dynamiek moet ook weer ruimte krijgen. Dat soort redeneringen.
Zo is directeur Pieter Hasekamp van het Centraal Planbureau (CPB) ook weer heel stellig:
"Wij denken dat verlengen van de huidige steun niet het beste idee is, ook niet als de crisis nog langer duurt. Op een gegeven moment is het onaanvaardbaar om bedrijven ten koste van alles overeind te houden en mensen met een vaste baan betaald thuis te laten zitten. Je zult moeten afbouwen.”
In het wekelijkse overleg dat werkgevers en vakbonden met het kabinet hebben over de coronacrisis merken ze ook deze toenemende druk, dat met name komt van het CPB en van het ministerie van Financiën. Het klinkt ook wel logisch, in eerste instantie. Want ergens houdt het toch een keer op?
Maar daar zijn (minstens) twee dingen tegen in te brengen. 1) waarom zou je bedrijven nu nog laten omvallen terwijl de crisis bijna ten einde is? Is dat niet zonde van al dat belastinggeld? en 2) veel belangrijker: de primaire reden zou niet moeten zijn om de economie te redden, maar is schadeloosstelling. Vergelijk het met het uitkopen van huiseigenaren of boeren vanwege de aanleg van een nieuwe weg. De coronabeperkingen is net zo goed overheidsbeleid dat tot directe financiële schade leidt.
Daarom blijven de ondernemersorganisaties maar roepen om meer steun. Ook voor al die gevallen die tussen wal en schip zijn gevallen. Macro-economisch maken die niet uit, maar het recht op schadeloosstelling is er niet minder om. Het gaat hier om rechtvaardigheid. Vandaar ook dat gevoel bij getroffen ondernemers dat zij als minderheid de prijs betalen voor de coronacrisis. In dat licht begrijp ik niet dat je zo gemakkelijk en zo kil kunt roepen dat de boel maar afgebouwd moet worden.
Schulden
Op de achtergrond is er nog een partij die om afbouw van steun vraagt: De Nederlandsche Bank (DNB). Ook dat hoor ik steeds terug in de polder: het zijn de economische adviseurs die zo zitten te duwen op het staken van de coronasteun. Publiekelijk heeft DNB-baas Klaas Knot zich anders geuit. Vorig jaar pleitte hij al snel voor afbouw, maar daar denkt hij inmiddels iets anders over:
“Toen dachten we nog dat er een permanente verandering zou zijn, maar dat scenario lijkt zich nu niet voor te doen. Ik ben er daardoor van overtuigd geraakt dat het wenselijk is om met overheidsgeld zoveel mogelijk bedrijven er doorheen te slepen.”
En vervolgens zegt hij daar achteraan: “En waar nodig schulden te herstructureren.” Dat is cruciaal. Als de roep om schuldsanering net zo hartstochtelijk is als de roep om afbouw van steun, dan snap ik er nog wel iets van. Maar de economie-ministers in het kabinet lijken hiermee bepaald geen haast te maken. Ze lijken een gedegen schuldenaanpak vooral heel ingewikkeld te vinden.
Waar hebben we het over? Om te beginnen belastingschuld. Ondernemers mochten hun belastingbetaling uitstellen, een belangrijk onderdeel van het steunpakket. Dat heeft 10% van de bedrijven gedaan, circa 250.000 bedrijven in totaal. Voor €16 miljard. Bij kleine ondernemers die belastinguitstel hebben aangevraagd zit gemiddeld €20.000 belastingschuld, bij het middenbedrijf €58.000 en bij grote bedrijven is de belastingschuld gemiddeld bijna €900.000.
Dit is zo'n beetje wat het ministerie van Financiën weet. Al weken wordt gesproken over de schuldenproblematiek zonder gedetailleerd inzicht in de schuldenlast per branche. Eerder werd wel bekend hoe het per sector is verdeeld, maar dan zitten in de detailhandel bijvoorbeeld coronawinnaars als supermarkten en coronaverliezers als schoenenwinkels.
Dankzij het sectorbureau van ABN Amro weten we sinds deze week eindelijk meer. De bank vroeg het CBS om gedetailleerde cijfers die de statistici weer kunnen ophalen uit de microdata van de fiscus. Het duurde twee maanden voordat er eindelijk toestemming kwam van de fiscus. En toen kon ABN Amro met cijfers komen die Financiën zelf ook allang had kunnen opleveren.
bron: ABN Amro
bron: ABN Amro
Hier zie je de twintig branches met de meeste bedrijven met belastingschuld (groene balkjes). Logisch dat horeca en retail daarin goed vertegenwoordigd zijn. Maar je ziet ook dat toeleveranciers in de problemen zitten. Beveiligers van horeca en kantoren bijvoorbeeld, uitzenders en payrollers. Maar ook sommige delen van de industrie hebben het moeilijk. De grijze balkjes geven het werkelijke probleem weer: hoeveel maanden winst zijn ondernemers gemiddeld kwijt om al die belastingschuld af te lossen?
Dan springen bijvoorbeeld kledingwinkels eruit, die circa twee jaarwinsten aan fiscale schuld hebben. Niet in deze top 20, maar ook dramatisch: cateraars en kantines hebben vier jaarwinsten aan schuld. Oftewel: de belastingschuld is heel ongelijk verdeeld. En dan komen hier nog bovenop: terugbetalingen aan loonsteun aan het UWV, terugbetaling aan vastelastensteun aan RVO, eventuele schuld bij de gemeente, schulden bij de bank, de verhuurder, de leverancier, de brouwer, familie, vrienden.
Het gaat hier om specifieke branches waar ondernemers hun eigen vermogen hebben zien verdampen en waar de schulden zijn opgelopen. Deze bedrijven zouden in normale omstandigheden wellicht niet meer levensvatbaar zijn. Maar er zijn geen normale omstandigheden. Deze problematiek is ontstaan door corona en de beperkende maatregelen. Kun je dan als overheid zeggen: we helpen alleen levensvatbare bedrijven? Nee, dat is geen goede graadmeter.
Alleen al uit een gevoel voor rechtvaardigheid, maar ook om economische motieven zou je ondernemers moeten helpen om van deze ballast af te komen. Naar verluidt is dat precies waar DNB op aandringt: een schuldsanering van publieke én private schulden. Wettelijk zijn daar ook mogelijkheden voor. Met een meerderheid van je schuldeisers kun je een schuldendeal sluiten (geregeld in de Wet Homologatie Onderhands Akkoord). Als een minderheid van de schuldeisers niet wil meewerken, kunnen die gedwongen worden. Een mooie oplossing, zou je zeggen.
Alleen: voor kleine ondernemers is dit niet te betalen. De juridische kosten die je moet maken wegen niet op. En dan is er nog het probleem van de schaal. Kunnen alle juristen en het rechterlijk apparaat een massaal gebruik van deze wet aan? Is het ministerie van Justitie zich hierop aan het voorbereiden? Inhoudelijk lijkt het allemaal zo logisch. Als private schuldeisers inzien dat de nood bij een bedrijf zo hoog is, dat inschikkelijkheid noodzakelijk is, dan zouden de fiscus en andere publieke schuldeisers moeten volgen. Door die weging van verschillende schuldeisers voorkom je als fiscus dat je zomaar iedereen schulden kwijtscheldt, ook bedrijven die destijds alleen maar voor de zekerheid uitstel van belastingen aanvroegen.
Maar niets wijst erop dat dit allemaal in voorbereiding is. Vrijdag heeft de ministerraad beslist over verlening van de noodsteun en over een schuldenplan. Dinsdag wordt dat gepresenteerd. Vooralsnog wil het kabinet niet veel meer dan de terugbetaaltermijn voor de belastingschuld verlengen. Maar er is behoefte aan veel meer: het bijeenbrengen van alle schuldeisers en het nadenken over een raamwerk waarbinnen talloze (kleine) ondernemers een beroep kunnen doen op schuldsanering. Dat vereist maatwerk. Het standaard-argument van het kabinet dat maatwerk gewoon niet kan, is niet acceptabel. Het is een uitzonderlijke crisis, dan moet je bereid zijn uitzonderlijke dingen te doen.
(Kijk hier mijn video over de coronaschulden: ‘Overheid kan ondernemers niet in deze shit achterlaten’ en lees hier mijn artikel naar aanleiding van het onderzoek van ABN Amro: Deze ondernemers hebben de grootste belastingschulden.)
Puinhopen
In mijn vorige nieuwsbrief trok ik een parallel tussen de ‘puinhopen’ die Pim Fortuyn zag na acht jaar Paarse kabinetten en de problemen waar Nederland mee kampt na tien jaar Rutte. Ik vroeg mij daarin hardop af hoe het kan dat zo'n welvarend land als Nederland tegelijkertijd met zoveel problemen kampt, zoals:
  • achterstallige hervormingen, zoals in woningmarkt, arbeidsmarkt en belastingstelsel
  • uitvoeringsproblemen, bij Belastingdienst en tal van andere publieke diensten die vastlopen in de regelgeving en/of de burger totaal uit het oog zijn verloren
  • sluimerende ongelijkheid in inkomen, vermogen, positie op de arbeidsmarkt, onderwijskansen - ondanks mooie gemiddelden in de statistieken
  • rap afnemende kwaliteit van onderwijs
Ik kreeg veel reacties die ik moeilijk in één nieuwsbrief kan samenbrengen. Dank daarvoor, en blijf die reacties sturen (dat kan door te replyen op de nieuwsbrief-mail of een reacties achter te laten bij een like).
Het is de vraag of al deze problemen één oorzaak hebben, of er überhaupt samenhang is. Toch hoor ik veel verklaringen die delen van deze problemen verklaren en die wel met elkaar te maken hebben. Ik som een paar observaties op en ga hier de komende tijd verder mee aan de slag,
Zelfbeeld
Een aardige om mee te beginnen is ons zelfbeeld. Zowel in een achtergrondgesprek met een hoge ambtenaar als in een NRC-interview met de president van de Algemene Rekenkamer Arno Visser kwam dit terug deze week: we denken van onszelf dat we zo fantastisch zijn, maar dat zijn we niet. Die stapeling van problemen verbazen ons dus omdat ze haaks staan op de manier waarop we tegen onszelf aankijken. In de woorden van Visser:
“Ons zelfbeeld is dat we op administratief gebied heel modern zijn en het financiële beheer op orde hebben. Maar nu blijkt de Nederlandse overheid minder goed georganiseerd dan gedacht.”
Dit zelfbeeld zit ons enorm in de weg. Daardoor gaan we er maar vanuit dat de overheid alles kan organiseren. Elke nieuwe regel, elke uitzondering, alles moet maar vlekkeloos verlopen en als dat niet zo is, komt er ophef en gedoe. Dat zelfbeeld bepaalt ook in sterke mate hoe we tegen andere landen aankijken, in mijn optiek. Het tekent onze positie in de Europese Unie. En het verklaart deels de totale naïviteit aan het begin van de coronacrisis, toen de ellende in China en daarna in Italië bij ons geen alarmbellen deden afgaan. Want: wij waren toch veel beter georganiseerd dan die Chinezen en Italianen?
Compromiscultuur
Nederland is een polderland, alles wordt met iedereen besproken. Daar kunnen we trots op zijn, maar het heeft ook een keerzijde. Die hoge ambtenaar vertelde me dat, en ook dit kwam terug in dat interview met Rekenkamer-baas Visser. Al ons beleid is een onderhandeling. Alles is een compromis, geven en nemen. En dat leidt niet automatisch dat het beste beleid.
"In het Nederlands bestuur draait veel om uitruilen. Zodra er een probleem is, wordt er gereorganiseerd of geschoven met geldstromen, zonder dat er echt goed wordt nagedacht over doelmatigheid. Kijk naar de decentralisaties.”
Snelheid
Enerzijds voelt het alsof hier alles altijd eindeloos lang duurt. Maar dat is schijn. Veel nieuw beleid komt in stoom en kokend water tot stand. De formatie is zo'n moment dat in noodtempo, tot op detailniveau nieuwe maatregelen worden bedacht waar we dan weer jaren aan vastzitten. Dit hangt wel samen met die compromiscultuur.
Er wordt niet lang gedaan over de analyse van een probleem. De meeste aandacht gaat naar de techniek. Vandaar dat regeerakkoorden ook zo gedetailleerd zijn. In de techniek kun je compromissen smeden. Bij de arbeidsmarkt zie je nu hoe het anders kan (als het tenminste goed afloopt). Een commissie onder leiding van oud-topambtenaar Hans Borstlap is tot een gedegen analyse van de problemen op de arbeidsmarkt gekomen. De politieke consensus die is ontstaan, is vooral een consensus over de analyse. Het is de vraag of men het eens wordt over het beleid, maar die basis is wel heel belangrijk.
Bij het klimaatakkoord ging dit helemaal mis. Jarenlang loopt Nederland achter in zijn klimaataanpak en dan moet er ineens iets gebeuren. Snelheid en compromiscultuur leiden er dan toe dat er 100 belangenorganisaties onder leiding van Ed Nijpels tot een megapakket komen. En wat blijkt: het pakket rammelt en het draagvlak ontbreekt.
De angst voor snelheid werd vandaag ook goed verwoord door columnist Marike Stellinga:
“Als de afgelopen jaren ons íéts leren, dan is het: nieuw en ingrijpend beleid moet eerst en vooral goed zijn. En dat kán misschien helemaal niet snel. Omdat snelle politieke compromissen vaak ook gooi- en smijtwerk betekenen. De rode draad in alle adviezen na de Toeslagenaffaire is toch: neem de tijd om nieuwe wetten te maken. Timmer geen vernuftig politiek compromis in elkaar dat in de praktijk niet werkt.”
Politieke cultuur
Alle aandacht ligt bij het bedienen van achterbannen en het reageren op ophef. Ministers worden voor van alles naar de Kamer geroepen en moeten vooral dit of dat regelen voor die en die groep. En zo stapelen uitzonderingen in de regelgeving zich op, wordt het belastingstelsel uitgebouwd, worden koopkrachtplaatjes leidend. Den Haag bouwt zo al jarenlang aan gedrochten van beleid en wetgeving. Is dat allemaal wel uitvoerbaar? Ach, dat is niet zo belangrijk.
Ongetwijfeld spelen media hierin ook een rol. De snelheid van verslaggeving online en de opmars van sociale media hebben deze tendens nog eens verder versterkt. In die cultuur is het beste Kamerlid degene die de meeste vragen stelt, de meeste interrupties pleegt en het vaakst een debat aanvraagt. Politiek verwordt zo tot ophef en vertier.
Typerend is de voortdurende roep van met name Herman Tjeenk Willink om naar de uitvoering te kijken. Het deed dat ook weer toen hij in 2017 informateur was. In een uitgebreide annex bij zijn verslag schrijft hij dat de politiek zich echt eens druk moet maken over de uitvoerbaarheid van alles wat ze zelf verzinnen:
“Het nieuwe regeerakkoord moge dus in de publieke, politieke en bestuurlijke aandacht domineren, het blijft verstandig te onderkennen dat de departementen en publieke uitvoeringsorganisaties al belast zijn met de uitvoering van bestaand beleid. Die uitvoering heeft een eigen dynamiek en urgentie. Er zijn daarnaast ook specifieke operaties, of de na-ijlende effecten daarvan, die zijn ingezet door vorige kabinetten. Beleidsvoornemens uit het nieuwe regeerakkoord sluiten daar niet automatisch op aan. Dat levert frictie op en belemmert de uitvoering. Daarbij komt dat de afspraken in het regeerakkoord en het daarbij afgesproken (strakke) tijdspad vaak op gespannen voet staan met de uitvoeringstechnische mogelijkheden of beschikbare capaciteit binnen de departementen of in de uitvoeringsorganisaties.”
Bezuinigingen
Het is te simpel om alles wat fout gaat te wijten aan ‘het neoliberalisme’, zoals met name de SP graag doet. Dat is te simpel. Maar het is ook weer niet helemaal onwaar. Het is ontegenzeggelijk zo dat er een verzakelijking in de overheid en de politiek is getreden. Startpunt is vermoedelijk Ruud Lubbers, en misschien was het toen ook wel hoognodig.
Sindsdien moet het vooral efficiënter. En waar mogelijk moeten overheidstaken worden uitbesteed, op afstand gezet, gedecentraliseerd. Daarbij lijkt het doel uit het zicht verdwenen. Is een efficiënte en goedkope overheid een doel in zichzelf geworden? Is niet dienstverlening aan de burger het doel?
Het is opmerkelijk, zo niet stuitend, dat terugkeer naar ‘de menselijke maat’ door de overheid nu als een eyeopener wordt gezien. Dat bewijst dat burgers gaandeweg totaal zijn vergeten. Premier Rutte presenteert dit nu als een nieuw inzicht. Een onderdeel van de nieuwe bestuurscultuur is dat burgers voortaan niet meer vermalen moeten worden tussen de raderen van de overheidsdiensten, dat burgers de overheidscommunicatie moeten kunnen begrijpen, dat ze hun rechten moeten kunnen opeisen (veel mensen die recht op toeslagen hebben, weten dat niet eens) en dat de burger met de overheid kan communiceren met menselijk contact. Blijkbaar is het een enorme doorbraak als je straks bij de overheid gewoon iemand aan de telefoon kunt krijgt of dat er een balie is waar je als mens door een mens wordt geholpen.
Leiderschap
Het is te simpel om alles wat fout gaat te wijten aan Mark Rutte. En toch. Eén voorbeeld: hoe kan het bestaan dat Rutte tien jaar lang premier is en dat jaar na jaar wordt geaccepteerd dat de kwaliteit van het onderwijs verder achteruitgaat? Als er opnieuw zo'n rapport van de Onderwijsinspectie uitkomt, waaruit blijkt dat de schoolprestaties achteruitgaan, ook in een internationale vergelijking, waarom slaat er dan niemand met de vuist op tafel? Waarom is er geen premier die zegt: dit laten we niet meer toe?
Gebrek aan politiek leiderschap speelt hier absoluut een rol. We hebben een compromispremier die het met iedereen kan doen. Dat is ook een verdienste. Ruttes stijl zorgde ervoor dat er al die jaren een regering was. Dat er coalities gesmeed konden worden. Maar het leidde er niet toe dat er prioriteiten werden gesteld, dat er een duidelijke richting werd gekozen.
Nee, veel van de voorgaande problemen worden belichaamd door Rutte. Hij is de vleesgeworden compromismachine, die om de lieve vrede liefst weer een dealtje sluit zodat zijn kabinet tenminste weer verder kan. Is een dossier te moeilijk, dan kan die beter worden doorgeschoven. Als het moeilijk wordt, dan kan er het best achter gesloten deuren iets bedisseld worden. Moet er bezuinigd worden, dan wordt de taak naar gemeenten geschoven met minder budget. Probleem opgelost.
Slot
Dit zijn eerste pogingen en aanzetten. Over de toenemende ongelijkheid heb ik het nu nog niet eens gehad. Het onderwerp dat hier aansnijd is ook wel heel breed, ik heb er nog niet eens een gedeelde noemer voor gevonden. Al weet ik wel dat al deze (deel)onderwerpen gezamenlijk een wantrouwen jegens de overheid voeden, op zijn minst bij delen van de bevolking.
Vorige keer schreef ik al dat Pim Fortuyn destijds afrekende met Paars. Dat gebeurt nu niet. Sterker nog, ondanks al deze problemen heeft Rutte de verkiezingen juist weer gevonden. Je zou kunnen denken: blijkbaar wordt het Rutte niet aangerekend - misschien zijn de problemen dan ook niet zo groot? Of je kunt denken: blijkbaar is het politieke verzet tegen zijn beleid te versnipperd over allerlei partijen die gewoon (nog) geen goed verhaal hebben.
En zoals gezegd zou het te simpel zijn alles aan één man te wijten. Maar het blijft wel opvallend dat de stapeling van problemen nog niet tot een politieke aardverschuiving heeft geleid. Misschien komt dat nog?
(Lees hier mijn column: Nederland zit hooguit in de subtop.)
Song of the week - Nieuwe informateur aan de slag
Peter Gabriel - Sledgehammer
Podcast
Na twee lockdowns krabbelt de Nederlandse economie weer op. En hoe. Dat bespreken ik met DFT-chef Herman Stam in een nieuwe aflevering van Kwestie van Centen. In de podcast bespreken we de pintransacties, het consumentenvertrouwen, de reusachtige spaarberg en de coronasteun. Grote vraag is of we kunnen rekenen op die langverwachte Summer of Love. En is het wel nodig om onszelf de crisis uit te investeren, zoals de politiek beweert? Ook op Spotify en iTunes.
Meer info
Mij inhuren als spreker, panellid of columnist? Bekijk mijn profiel bij Speakers Academy of mail naar info@speakersacademy.com
Vond je deze editie leuk?
Als je deze nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, dan kun je je hier afmelden.
Als deze nieuwsbrief doorgestuurd is en je wilt je aanmelden, klik dan hier.
Gemaakt door Martin Visser met Revue.