Bekijk profielpagina

Achter de cijfers - Editie #124: over nepdatums, groepsimmuniteit en stagnerende inkomens

Revue
 
 

Achter de cijfers

17 april · Editie #124 · Bekijk online

Econoom en journalist Martin Visser praat je wekelijks bij. Wat is het verhaal achter de cijfers? Over pensioenen, lonen en arbeidsmarkt, over robotisering, flexibilisering, over de problemen van de middenklasse, over de houdbaarheid van de euro én van de EU. Links, cijfers en duiding.


In economenland is debat ontstaan over de inkomensontwikkeling. Stagneren de inkomens nu wel of niet? Economen van de Rabobank publiceerden drie jaar geleden een opzienbarende analyse die nu wordt tegengesproken door het CBS. In deze nieuwsbrief ga ik er uitgebreid op in. Verder een blik op het openingsplan van Rutte en De Jonge dat wel/niet perspectief biedt. En hoe zit het met de denkers achter Herstel-NL?
Reacties worden zeer op prijs gesteld, likes ook. Als je de nieuwsbrief de moeite waard vindt, maak je er dan reclame voor bij je vrienden en collega’s?
Heel veel leesplezier!

Perspectief
De teleurtstelling moest worden verzacht. Helaas konden de terrassen op 21 april niet open. Maar om ons toch enig perspectief te bieden kwamen premier Mark Rutte en zorgminister Hugo de Jonge dinsdagavond met een ‘openingsplan’, een derde routekaart. We weten wat er met de vorige twee gebeurd is, maar goed.
Volgens dat openingsplan gaan we in zes stappen terug naar het oude normaal. Stap één vindt weliswaar niet plaats op 21 april, maar toch al op 28 april, dat ene weekje zingen we wel uit. En dan volgen de vervolgstappen met tussenposes van twee of drie weken. Stap voor stap herwinnen we de vrijheid. Hoera, perspectief!
Maar, hoe hard is die datum nu, volgens Rutte?
“Niet hard. (…) We gaan het per week bekijken. Dat betekent dat we volgende week dinsdag een besluit gaan nemen of het kan per 28 april en als het niet kan, dan doen we het niet per 28 april. (…) Wij zouden dat niet opschrijven als we denken dat het niet mogelijk zou kunnen zijn. Dus het is mogelijk dat het kan. Maar ik onderstreep ‘mogelijk’. En als het niet kan doen we het niet.”
Dus dit is geen belofte, minister De Jonge?
“Of het ook in de tijd ook exact op deze data zal zijn, datums zal zijn, dat durf ik natuurlijk niet te zeggen. Dat kunnen wij ook niet zeggen. Dus wat we erbij zeggen: het is geen zekerheid, het is ook geen belofte. Dat kan namelijk niet. Daar houdt het virus zich namelijk niet aan.”
Maar wat is het dan wel, beste minister?
“Wat het wel is, is in de tijd in perspectief gezet wat je zou kunnen doen, in welke volgorde je van de meest beperkende maatregelen afscheid zou kunnen nemen.”
Aha, het is dus een volgordezekerheid, niet een datumzekerheid. Maar dat hadden we toch al? Die twee voorgaande routekaarten lieten toch al precies zien welk regime hoorde bij welk besmettingsniveau? Inderdaad. Alleen is dit weer een nieuwe, innovatievere aanpak. Kende de vorige twee routekaarten nog zogeheten signaalwaarden, bij deze routekaart zijn die signaalwaarden overboord gekieperd. Eerst was dus duidelijk op welke indicatoren het kabinet stuurde (qua besmettingsniveau, ziekenhuisbezetting, percentage positieve testen), nu is van die beslissing een black box gemaakt. Routekaart drie biedt dus minder zekerheid en duidelijkheid dan routekaarten een en twee. Nou ja, theoretisch dan. Want in de praktijk werden de eerste twee routekaarten ook niet echt gebruikt.
De nieuwigheid zit ‘m er ook in dat het kabinet nu lijnrecht ingaat tegen de adviezen van de deskundigen. Het RIVM heeft namelijk geadviseerd om wel met signaalwaarden te blijven werken, met duidelijke data, in plaats van met onzekere datums:
“Het verduidelijken welke criteria worden gebruikt voor versoepelen (transmissie risico versus maatschappelijke impact?) is voor burgers relevant om gemaakte keuzes beter te begrijpen; en bij veranderingen/versoepelingen uiteraard transparant toelichten hoe die criteria zijn toegepast en welke afweging er is gemaakt. Vaar hierbij op data (besmettingen, ziekenhuis cijfers en/of vaccinatiegraad) in plaats van datums om teleurstelling te voorkomen.”
Dat is ook wel weer eens verfrissend na al die maanden van kritiek op het kabinet dat we de facto niet door de politiek maar door het OMT en het RIVM worden geregeerd. Deze keer dus niet. Anderzijds neemt het kabinet ook adviezen van het Sociaal en Cultureel Planbureau ter harte. Die kijkt meer naar sociale en maatschappelijke gevolgen en je zou denken dat als het kabinet niet de medici volgt, dan dat dit belang zwaarder weegt. Nee hoor, ook het SCP was niet zo gecharmeerd van het communiceren van concrete datums, die zekerheid líjken te bieden maar dat eigenlijk niet doen:
“Er staan concrete datums in het plan en dat geeft helderheid en perspectief, maar daarbij is het wel belangrijk om goed te benoemen dat ook het epidemiologisch beeld of de instroom van ziekenhuispatiënten van belang is bij het toelaten van versoepelingen. Dit staat nu wat in een noot verstopt en kan tot teleurstellingen leiden als de weging van alle belangen gemaakt wordt. Het is evenzo belangrijk om aan te geven wat het eventuele gevolg is van erna weer oplopende besmettingen zodat het overheidshandelen ook dan voorspelbaar blijft.”
Inmiddels zijn we een paar dagen verder. Staan de genoemde datums nog wel overeind of begint dat alweer te schuiven? Vrijdag zei premier Rutte er dit over:
“We bekijken het van week tot week en daarbij is de situatie in de ziekenhuizen bepalend. Als 28 april niet kan, wordt het 3 of 6 mei. En anders is de eerstvolgende datum 13 mei.”
Jan Paternotte
In het Kamerdebat vroeg ik gisteren aandacht voor strakke communicatie. Zodat coronabeleid niet zweeft tussen hoop en teleurstelling.

Van “21 april open!” naar “Nee, niet 21 april, maar 28 april.” naar “Misschien half mei.” is daar niet een voorbeeld van. https://t.co/uYml0h8zUX
(Lees mijn analyse over het openingsplan hier en mijn column hier.)
Groepsimmuniteit
Economen en medici hebben via Herstel-NL een poging gedaan de kabinetsstrategie bij te sturen. Er kwam geen ander overheidsbeleid, wel een implosie van Herstel-NK. Econoom Bas Jacobs vertrok met stille trom - de academicus had er geen behoefte aan om actievoerder te worden. Barbara Baarsma en Coen Teulings verlieten Herstel-NL met meer bombarie. Initiatiefnemer Robin Fransman suggereerde dat er druk van hogerhand was uitgeoefend op deze twee hoogleraren.
Baarsma en Teulings kozen een tijdje voor mediastilte. Hun pleidooi voor ‘risicogestuurd coronabeleid’ riep ook erg veel reacties op. Soms heel heftige en emotionele. Maar onlangs kwamen zij toch weer naar buiten met een opiniestuk tegen het huidige coronabeleid. Op het artikel in de Volkskrant kwam weinig respons. Toch gaan ze onvermoeibaar door en hebben ze nu de populaire versie voor de krant ook geschreven met onderbouwing voor economenblad ESB.
Het punt blijft steeds hetzelfde: jongeren hebben een veel kleiner gezondheidsrisico dan ouderen, maar toch geldt er - ten onrechte - voor iedereen hetzelfde beleid. Als je ouderen meer beschermt en onder jongeren besmettingen laat ontstaan, zijn de maatschappelijke en economische offers minder groot. En uiteindelijk zijn de ouderen beter beschermd door de opgebouwde groepsimmuniteit:
“In theorie zou je dus infecties onder jongeren wel willen toestaan om ouderen op de termijn van een paar maanden beter te beschermen zonder dat in de tussentijd de IC-capaciteit overbelast raakt. In feite is dit de strategie die premier Rutte in zijn eerste persconferentie op 16 maart 2020 heeft uiteengezet. Dat die strategie toen binnen een paar dagen als onrealistisch terzijde is geschoven, is achteraf gezien ten onrechte gebleken.”
Vanuit dit standpunt kom je vanzelf op het oude voorstel van Herstel-NL om ouderen en jongeren te scheiden, zodat de ene groep maximaal beschermd kan worden en de andere groep zijn vrijheid terugkrijgt. En daar gaat het in de discussie steeds mis. Want dit krijg je nooit sluitend voor elkaar - als je het al zou willen. Het is begrijpelijk dat zij zich grote zorgen maken over de schoolachterstanden die nu worden opgelopen. De (economische) schade daarvan is heel groot. Wat nu als jongeren massaal hun ouders en grootouders besmetten? Durf je dat risico te nemen?
In hun redenering is het op de iets langere termijn ook voor ouderen veiliger om jongeren groepsimmuniteit te laten opbouwen. Want dan vormen zij een bescherming voor de ouderen, precies zoals Rutte vorig jaar in zijn beruchte tv-speech zei:
“Hoe groter de groep die immuun is, hoe kleiner de kans voor het virus om over te springen op kwetsbare ouderen en mensen met een zwakke gezondheid. Met groepsimmuniteit bouw je als het ware een beschermende muur om hen heen. Dat is het principe. Maar we moeten ons wel realiseren dat het maanden of zelfs langer kan duren om groepsimmuniteit op te bouwen en in die tijd moeten we mensen die een groter risico lopen zoveel mogelijk afschermen.”
Het is alsof je Baarsma en Teulings hoort praten. Dit is precies de strategie die zij voorstaan. Maar het is niet voor niets dat Rutte deze insteek al heel snel verliet. Op dat moment was nog weinig bekend over de immuniteit van mensen die al corona hebben gehad. Verder waren er de praktische bezwaren van de scheiding van jongeren en ouderen. En tot slot bleek deze strategie veel emotie op te roepen, omdat die niet-solidair overkomt.
Een slotargument van Baarsma en Teulings is dat de prijs van een extra levensjaar in de huidige corona-aanpak veel te hoog is. Normaliter wordt de prijs van zorg en van medicijnen ook financieel gewogen. Wat kost een behandeling per gewonnen levensjaar? Dat klinkt heel kil, en dat is het in zekere zin ook. Maar buiten de pandemie-tijd worden op die gronden bepaalde extreem dure behandelingen niet vergoed. En in het dagelijkse leven maken we die afweging ook, betogen de economen:
“De begrijpelijke eerste emotie is die van weerzin tegen deze vraag: de waarde van een mensenleven is niet in geld uit te drukken. Maar alleen al het voorbeeld van het verkeer dat wij – ondanks de honderden verkeersdoden – toch niet stilleggen, laat zien dat die positie niet houdbaar is.”
Als je de risico’s in het verkeer wel voor lief neemt, waarom de coronarisico’s dan niet? Wegen die risico’s op tegen de schade aan de economie, de achterstanden van jongeren en alle andere bijkomende financiële, sociale en maatschappelijke schade?
Ik begrijp deze insteek heel goed. Normaliter is het politiek gezien al heel lastig om een zakelijke afweging te maken in de gezondheidszorg. Ergens is een grens aan wat je wilt en kunt vergoeden. Er is dus een maximale prijs die we bereid zijn te betalen voor het behouden van levensjaren. Maar die zakelijke afweging is tijdens de pandemie heel ver te zoeken. Dat verklaar het ongemak bij deze economen. Zij zien het coronabeleid als een overreactie, als een vorm van massahysterie.
De vraag is dan: wat is het alternatief? Zelfs als je het ermee eens bent dat de prijs die we nu betalen voor een gewonnen levensjaar veel te hoog is, hoe pak je dit dan aan? Als je die schade wilt verminderen, wil je dus minder beperkingen accepteren. Dat betekent linksom of rechtsom dat je meer coronabesmettingen krijgt en dus meer ziekenhuisopnames. Hoe los je het capaciteitsprobleem in de zorg dan op? Laat je mensen op de ambulanceparkeerplaats staan? Laat je meer mensen sterven?
Laten we eerlijk zijn: aan zeldzame ziekten die niet worden behandeld vanwege te hoge kosten gaan ook mensen eerder dood. Maar dat gebeurt in veel kleinere aantallen. En niet voor het oog van de camera. Daarom is er veel minder (politieke) ophef over.
Als corona onze gezondheidszorg zou ontwrichten, zoals we vorig voorjaar in Italië zagen, eind van het jaar in het Verenigd Koninkrijk en nu in Brazilië, dan leidt dat tot een enorme maatschappelijke en politieke crisis. Ik geloof er niks van dat we dat dan accepteren omdat er nu eenmaal een financiële grens zit aan wat we bereid zijn te betalen om een coronapatiënt in leven te houden. De redenering werkt misschien in normale tijden, maar in een epidemie met deze omvang lijkt me dat domweg onwerkbaar. Zelfs al zou je het ethisch vinden.
Inkomen
In februari 2018 publiceerde het economisch bureau van de Rabobank een analyse waaruit bleek dat het beschikbaar huishoudinkomen van Nederlanders als veertig jaar stagneert. Ondanks alle toegenomen economische groei zijn we er gemiddeld genomen in onze portemonnee niks mee opgeschoten:
“Een gemiddeld huishouden uit 2014 heeft, gecorrigeerd voor inflatie, vrijwel hetzelfde besteedbaar inkomen als een huishouden uit 1977. Dit staat in schril contrast met de huishoudinkomensgroei in de jaren zestig en zeventig: in deze periode verdubbelde het besteedbaar inkomen van huishoudens.”
Het stuk baarde opzien omdat het eindelijk bevestigde wat velen al dachten, wat veel Nederlands al dachten te ervaren. Het ging hierbij om het vrij besteedbaar inkomen, dus het inkomen minus belastingen en premies. Als dat al die jaren al stagneert, betekent dat óf dat de loongroei zelf laag was óf dat belastingen en premies steeds hoger zijn. Rabo concludeerde dat het allebei het geval was. De oorzaak lag bij overheid én bij werkgevers.
Kritiek was er wel meteen. Zo keek de Rabo naar inkomen per huishouden. Dat zou vertekenend zijn. Want huishoudens zijn in de loop der jaren gemiddeld steeds kleiner geworden, met als gevolg dat we veel meer huishoudens hebben. Als we ons totale inkomen moeten delen door een veel groter aantal huishoudens, dan zou het logisch zijn dat het inkomen per huishouden stagneert. Verder kun je de bestedingen van nu niet vergelijken met die van veertig jaar geleden. Als je stelt dat we per saldo niet welvarender zijn geworden, dan negeer je dat we mooiere tv’s hebben, betere telefoons, verre reizen kunnen maken voor minder geld. Oftewel: met die ene euro kunnen we nu dingen die we toen niet konden. Hoe arm zijn we dan eigenlijk?
Ondanks de kritiek bleef het Rabo-onderzoek een bepalende factor in het publieke debat. Tot zelfs de meeste politieke partijen, inclusief de VVD van Mark Rutte, vond dat de lonen harder moesten stijgen. Tot zelfs werkgeversvoorzitter Ingrid Thijssen voorstander werd van verhoging van het minimumloon.
Als tegengeluid kwam het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) deze week met een onderzoek dat tot een tegenovergestelde conclusie kwam: ‘Inkomen Nederlanders in 50 jaar meer dan verdubbeld’. CBS-econoom Peter Hein van Mulligen kijkt naar het besteedbaar inkomen per hoofd van de bevolking en constateert dat de inkomensontwikkelingen helemaal niet zo slecht was:
bron: CBS
bron: CBS
Het CBS vergelijkt de eigen uitkomst ook met die van de Rabo:
“Hoe is dit te rijmen met de conclusie van de Rabobank (2018) dat het huishoudinkomen al veertig jaar stil stond? Een belangrijk verschil tussen de conclusie in dit artikel en dat van de Rabobank is dat hier gekeken is naar de ontwikkeling van het gemiddeld inkomen per inwoner. De titel van het Rabobank-rapport verwees juist naar het gemiddelde inkomen per huishouden. De afgelopen veertig jaar is het aandeel van eenpersoonshuishoudens in de bevolking echter verdubbeld en is het geboortecijfer gedaald. Hierdoor zijn huishoudens nu kleiner dan veertig jaar geleden. Logischerwijs heeft een eenpersoonshuishouden over het algemeen een lager beschikbaar inkomen dan een huishouden met meer personen.”
Inderdaad zit hier de kern van het verschil. Er zijn nog wel meer verschillen aan te wijzen. Rabo baseerde zich onder meer op CBS-cijfers, maar die statistieken waren nog niet compleet over zo'n lange reeks van jaren. Bij de publicatie van het CBS zijn alle onderliggende cijfers vrijgekomen, maar in 2018 waren er nog allerlei statistieken niet. Nu is het beeld completer.
De vraag is echter welk verhaal te wilt vertellen. CBS laat zien dat we per Nederlander meer zijn gaan verdienen. Klinkt ook wel logisch, want over die decennia zijn steeds meer vrouwen (parttime) gaan werken. De arbeidsparticipatie is enorm toegenomen en dat leidt tot een hoger totaal inkomen en ook tot een hoger inkomen per hoofd van de bevolking. Wat zegt dat echter over de bestedingsruimte die een huishouden, een gezin heeft?
Zou het kunnen zijn dat een gezin tegenwoordig ook minstens twee werkende mensen nodig heeft om een fatsoenlijk bestaan op te bouwen? Is dat niet het gevoel dat velen hebben? Simpel gezegd: vroeger had je een gezin had van man, vrouw en vier kinderen, waarbij dat ene inkomen van de man voldoende was om een huis te kunnen kopen. Nu heb je een gezin van man, vrouw en twee kinderen, waarbij anderhalf inkomen amper nog genoeg is om dat huis te kopen.
Ik hou het even klein, om de statistische effecten goed te kunnen laten zien. Stel dat de man in dat oude gezin €60.000 verdiende (in euro’s van nu). Dan was het huishoudinkomen €60.000 en het inkomen per hoofd van de bevolking €10.000 (het huishouden bestond uit zes mensen). In dat gezin van nu (van vier personen) verdient de man €60.000 en de vrouw €20.000. Dan is het huishoudinkomen €80.000. Per hoofd is het inkomen €20.000. Oftewel: het huishoudinkomen steeg met 33%, het inkomen per hoofd met 100%! Sjongejonge, wat zijn we ontzettend veel rijker geworden in dat gezin. Niet dus. Het is een fictief voorbeeld om te laten zien wat er met inkomen per hoofd en met inkomen per huishouden kan gebeuren in de loop van decennia als gezinssamenstellingen veranderen en de arbeidsparticipatie toeneemt.
Het is wel degelijk relevant om ook te kijken naar inkomen per huishouden, of misschien zelfs inkomen per werkende of inkomen per gewerkt uur. Een combinatie van al die manieren van kijken geeft inzicht. Het CBS lijkt te doen alsof er een foute manier (Rabo) en een goede manier (CBS) van kijken is.
bron: Rabo
bron: Rabo
Dit is een geactualiseerde grafiek van de Rabo op basis van de laatste CBS-cijfers. Cijfers die in deze volledigheid in 2018 nog niet beschikbaar waren. Die oranje lijn laat de oorspronkelijke Rabo-analyse zien: huishoudinkomen stagneert. Die donkerblauwe lijn laat de CBS-analyse zien: inkomen per persoon is verdubbeld. Wat hier verder opvalt: inkomen per werkende stijgt lang niet zo hard. En het inkomen per gewerkt uur maakt een positieve ontwikkeling door in de eerste jaren, maar stagneert totaal in de laatste twintig jaar. Je zou kunnen zeggen dat het CBS met nieuwe statistieken heeft aangetoond dat de inkomens niet veertig jaar stilstaan, maar slechts twintig jaar. De vraag is of je dat nou zo'n goed nieuws vindt.
Ik heb dat plaatje van de Rabo van hierboven even aangepast en daarbij het jaar 2001 op index=100 gezet. Dan zie je de ontwikkeling over de laatste twintig jaar. Natuurlijk zitten hier ook de effecten in de van de financiële crisis, van 2008 tot 2014. Maar je ziet dat inkomens ook al voor die crisis onder druk stonden. Er is dus wel degelijk iets aan de hand met de inkomensontwikkeling in Nederland. En dan hebben we het nog over gemiddeldes, niet over de inkomens van verschillende groepen. Ik zou benieuwd zijn hoe dit plaatje eruit ziet voor een flexwerker of voor laaggeschoolden.
bron: Rabo, CBS - eigen plaatje
bron: Rabo, CBS - eigen plaatje
Inkomen (2)
De basisvraag was of de inkomens in Nederland al dan niet gelijke tred houden met de economische groei. Komt die toegenomen welvaart bij de mensen terecht? Het CBS laat zien dat dat in vele jaren niet het geval was. En vervolgens verklaart het CBS dat effect weer weg:
bron: CBS
bron: CBS
Hier zie je dat de economische groei (bbp) en het huishoudinkomen gelijk oplopen tot ongeveer 1999. Toen begonnen de twee uit elkaar te lopen. Hoe dat komt? Volgens het CBS is dat grotendeels toe te schrijven aan zorgpremies. De zorg is zoveel duurder geworden en wij betalen daar via zorgpremies aan mee en dat drukt het besteedbaar inkomen. Maar ja, constateert het CBS, iedereen profiteert ook van die zorg. Dus dan zou je die zorgconsumptie eigenlijk weer bij dat inkomen moeten optellen. En zo ontstaat bij het CBS het ‘alternatief beschikbaar inkomen’, waar het zorggebruik weer is meegenomen. En, tadaaa, het verschil tussen bbp en inkomen verdwijnt.
Als je maar genoeg meetelt, kom je vanzelf weer tegen dat bbp aan. De vraag is of het terecht is om de zorg weer op te tellen, terwijl de stijgende zorgpremie wel degelijk het vrij besteedbaar inkomen uitholt. Zo drukken belastingen dat inkomen ook. Maar we profiteren van het onderwijs dat van die belastingen wordt betaald. Waar verdisconteert het CBS dat dan niet? Rabo antwoordde hier op:
“Het CBS laat zien dat een deel van het hogere bbp dat niet naar huishoudens is gegaan via de overheid weer wordt uitgegeven ten behoeve van individuen, vooral via hogere zorguitgaven. Vanuit dat perspectief zou het huishoudinkomen niet achterblijven bij het bbp. Belangrijk is wel om te constateren (wat het CBS ook doet) dat dit alternatief beschikbaar inkomen niet geheel vrij beschikbaar inkomen is, maar deels door de overheid wordt bepaald. Dit is echter een discussie van een andere orde, namelijk over hoe wij als Nederland willen dat ons nationaal inkomen wordt verdeeld.”
Inkomen (3)
Leestips:
Artikel Telegraaf, 5 februari 2018, n.a.v. analyse Rabobank: ‘Gezin komt er bekaaid af’
Macro Economische Verkenning 2019 van Centraal Planbureau, 18 september 2018 (p. 35): ‘Economische en beleidsmatige verklaringen voor achterblijvende inkomensgroei sinds 2002’
Artikel ESB van Hans Beens, Joost Baeten, 17 maart 2021: ‘Niet pensioenpremies, maar zorguitgaven remmen beschikbaar inkomen’
Analyse Telegraaf, 15 april 2021: ‘Politiek moet iets met stagnerend inkomen’
Blog Hans Stegeman (Triodos, oud-Rabobank), 16 april 2021: ‘Stagnatiefittie’
Opinieartikel Sander Heijne en Hendrik Noten (auteurs van ‘Fantoomgroei’) in de Volkskrant, 15 april 2021: ‘Het CBS staart zich blind op de grote gemiddelden, en mist zo de scheefgroei in Nederland’
Opinieartikel Dirk Bezemer in de Volkskrant, 16 april 2021: ‘CBS verpakt politieke keuzen als cijfers, maar kan zich beter bij de feiten houden’
Podcast
Hoe zorg je ervoor dat er wel ingrijpende klimaatwijzigingen worden doorgevoerd maar voorkom je dat burgers in opstand komen en wat gaat de burger merken van alle klimaatregels die nu boven hun hoofd hangen? Bijna iedere partij ziet het belang in van veranderingen op het gebied van klimaat maar de mate waarin er dingen gaan veranderen verschilt per partij enorm. DFT-verslaggevers Martin Visser en Herman Stam buigen zich in een nieuwe aflevering van de podcast ‘Kwestie van Centen’ over het moeilijke maar belangrijke formatie hoofdpijndossier klimaat. Luister hier. Ook op Spotify en iTunes.
Song of the week - Rutte zit trage formatie rustig uit
The Rolling Stones - Time Is On My Side
Meer info
Mij inhuren als spreker, panellid of columnist? Bekijk mijn profiel bij Speakers Academy of mail naar info@speakersacademy.com
Hoe vond je deze editie?
Als je deze nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, dan kun je je hier afmelden.
Als deze nieuwsbrief doorgestuurd is en je wilt je aanmelden, klik dan hier.
Gemaakt door Martin Visser met Revue.