Bekijk profielpagina

Achter de cijfers - Editie #116: uit de toeslagentoestanden, exit uit corona, alles over de rekenrente en wil Wopke bezuinigen of niet?

Revue
 
 

Achter de cijfers

30 januari · Editie #116 · Bekijk online
Econoom en journalist Martin Visser praat je wekelijks bij. Wat is het verhaal achter de cijfers? Over pensioenen, lonen en arbeidsmarkt, over robotisering, flexibilisering, over de problemen van de middenklasse, over de houdbaarheid van de euro én van de EU. Links, cijfers en duiding.

Welkom aan alle nieuwe abonnees! Ik hoop dat deze nieuwsbrief bevalt. Maak dan ook meteen reclame bij vrienden en collega’s voor ‘Achter de cijfers’. Reacties zijn zeer welkom.
Vorige week kreeg ik vooral reacties op de pensioenen. De meest gestelde vraag blijft waarom we in ons huidige stelsel met van die strenge regels rekenen. Kijk onderaan deze nieuwsbrief. Daar staat een link naar onze podcast waarin ik in 50 minuten probeer de meest prangende vragen over ons pensioen te beantwoorden.
Verder deze week: de exitstrategie uit corona, de uitweg uit de toeslagentoestanden en de noodzaak van bezuinigingen.
Veel leesplezier!

Kennemerduinen, eigen foto.
Kennemerduinen, eigen foto.
Toeslagencircus
“Het huidige toeslagenstelsel wordt, in combinatie met het belastingstelsel, nog weleens beschreven als het “rondpompen van geld”, waarbij de suggestie gewekt wordt dat dat rondpompen overbodig zou zijn. Dat er geld wordt herverdeeld via het systeem van toeslagen en belastingen is juist. Maar is dat niet juist de essentie van onze moderne verzorgingsstaat?”
De alinea hierboven is niet mijn tekst. Dit schreven topambtenaren een jaar geleden in een advies aan het kabinet. Het is het tweede deel van een zogeheten Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) over toeslagen. In deel 1 beschreven de ambtenaren wat de problemen zijn met het huidige toeslagensysteem, in dit tweede deel zoeken ze naar een oplossing.
Dit citaat is heel relevant, omdat het nogal populair is het toeslagensysteem weg te zetten als een rondpompmachine. Ook ik heb dat wel gedaan. Alleen is een snelle conclusie vervolgens heel gevaarlijk, namelijk de suggestie dat je het daarom wel kunt afschaffen. Het rondpompen zit ‘m hierin dat inmiddels circa 5 miljoen huishoudens een of meerdere toeslagen krijgen, op 8 miljoen huishoudens in totaal is dat heel veel. Je kunt je dus zeker wel afvragen of dit systeem niet enorm uit de klauwen is gelopen.
Maar, zo zeggen de topambtenaren, de financiering van publieke voorziening gaat altijd via 'rondpompen’ van geld. Je haalt belastingen op en daarvan betaal je scholen, wegen, uitkeringen en tal van andere voorzieningen. Alleen krijgen hier de afnemers rechtstreeks dat geld in handen. Je betaalt zelf je huur, zorgpremie en kinderopvang, en via een huurtoeslag, zorgtoeslag of kinderopvangtoeslag maakt de overheid dit voor iedereen betaalbaar en toegankelijk. Daar kun je niet zomaar een streep doorheen zetten.
Na de kinderopvangtoeslagaffaire zouden politici dat misschien het liefste doen. Maar door de meer dan €13 miljard die worden uitbetaald via alle toeslagen kun je niet zomaar een streep zetten. Je ziet de worsteling daarmee ook in de verkiezingsprogramma’s. Simpele oplossingen zijn er niet. Want door marktwerking toe te laten in de huursector, bij zorgverzekeraars en in de kinderopvang moet je mensen financieel ondersteunen die deze voorzieningen anders niet kunnen betalen.
En dus zie je de oplossingen een paar kanten opgaan. Je kunt het systeem inkrimpen. Als 5 van de 8 miljoen huishoudens deze financiële steun nodig hebben, dan is er iets niet goedgegaan. Vermoedelijk is politiek compromis op politiek compromis gestapeld, moesten soms koopkrachtplaatjes worden rechtgetrokken en zo slibde dit deel van ons belastingstelsel helemaal dicht. Minder mensen aanspraak laten maken kan een manier zijn. Alleen is daarmee het systeem zelf niet veranderd.
De topambtenaren, en inmiddels ook het kabinet in reactie op het parlementaire onderzoek naar de toeslagenaffaire, komen tot de conclusie dat een oplossing bínnen het stelsel niet meer mogelijk is. Toeslagen worden berekend op basis van heel precieze gegevens over inkomen en de uitgaven aan huur en kinderopvang. De aanvragers krijgen dat vooraf naar aanleiding van zelf ingeschatte bedragen en de afrekening volgt zo'n twee jaar later. Dat leidt tot zoveel nabetalingen en naheffingen dat de financiële kwetsbaarheid van mensen alleen maar toeneemt. Als je de toeslagen echt beperkt tot de laagste inkomens, dan blijft voor hen de toeslag een bron van onzekerheid, waar die zekerheid zou moeten bieden.
En dus concludeert het kabinet:
“Doorgaan zoals in het verleden kan niet meer. Voor het kabinet is het overduidelijk dat de problemen niet binnen het huidige toeslagenstelsel kunnen worden opgelost en dat we toe moeten naar een nieuw stelsel.”
Dan komen vanzelf radicalere oplossingen op tafel. Zoals het volledig integreren in het belastingstelsel. Dat kan bijvoorbeeld door mensen een vaste belastingkorting te geven en de laagste inkomens die deze korting niet met hun belastingen kunnen verrekenen zouden dan een negatieve belasting krijgen. Zo'n ‘verzilverbare heffingskorting’ wordt dan helemaal losgekoppeld van inkomen en zelfs van de vraag of je wel huurt of andere voorzieningen gebruikt. Ik zei al: een radicale oplossing. Het is dan aan mensen zelf om met die belastingkorting in de pocket zelf een afweging te maken hoe duur ze huren en welke zorgpolis ze nemen.
Bij optie 2 moet je je gaan afvragen of de financiering van de voorziening niet anders moet. Dat adviseren die topambtenaren ook ten aanzien van kinderopvang. Voor huren en zorg zijn ze terughoudend. Ook het kabinet sorteert voor op een andere financiering van de opvang:
“Wat betreft de financiering van de kinderopvang is het kabinet van mening dat op termijn de verantwoordelijkheid voor de financiering niet meer (volledig) bij de ouders moet worden gelegd, waarbij bepaalde complexe voorwaarden (zoals bijvoorbeeld de hoogte van het inkomen, het aantal gebruikte uren kinderopvang, het aantal uren werk en de uurprijs) voor hen komen te vervallen.”
Dit gaat richting gratis opvang, waar GroenLinks en D66 de verkiezingen mee ingaan. Daar kun je, zoals deze partijen willen, heel ver in gaan, door voor iedereen 4 gratis opvangdagen in de week mogelijk te maken. Je kunt dat ook beperken en/of vormen van eigen bijdragen introduceren. Alle varianten zijn mogelijk. Deze gedachte roept wel weer nieuwe vragen op. Niet voor niets sprak VVD-fractieleider Klaas Dijkhoff van ‘staatscrèches’. Wil je wel dat deze sector volledig overheidsgefinancierd wordt? Wie voorkomt onnodig, bovenmaats gebruik van de opvang?
Het zijn legitieme vragen. Mij bevreemdde deze oplossing in eerste instantie ook. Maar inmiddels ben ik ervan overtuigd dat het ‘toeslagencircus’, dat ‘rondpompen’ van geld alleen aangepakt kan worden met heel vergaande alternatieven. Een beetje sleutelen aan de marge heeft geen enkele zin.
Perspectief
We willen perspectief. Licht aan het einde van de tunnel. Duidelijkheid, helderheid, goed nieuws. We willen weten waar we aan toe zijn. En meer van dat clichés die we nu op dagelijkse basis bezigen, ik ook. Maar… nog even wachten:
Roel Schreinemachers
Rutte: we snappen dat iedereen snakt naar perspectief, dinsdag delen we daar meer over #coronacrisis
Er lekte de afgelopen dagen al het nodig uit. Collega’s Alexander Bakker en Niels Rigter schreven over de exit-strategie waar het kabinet nu druk mee bezig is. Eerder al zette ik op een rij voor welke dilemma’s de laatste fase van de coronacrisis ons plaatst. Dat beloven ingewikkelde maanden te worden, als het virus nog niet weg is, langzaam maar zeker steeds meer kwetsbare mensen gevaccineerd zijn en we ons toch nog een tijdje aan beperkingen moeten houden.
Dinsdag komt er dus meer. Heel concreet is natuurlijk wat straks weer mag en kan. Duidelijk is dat alles erop gericht is de basisscholen op maandag 8 februari, vlak voordat de lockdown formeel afloopt, te openen. Minister Wopke Hoekstra van Financiën klapte daarover vrijdag al uit de school. De avondklok zou ook snel weer ingetrokken kunnen worden. Na de basisscholen volgen de middelbare scholen. Dan contactberoepen, winkels, dan restaurants en tot slot de cafés. Of die volgorde precies zo zal, is afwachten. Maar de gedachte is dat de boel opengaat in min of meer de omgekeerde volgorde als waarin die dicht is gegaan. Wellicht dat her en der tussenoplossingen mogelijk zijn, zodat bijvoorbeeld winkels al iets eerder spullen kunnen laten afhalen.
Onder een exitstrategie versta ik meer dan uitleggen wanneer wat weer open mag. Het is vooral van belang dat het kabinet duidelijk maakt welke parameters gaan gelden. Eind vorig jaar zei premier Mark Rutte nog dat de routekaart maar één kant op bewandeld kon worden. Stap voor stap worden beperkingen doorgevoerd als de besmettingen oplopen. En die beperkingen worden pas opgeheven als het besmettingsniveau en het aantal ziekenhuisopnames weer terug zijn op de laagste niveaus.
De ‘signaalwaarden’ van ‘risiconiveau 1 waakzaam’ volgens de routekaart zijn:
  • minder dan 50 positieve testen per 100.000 inwoners per week - is 25,5 op 29 januari (dus op één dag)
  • percentage positieve testen minder dan 5% - is nu 18,3%
  • aantal ic-opnames minder dan 10 : is nu 33
  • aantal ziekenhuisopnames minder dan 40 - is nu 187
  • R lager dan 1 - is nu 0,93
Duidelijk is dat tal van signaalwaarden nog veel te hoog zijn en dat het waakzame niveau voorlopig nog uit beeld blijft. Als het kabinet nu die aanpak wijzigt - waar om economische en maatschappelijke redenen best iets voor te zeggen is - wat is de strategie daarachter dan? Hoe voorkomt het kabinet dat versoepelingen weer een volgende lockdown uitlokken? Want dat gejojo willen we zeker niet. Waarom zou Rutte in december het ene zeggen en in januari het andere?
Wim Schellekens
Wat is #exitstrategie?

Niet:
Maatregelen die in volgorde worden afgeschaald.

Wel:
1.Formuleren doel en stuurindicatoren (niet ZH-cap)?
2.Grenswaarden die bereikt moeten zijn (niet datum)
3.Marges om niet <4 weken opnieuw in lockdown te moeten
4.Hoe houden we besmettingen laag?
Het aantal besmetting loopt zo langzaam terug, dat er eigenlijk nauwelijks ruimte is voor versoepelingen. Hoe stellen Rutte en zorgminister Hugo de Jonge zich dat eigenlijk voor? Om twee weken na de aankondiging van de avondklok alweer over soepeler coronabeleid te praten? Zonder dat de besmettingen exponentieel afgenomen zijn. Strenger worden is maatschappelijk onhaalbaar, soepeler worden lijkt riskant.
Een exitstrategie zou nog een stap verder moeten kijken. Hoe gaan versoepelingen en vaccinatiegraad gelijk op? Als de druk op de ziekenhuizen afneemt omdat steeds meer ouderen ingeënt zijn, is dat reden om de maatschappij meer ruimte te geven? Laten we de kans dat jongere mensen ziek worden dan moedwillig toenemen terwijl de prik voor die mensen in zicht is? Hoe voorkom je dat de ziekenhuizen na verloop van tijd vol liggen met een jongere generatie mensen dan die er nu liggen?
(Bekijk hier mijn video over de onvrede van ondernemers over het exitplan.)
Diepe zakken
Vorige week schreef ik dat de diepe zakken van minister Wopke Hoekstra van Financiën nog lang niet leeg zijn. In het voorjaar was op de achterkant van een sigarendoosje berekend dat hij €90 miljard te besteden had aan de coronacrisis voordat Nederland in de gevarenzone zou raken. De Europese norm van een staatsschuld van 60% van het bruto binnenlands product (bbp) zou dan bereikt worden.
Deze week kwam Hoekstra met een update. En wat blijkt? Die 60% is wordt dit jaar bereikt. Dit is dus een aanvulling op de analyse van vorige week. In die berekening van €90 miljard werd destijds voor het gemak er even vanuit gegaan dat de totale economie (bbp) gelijk zou blijven. Dan hoef je dus alleen maar kijken naar de hogere uitgaven om uit te rekenen wanneer je op de 60% zit. Maar als de schuld in euro’s groeit (de teller) en tegelijkertijd dat bbp daalt (de noemer) dan gaat het natuurlijk veel sneller.
En dan nog is het allemaal heel erg relatief. Ik heb even de ramingen van september, november en januari op een rij gezet:
(bron: CPB, Financiën)
(bron: CPB, Financiën)
Op Prinsjesdag (de blauwe balk) werd er nog vanuit gegaan dat die magische grens van 60% al bijna zou worden aangetikt in 2020. Dan zouden we daar dit jaar ruimschoots overheen gaan. In november zagen de ramingen er gunstiger uit. De klap van de economie bleek kleiner en de kosten van de steunmaatregelen lager: in 2021 zou de staatsschuld daardoor op 59% uitkomen.
Nu Hoekstra alsnog de portemonnee heeft moeten trekken voor extra steun (kosten: €7,6 miljard) heeft hij die raming bijgesteld. Dat we de 60%-grens overgaan was overal nieuws. Maar het is goed om te weten dat we nog steeds onder de voorspelling van Prinsjesdag zitten. Relativering twee: in april 2020 dacht Hoekstra dat het nog veel rapper zou gaan. Toen werd erop gerekend dat de staatsschuld in 2020 al zou uitkomen op 65,2%. Dat vonden we toen allemaal best. Eigenlijk heeft het sindsdien dus meevallers geregend. Misschien niet vanuit het perspectief van ondernemers - voor hen is deze crisis een groot drama. Maar wel vanuit het perspectief van onze nationale penningmeester. En dan nog te bedenken dat een deel van die schuld weer terugkomt als ondernemers na de crisis hun belastingachterstanden weer inhalen.
Tot slot: zo vaak zat Nederland al boven die magische grens van 60%:
(bron: CPB, Financiën)
(bron: CPB, Financiën)
Bezuinigen
Nu is de vraag: gaat een volgend kabinet bezuinigen om die schuld weer omlaag te krijgen? Wordt ons straks de rekening van deze crisis gepresenteerd? Wordt dat dan een herhaling van de nasleep van de kredietcrisis? Dat is eerlijk gezegd nog niet zo helder. Tal van economen ontraden dat met grote stelligheid. Ook de economie die bij de vorige crisis wél vonden dat de overheidsuitgaven gereduceerd moesten worden.
Minister Hoekstra geeft daar dubbele signalen over af. Hij staat niet klaar om te bezuinigen, zeker niet. Hij distantieert zich zelfs van het beleid van het voorgaande kabinet dat tientallen miljarden heeft ‘omgebogen’, zoals dat in het eufemistische Haagse taalgebruik heet. In een Kamerdebat probeert hij PvdA-Kamerlid Gijs van Dijk de forse bezuinigingen van Rutte-2 in de schoenen te schuiven:
“De heer Van Dijk heb ik eigenlijk zo verstaan dat hij nog één keer zijn excuses wilde aanbieden voor alle bezuinigingen uit de vorige kabinetsperiode, en dat begrijp ik. Ik ben het overigens ook met hem eens dat het beleid van dit kabinet op dat punt verstandig en misschien wel verstandiger is.”
Het vorige kabinet was van VVD en PvdA en CDA'er Hoekstra wil ons er natuurlijk graag aan herinneren dat in die periode fors is ingegrepen. Daarmee werd de lijn van het kabinet daar weer voor, waarin CDA'er Jan Kees de Jager de schatkistbewaarder was, voortgezet. De heftigste belastingverhoging, die van de ‘Kunduz-coalitie’ na de val van Rutte-1 in 2012, werd gesteund door VVD, CDA, D66, CU en GL.
Wil Hoekstra nu wel of niet ingrijpen? Op BNR zei hij:
“Ik denk dat het niet verstandig is om op korte termijn te gaan bezuinigen. Maar je moet er wel eerlijk over zijn. Er is nog zoveel onzeker en de schade is zo groot: iedereen die belooft dat dat (bezuinigen, red.) niet zou hoeven, vertelt een fabeltje.”
Dus wel bezuinigen? In het Kamerdebat reageerde hij:
“Toen ik de vraag kreeg "kunt u daarmee toezeggen dat er nooit en te nimmer meer bezuinigd gaat worden”, heb ik natuurlijk naar waarheid moeten zeggen: nee, dat kan je niet toezeggen. Het is niet zo dat je kan zeggen dat zich nooit meer een scenario zal voordoen waarin je op geen enkele manier iets aan de lasten wil doen of aan bezuinigingen wil doen.“
Aha, dus hij wil dus liever niet bezuinigen, maar kan alleen niet 100% garanderen dat dat in geen enkel toch nodig zou zijn. Maar iets verderop in het debat is hij toch weer onduidelijk:
"Ik vind dat het ook in de fase die voor ons ligt, dus de eerste paar maanden of misschien wel de eerste anderhalf jaar die hierna komt, onverstandig zou zijn om meteen bruut te gaan bezuinigen, ook al zou je knel komen te zitten met die 60%. De economie is dan namelijk in een fase van weer opbouwen.”
Tja, Hoekstra wil niet bezuinigen. De staatsschuld moet omlaag door de economie aan te jagen. Maar we krijgen een garantie tot de voordeur.
Song of the week - Staatsschuld loopt op tot boven 60%
Dire Straits / Sting - Money For Nothing (Live Aid 1985)
Podcast
Bijna dagelijks krijg ik reacties en emails over ons pensioen. Vooral gepensioneerden zijn verbolgen over de strenge rekenregels. Waarom schrijf ik daar nou nooit over? is een veelgehoorde vraag. Het is bijna ondoenlijk om op al die vragen te reageren, laat staan iedereen de vele stukken op te sturen die ik erover geschreven heb. In de nieuwste aflevering van onze podcast Kwestie van Centen doe ik een poging die vragen voor eens en voor altijd te beantwoorden. Luister de podcast hier. Ook op Spotify en iTunes.
In het kort komt het hierop neer. Als je mensen een pensioen belooft, ze een toezegging doet, is het logisch om de toekomstige pensioenverplichtingen contant te maken tegen de risicovrije rente. Dat is een objectief getal en geeft de pensioenspaarder zekerheid. Ga je met subjectieve verwachte rendementen rekenen dan laat je de belofte en de toezegging juist los. Haal je die rendementen dan niet, dan hol je het vermogen uit en zullen jongeren afhaken. Voorstanders van minder strenge rekenregels komen aan hun trekken in het nieuwe pensioenstelsel. Daarin wordt geen pensioen meer toegezegd en is de onzekerheid groter. Dan bewegen de pensioenen mee met de beursrendementen. Als die kritische reageerders zou zeker zijn van dat gemiddelde rendement uit het verleden, dan zullen ze wel heel blij zijn met het nieuwe pensioen dat 2026 wordt ingevoerd.
Meer info
Mij inhuren als spreker, panellid of columnist? Bekijk mijn profiel bij Speakers Academy of mail naar info@speakersacademy.com
Hoe vond je deze editie?
Als je deze nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, dan kun je je hier afmelden.
Als deze nieuwsbrief doorgestuurd is en je wilt je aanmelden, klik dan hier.
Gemaakt door Martin Visser met Revue.